De ommuurde stad

De culturele pluriformiteit van Nederland begint zichtbaar te worden in de bouwkunst. In het Amsterdamse Bos en Lommer, in de Rotterdamse woonwijk Le Medi.

Kan iets sierlijker klinken dan: Foyer de Jeunesse? Je denkt aan licht, lach, dans en jong joyeus. De herkomst van de naam is minder poëtisch. Na de Tweede Wereldoorlog werden in veel Franse steden foyers opgericht om verloren, werkloze jongeren op te vangen. Het gemeenschappelijk onderdak bood bescherming en begeleiding, een huiselijke `haard' zoals de letterlijke vertaling van foyer luidt. De kruising tussen studentenflat en internaat moest jonge volwassenen voorbereiden op zelfstandig wonen en leven.

Een paar jaar geleden is de Foyer de Jeunesse herontdekt. Niet alleen in Frankrijk en Engeland bezinnen tienduizenden jongeren zich in woongroepen op de toekomstige duikvlucht in de woelige maatschappij. Ook in Nederland bloeit het foyer-fenomeen – dankzij rijkssubsidies – van Vlissingen tot Groningen, van Dordrecht tot Hardenberg. De bewoners zijn divers en gemiddeld tussen de 18 en 25 jaar: Antillianen, tienermoeders, Marokkaanse jongeren, studenten, jeugdigen met detentie achter de rug.

Net als moskeeën zijn foyers veelal ondergebracht in bestaande bebouwing. Oude, verschraalde portiekwoningen, dat soort huizen. Daarom was het een verrassing om een nieuwbouw foyer aan te treffen in het recent verschenen jaarboek Architectuur in Nederland 2003-2004, de Foyer Bos en Lommer. Alleen de naam al, niet jongerencentrum, of jeugdcentrale, nee, FOYER BOS EN LOMMER, in bescheiden, kapitale letters boven de ingang.

Opname in het Architectuurjaarboek betekent dat het foyergebouw volgens de redactie behoort tot `het beste en meest interessante uit een jaar architectuurproductie in Nederland.' Opmerkelijk is dat het rechtlijnige, bescheiden gebouw, ontworpen door het architectenpaar Birgit en Christian Rapp (bureau Rapp + Rapp) het enige is van de dertig in het jaarboek getoonde en besproken werken dat niet voorbijgaat aan het multiculturele karakter van de Nederlandse samenleving.

Het is wel verklaarbaar dat de hedendaagse bouwkunst geen weerspiegeling biedt van de toenemende culturele pluriformiteit in de met architectuur overladen grote steden. Allochtonen vestigen zich eerder in oude wijken dan in nieuwbouw. Architectuur en stedenbouw voltrekken zich in langzame processen en zijn niet zo direct vatbaar voor exotische invloeden als de mode of het culinaire paradijs. Bovendien geeft het jaarboek een selectie van excellente architectuur. De esthetische maatstaven moeten wel drastisch worden omgegooid, wil een versgebouwde Rotterdamse moskee met Ottomaanse stiftminaretten tot deze eregalerij kunnen doordringen.

De naoorlogse uitbreidingswijk Bos en Lommer, een ontwerp van de stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren, is een van de Amsterdamse westelijke tuinstadsdelen waar de bevolking van allochtone herkomst de overhand heeft. De omgeving van de kerk die door de specifieke torenvorm de Kolenkit heet (Opstandingskerk, 1958, architect M.F. Duintjer) wordt voor bijna tachtig procent bewoond door een van oorsprong niet-westerse bevolking. Pal naast de Kolenkit staat Foyer Bos en Lommer, gebouwd op een voormalig `trapveldje' en bedoeld om de sociaal problematische buurt op te vijzelen.

De vier etages zijn bestemd voor tijdelijke bewoners. De bovenste twee voor veertig buitenlandse studenten die in een eenjarig uitwisselingsprogramma van de Vrije Universiteit in Amsterdam bivakkeren. Zij komen uit alle windstreken, uit Zuid-Amerika, Afrika, China, Japan. Op de eerste en tweede verdieping zijn in 32 woningen jonge verstandelijk gehandicapten gehuisvest. Gedurende een periode van, in principe, twee jaar moeten zij leren om zelfstandig te functioneren. De begane grond biedt voorzieningen voor de buurt, een feestzaal, vergaderruimte, de CyberFoyer voor internet. Het restaurant is voorlopig nog alleen voor de bewoners, maar er zijn plannen om ook hier de buurt te ontvangen. In functionele zin is Foyer Bos en Lommer uitgesproken multicultureel. Geldt dat ook voor de architectuur?

