De belastende foto's van Vietnam

Het was een tijd van tegenslagen. Het militaire conflict, ver weg van huis, verslechterde met de dag en aan het thuisfront groeide het verzet. Toen er belastende foto's kwamen waarop het weerzinwekkend geweld van Amerikaanse militairen tegen de burgerbevolking was te zien, adviseerde de minister van Defensie de nationale veiligheidsadviseur van de Amerikaanse president het materiaal liever niet te bekijken, want ,,het is tamelijk vreselijk''.

De dertig jaar oude telefoonconversaties van Henry Kissinger, de toenmalige nationale veiligheidsadviseur van president Richard Nixon, klinken opmerkelijk actueel. De neerslag van die gesprekken, meer dan 20.000 pagina's tekst, zijn deze week, geheel tegen de zin van Kissinger zelf, op grond van de Wet Openbaarheid vrijgegeven door de Amerikaanse National Archives. Uit die documenten blijkt dat de regering van president Nixon, net als die van de huidige president Bush, zwaar in haar maag zat met het aanhoudende slechte nieuws van het front.

En net als bij de kwestie over mishandelende Amerikaanse militairen in Irak speelden ook in Vietnam foto's een grote rol. De afschriften van de gesprekken die Kissinger in 1969 voerde na het bekend worden van de Amerikaanse massamoord in het Vietnamese dorp My Lai tonen aan dat ook de regering van president Nixon onaangenaam door het nieuws werd getroffen.

In gesprek met minister van Defensie Melvin Laird overwoog Kissinger geen ruchtbaarheid te geven aan het nieuws en de foto's te laten verdwijnen. Maar zegt Kissinger dan, ,,het leger probeert de foto's in beslag te nemen, maar dat lukt niet''.

Er zijn meer overeenkomsten. Kissinger doet volgens de Amerikaanse krant Los Angeles Times, die de documenten heeft ingezien, verwoede pogingen om ondanks zijn eigen scepsis over het verloop van de oorlog tegenover tal van Amerikaanse gesprekspartners, columnisten, artiesten (Bob Hope), vredesactivisten (onder wie de huidige presidentskandidaat John Kerry) en politici (de toenmalige gouverneur van Californië Ronald Reagan) een positief beeld te schetsen. In de documenten zijn verscheidene voorbeelden terug te vinden waarin Kissinger de publieke opinie naar zijn hand tracht te zetten. Zo geeft hij Ronald Ziegler, de persvoorlichter van het Witte Huis, de opdracht te ,,zeg[gen] dat we belangrijke doelen hebben bewerkstelligd'' terwijl de ene na de andere nederlaag plaatsheeft in Vietnam.

Uit één conversatie blijkt dat president Nixon te dronken was om aan de telefoon te komen. Dat gebeurde in 1973, net na het begin van de Arabisch-Israëlische oorlog, toen een medewerker van de Britse premier Edward Heath opbelde in een poging hem in contact te brengen met Nixon om te praten over de oorlog. Kissinger vraagt dan: ,,Kunnen we nee zeggen? Toen ik met de president sprak was hij lazarus.''