De thuiszorg is ook niet alles

De namen van zijn personages Waghto, Honkoop, Nieuwklap, Grijspeerde zijn Bordewijkiaans, de sfeer van zijn verhalen doet denken aan die van Frans Pointl, maar toch is de debuutbundel van beeldend kunstenaar Anton Valens (1964) volstrekt origineel. De oorspronkelijkheid geldt niet alleen zijn gortdroge en tegelijk poëtische stijl, het is vooral zijn onderwerpkeuze die verrast: de thuiszorg.

In negen tragikomische verhalen doet hoofdpersoon Bonne verslag van zijn ervaringen als schoonmaker bij hulpbehoevende Amsterdamse bejaarden. Bonne volgt een schildersopleiding aan de kunstacademie, die niet wil vlotten, omdat hij lijdt aan een `verftrauma'. `Zoals oorlogsveteranen draaierig en onwel worden als ze het motorgeronk van een helikopter horen, zo greep ik naar mijn kloppende hoofd en begon te trillen en te zweten als ik de geur van terpentine rook. Zoveel ambitieuze doeken had ik uitgewist, stuk gesneden, tot scheurens toe geschopt (...) dat het aanvatten van een kwast als een zondige daad voelde.' Hij probeert zich bij zijn mislukking neer te leggen en het schilderen op te geven voor een volledig bestaan als thuishulp-A. Van zijn vaak aandoenlijke, maar ook wel eens irritante of stinkende `cliënten' maakt hij intrigerende portretten, waaraan het meest opvalt hoezeer hij de mensen die hij helpt serieus neemt.

Bonne hecht zich aan de stokoude dames en heren voor wie hij zich in het zweet werkt, hij gaat van hen houden en zij op hun manier van hem. De 91-jarige, onhandelbare en intens smerige meneer Ripmeester geeft hem zelfs de eretitel `meester in de hygiëne'. Weliswaar staat zo'n meester minder in aanzien dan een meester in de schilderkunst, maar Bonne weet in zijn schoonmaakkunst een grote creativiteit aan de dag te leggen, vooral in het lappen van ramen. `Ramen lappen is verwant aan schilderen. Daarom ben ik er natuurlijk ook zo verzot op. Met de spons schilder je met vrijwel onzichtbare verf, woest, vol met de armen, vanuit de schouder, als het even kan vanuit de heupen, zoals Jackson Pollock, met de wisser als spalter. Het is schilderen met puur licht, de kortstondige schilderijen veranderen en zakken in elkaar.'

De verhalen zitten vol uitweidingen over schilderkunst en literatuur. Zo verbaast Bonne zich erover dat ramen lappen een onderbelicht onderwerp is in de lyriek. `Sappho, Vergilius, Vondel, Kaváfis, Brodsky, je hoort ze er nooit over. Misschien hadden ze personeel. Ook in de grote romans komt ramen lappen er bekaaid af. Ik ken slechts één zin die ernaar verwijst: `Haar grinniken leek op het piepen dat een zeemleren lap te weeg brengt op een nat raam'.' Om de lezer niet in het ongewisse te laten, vermeldt Bonne uit welke beroemde roman deze passage afkomstig is, maar als hij dat had nagelaten was het eigenlijk nog leuker geweest.

Door alle verhalen heen zijn er schaarse verwijzingen naar Bonnes privé-leven en vooral naar de tanende relatie met zijn `levensgezellin', de verpleegster Jeanet. Zij laat hem in de steek voor een ander, volgens Bonne vanwege de toon waarop hij altijd `Jaja' tegen haar zei. Net als zijn vader is Bonne een `jaja-zegger pur sang'. Hij legt uit dat het een vorm van gefingeerd luisteren is, om te verhullen dat het je eigenlijk `geen hol kan schelen' wat een ander je vertelt.

Iedereen verlaat Bonne: zijn cliënten sterven of verdwijnen in verpleeg- of ziekenhuizen en in deze opeenvolging van verlies schuilt de treurige ondertoon van deze bundel. Uiteindelijk redt de mislukte schilder het ook als thuiszorger niet. `Mijn hele wezen zonk langzamerhand weg in de duisternis.' Een geluk bij al dit ongeluk is dat hij er in slaagt een portret te maken van een dame bij wie hij schoonmaakt en dat voor goed geld aan haar dochter te verkopen. Een nieuw begin als schilder, wellicht, zoals de schilder Anton Valens, na enige tijd in de thuiszorg te hebben gewerkt, zich nu ontpopt als schrijver door zijn ervaringen te gebruiken voor verrassend sterke verhalen. Laten we hopen dat hij een breder terrein bestrijkt dan de deprimerende thuiszorg. Deze bundel doet vermoeden dat er in Nederland een nieuw dubbeltalent is opgestaan. Iemand die kan schilderen met taal.

Anton Valens: Meester in de hygiëne. Augustus, 285 blz. €18,50