Niet op het eerste gezicht. De gevelopbouw uit lichte travertin panelen en de blonde, natuurstenen zuilenplint die reikt tot en met de eerste verdieping geven aan het kubistische bouwwerk een aristocratisch uiterlijk. Het zal zich overal ter wereld en in alle klimaten handhaven. De houten raam- en deurkozijnen dragen bij aan de distinctie en deze wordt vervolmaakt door het royale, on-Hollandse formaat van de deuren.

Maar de ware cultuur zit van binnen. Hier zie je hoe het gebouw ruimtelijk zorgvuldig rondom het atrium is gecomponeerd, met op de vier verdiepingen identieke galerijen die de woningen ontsluiten. Teruggrijpend op de klassieke Romeinse atrium-villa of het gesloten Arabische patiohuis ontwierp Rapp + Rapp een helder modern gebouw, voorbeeldig geschikt voor het leven dat het moet huisvesten. De beginselen van Le Corbusier's moderniteit zijn er niet vreemd aan. In goede architectuur schuilen vele culturen.

Multiculturele architectuur is iets anders, althans de bestaande of bijna bestaande multiculturele architectuur. Die herken je onmiddellijk. Daar kan de autochtoon van schrikken of zich aan ergeren, of zich tegen verzetten zoals de Rotterdamse wethouder Marco Pastors tegen de Essalam-moskee. De Delftse architecten Molenaar & Van Winden zochten voor hun moskeeplannen inspiratie bij de vijftiende-eeuwse Mamelukse architectuur in Kairo en de Jumeira moskee in Dubai.

Bij de eerste steenlegging in oktober 2003 vertolkte burgemeester Opstelten de bezwaren van het gemeentebestuur tegen omvang en uitstraling. Hij noemde de moskee een 'exotische attractie' en vroeg zich af of integratie niet meer gebaat zou zijn bij terughoudendheid in uiterlijke verschijningsvorm van het geloof. Wethouder Pastors van Leefbaar Rotterdam vond de eerste steenlegging een gepaste gelegenheid om te wijzen op de `relatief hoge criminaliteit van allochtonen met een islamitische achtergrond'.

Het staat vast dat een moskee gebouwd in de traditie van de islam zeker het summum is van multiculturele architectuur in Nederland. De moskeeën-kwestie – de Essalam-moskee is niet de enige bron van getergde reacties – heeft lang de discussie over multiculturele architectuur gedomineerd. Het in 2002 verschenen rapport van de VROM-raad Smaken verschillen – multicultureel bouwen en wonen is daardoor op de achtergrond gebleven. In het rapport wordt betoogd dat multicultureel bouwen niet alleen voor allochtonen van belang is. Alle groepen van de samenleving kunnen profiteren van een grotere, culturele diversiteit in de gebouwde omgeving. Dat is waar. Het duurde even, maar zo zoetjes aan gingen gemeenten, woningcorporaties, projectontwikkelaars en architecten zich aangesproken voelen.

Een van de eerste grotere multiculturele woningbouwprojecten die vorm begint te krijgen is Le Medi in Rotterdam. De Rotterdamse Marokkaan of Marokkaanse Rotterdammer Hassani Idrissi (Fez, 1945) nam voor Le Medi het initiatief. Idrissi kwam in 1970 naar Nederland. ,,Het was toen een politiek woelige tijd in Marokko met veel gevaar, moorden, repressie – heel benauwend allemaal. Nederlanders met wie ik eerder bevriend was geraakt, haalden mij over om naar Nederland te komen. Hier kwam ik terecht in `het welzijn'. Nu ben ik in Rotterdam onder meer adviseur Diversiteits Beleid. Dat houdt bijvoorbeeld in: hoe kunnen Nederlandse instellingen zich opstellen tegenover allochtonen als consumenten.''

