De Moore-factor

De mooiste passage in Michael Moore's Bowling for Columbine vind ik die waarin de cineast als lid van de National Rifle Association op bezoek gaat bij voorzitter Charlton Heston om hem te interviewen. Heston ontvangt hem in zijn landhuis, heeft kennelijk geen idee van wie er op bezoek is. Het interview ontwikkelt zich tot een verhoor, de camera houdt het gezicht van Heston vast als door een telescoopvizier, en dan wordt de voorvechter van de revolver voor iedere burger, bang. Als een haas. In die scène wordt geen nieuw feit onthuld. Iedereen weet alles over Heston, behalve dat die man zo schijterig kon kijken.

Er is een oud affiche van een Amerikaanse vereniging tot het bestrijden van het algemeen vuurwapenbezit, waarop de mond van een loop je aankijkt: een groot, door staal omringd zwart gat. Daarbij de tekst: Bekijk het eens van de andere kant. Met de lens van de camera gaat het ook.

Nu Fahrenheit 9/11, waarmee hij in Cannes de Gouden Palm heeft gewonnen. Ik heb de film niet gezien, alleen zoveel mogelijk erover gelezen. Dat er eindelijk beelden van de echte oorlog te zien zijn, dat wil zeggen, van mensen die door een ontploffing uit elkaar gescheurd, aan hun laatste seconden bezig zijn. Joseph Roth, die soldaat was in de Eerste Wereldoorlog, heeft eens een stukje geschreven naar aanleiding van de feestelijke onthulling van een standbeeld op de binnenplaats van een Berlijnse universiteit. Dat standbeeld stelde een soldaat voor die een handgranaat gooit. Het volgende ogenblik zou het ding zijn hand verlaten. Hebt u, vraagt Roth zijn lezers, wel eens het gezicht gezien van iemand die juist door een handgranaat is getroffen? En dan vraagt hij de aandacht voor het absurde, dat dit standbeeld een centrum van wetenschap versiert. Dat was in de jaren twintig (v.d.v.e.). Het stukje van Roth heeft niet geholpen.

Ik propageer de theorie dat iemand, generaal, president, minister, die iets wil bombarderen, eerst zichzelf moet laten bombarderen, al is het maar een minuut. En als zo iemand een land wil veroveren, moet hij eerst de tijd nemen om er per openbaar vervoer een flinke reis doorheen te maken, in de dorpsherberg logeren, enz. Dat doen ze ook niet. Nauwelijks een maand geleden ontstond in Amerika een flinke rel toen er foto's in de media verschenen met de kisten waarin de gesneuvelden terugkeerden. Zou Napoleon aan Rusland zijn begonnen, als hij eerst het hoofdstuk over de Slag bij Borodino in Tolstoj's Oorlog en vrede had gelezen? Of onze schoolplaat van Johan Herman Isings had kunnen zien, de Overtocht van de Berezina?

Zulke kunst komt altijd te laat. En als het kunstwerk goed is, heeft het een paradoxaal effect. Er ontstaat een geweldige ruzie over. Uitsluitend naar de ontluikende ruzie te oordelen is Fahrenheit 9/11 een uitstekende film. De tegenstanders roepen: `Allemaal oud nieuws!' De New York Post van Rupert Murdoch, die de president al sinds hij zich kandidaat stelde iedere dag heilig verklaart, heeft de film in een verscheidenheid van bewoordingen tot grote flauwekul uitgeroepen. Het is jammer dat drukinkt nog niet de kleur kan aannemen van het gevoel waarmee de tekst is geschreven. Die uitvinding komt nog wel. De Post is dan voor het grootste deel groen en geel.

En dan is er nog een verschijnsel, zo zal ik het maar noemen. Michael Moore was al een beroemdheid, met zijn Columbine en zijn boek Dude where is my country (waarvan er honderdduizenden verkocht zijn). Nu, met deze film kan hij nog beroemder worden, als Politieke Factor, net als Woodward en Bernstein met Watergate. Moore kan bevorderen dat George W.Bush niet wordt herkozen. In deze tijd wil iedereen zo'n man even aanraken, en als het kan ook interviewen. In mijn begeerte om alles over Fahrenheit 9/11 te lezen, kocht ik The Observer, het Britse zondagsblad, dat afgelopen zondag een groot interview met de beroemdheid beloofde. Groot is het: anderhalve pagina. Maar wat wilde het geval? De journalist, Andrew Anthony, kreeg de beroemdheid een kwartier te spreken, en dat in gezelschap van nog twee collega's. Verklaarbaar, lijkt me. In Cannes mogen de beroemdheden blij zijn als ze niet onder de voet worden gelopen. Na dat kwartier was er voor Anthony niet veel te schrijven. Toch staat boven die anderhalve pagina de kop MICHAEL AND ME. Het is een van de mooiste voorbeelden van afzeikjournalistiek die ik onder ogen heb gehad. In Nederland kunnen we er wat van leren. Dit is lesmateriaal voor een journalistenschool.

Als Moore zo doorgaat komt er een ogenblik waarop we de documentaire Moore over Moore kunnen zien. Voltooiing van een tijdsbeeld.