Op het Noordplein in Rotterdam liet Idrissi een Marokkaanse fontein bouwen. ,,Rotterdam verkleurt, maar in de fysieke omgeving is daar nauwelijks iets van terug te vinden.'' Dat stoorde hem. ,,En nu staat er een mooi ding voor alle Rotterdammers waar mensen uit Marokko een bepaalde trots aan ontlenen.''

Ook in de stedenbouw en architectuur wilde hij zichtbaar maken dat er binnen de culturele diversiteit in Rotterdam een omvangrijke Marokkaanse bevolkingsgroep bestaat. Hij won de corporaties Woonbron Maasoevers en De Combinatie voor zijn ideeën om een Mediterraan-Marokkaans getinte woonwijk te ontwikkelen. Niet alleen voor allochtone bewoners, maar ook voor een breed publiek dat gecharmeerd is van wonen in een mediterraan architectonisch klimaat.

De stedenbouwkundige plannen die Arthur Oerlemans, directeur wonen van corporatie Woonbron Maasoevers, laat zien voor het gebied in de wijk Bospolder-Tussendijken waar Le Medi zal worden gebouwd, tonen de structuur van een ksar. Dat is een compacte, ommuurde Marokkaanse wijk waar grote families bij elkaar wonen. Oerlemans: ,,Het idee van de ommuurde stad behoort tot de stedenbouwkundige essentie die uit onderzoek naar het bestaansrecht van Le Medi is overgebleven. Het beeld van het Begijnhof in Amsterdam. Als je door de poort binnenkomt heb je het gevoel het gebied van iemand anders te betreden. Je gaat zachter praten, toont meteen respect. De mensen die op Le Medi reageren willen ook dat er een gemeenschapsgevoel gaat ontstaan.''

Onderzoek, ook ter plaatse in Marokko en Turkije, heeft nog meer typologieën opgeleverd die essentieel voor Le Medi zijn. Bijvoorbeeld het gebruik van water als ornament, het strikt gescheiden omgaan met openbare en private ruimten en de typische `meetkundige' decoraties. Over de belangstelling zegt Oerlemans: ,, Wij hebben geen onderzoek gedaan naar etniciteit. Afgaande op namen komen wij uit op vijftien procent allochtoon en de rest gewoon Rotterdams.''

Dankbare bron voor een impressie van het uiteindelijke gezicht en karakter van het project zijn de zogenaamde `referentiebeelden' waarmee driftig wordt rondgestrooid. Stemmingen, sferen oproepen, daar gaat het om. Dat gebeurt onder andere met beelden van Bouznika Bay, een afgesloten resort aan de Atlantische kust tussen Rabat en Casablanca. De vormgeving van de buitenkant, een mix van Andalusische, Sevilliaanse en Californische stijlen, voegt zich wonderwel met Marokkaanse plattegronden. Een dankbaar plaatje is ook de Beverwijkse Bazar, die is gemodelleerd naar een Marokkaanse souk. Hier wordt door veel buitenlandse marktlieden handel gedreven terwijl de meeste bezoekers autochtoon zijn.

Hassani Idrissi zegt over Le Medi: ,,Het gaat zoals het hier altijd gaat. Je begint met een droom en die wordt, volgens goede Nederlandse traditie, tot het uiterste gerationaliseerd. Van de droom blijft weinig over. Ik heb gezegd: als wij de missie hebben om een gebaar naar de stad te maken, dan moeten wij de bezieling vasthouden. Maar het wordt uitgekleed. Iedereen gaat uit eigen belang aan Le Medi trekken en dan wordt in toenemende mate de afstand tot het oorspronkelijke idee groter. Het begon met 350 woningen, nu zijn er 80 woningen over die nog aan de oorspronkelijke Marokkaans-Mediterraanse signatuur beantwoorden. Terzijde aan de Hudsonstraat komen wel vijf blokken met hogere woningen die met terrassen een mediterrane sfeer zullen krijgen waardoor de afstand tot de 80 woningen een beetje wordt verkleind. Die vervaging van Mediterraans-Marokkaanse architectuur is pijnlijk voor mij. Maar ik ben ook een beetje Nederlander geworden en zeg: beter dit dan niets.''

Architectuur in Nederland 2003-2004. NAI Uitgevers, 39,50.

In goede architectuur schuilen vele culturen

De Beverwijkse Bazar is gemodelleerd naar een Marokkaanse souk