Correctierubriek kan royaler

Foutloze kranten bestaan niet. Daarom heeft elke zichzelf respecterende krant – ook deze – een rubriek met correcties. En zelfs daar is wat op aan te merken.

Op het eerste gezicht valt het aantal fouten in NRC Handelsblad erg mee. Zes keer per week vervaardigt de redactie een hoeveelheid artikelen en foto's die dagelijks een boek kan vullen. Toch blijft het aantal correcties op pagina 2 beperkt tot gemiddeld één à twee per dag.

Maar schijn bedriegt. Allereerst zijn er kleine fouten die niet voor correctie in aanmerking komen. Een stijlfout of een verkeerde spelling, die verder geen misverstand wekt, wordt niet hersteld. Maar het gezichtsbedrog wordt vooral veroorzaakt doordat een deel van de fouten elders wordt rechtgezet. Columnisten rectificeren zelf in een volgende aflevering, de wekelijkse katernen hebben eigen correctiehoekjes en ook in de rubriek ingezonden brieven worden fouten gesignaleerd.

Sommige fouten komen pas na weken of maanden aan het licht, als een vervolgverhaal eerdere berichtgeving op losse schroeven zet. Dat gebeurde begin maart met de gefingeerde afpersing van een winkelier. Eind april bleek een aanslag in Damascus ten onrechte toegeschreven te zijn aan Al-Qaeda.

De correctierubriek meldt een kleine 400 fouten per jaar kleine, maar ook ernstige. Het ergst zijn verkeerde citaten, onjuiste feiten en `weggevallen' woorden (vooral het cruciale `niet') die de strekking van het verhaal aantasten. Af en toe suggereren koppen meer dan het artikel rechtvaardigt; ook dat moet soms worden rechtgezet.

Onwaarschijnlijk vaak gaat er iets mis in bijschriften. Bijna elke week worden wel een keer namen van fotografen of – erger nog – gefotografeerden verwisseld. Ook in artikelen gaat het wel eens mis met namen van personen en instellingen. Henk Meijer blijkt Wim Meijer te zijn, met Chirac is Giscard bedoeld en waar Gasunie staat moeten we NAM lezen. En de topman van TPG heet natuurlijk niet Marco Bakker, maar Peter. Leve de Fehlleistung.

Ook met getallen is het uitkijken. In Turkije wonen niet tien keer zoveel mensen als in de tien nieuwe EU-landen samen en zelfs in Nieuw Zeeland vind je geen schapen op een hoogte van 5.000 meter – wel op 5.000 voet. De schilder Malevitsj heeft niet 25 maar 35 erfgenamen en de Nederlandse aardappeloogst wordt niet in kilo's gemeten maar in tonnen. Bij elk getal zou even een waarschuwingsteken op het redactionele beeldscherm moeten verschijnen. Let op!

Fouten in namen, functies, getallen en data lijken onschuldig, maar ze blijven pijnlijk. Soms staan er verkeerde omzet- of winstcijfers van bedrijven in de krant, wat beleggers kan misleiden. Een verkeerde datum in een agendarubriek kan ertoe leiden dat u voor een dichte deur komt.

Dubbel pijnlijk is het als een toch al ernstige correctie opnieuw gecorrigeerd moet worden, zoals in het geval van de reeds overleden dichters Arends en Vaandrager, die uiteraard niet aanwezig waren tijdens de Nacht van de Poëzie (eerste correctie) en wier gedichten wel genoemd maar niet voorgedragen werden (tweede correctie). Maar het kan nog erger, bijvoorbeeld wanneer de krant meldt dat een 70-jarige ex-politica `jong gestorven' is, terwijl ze nog leeft. Die fout werd met excuus van de hoofdredactie – in een bericht op pagina 3 hersteld (1 september 2003).

Door zorgvuldige correctie van de eigen kopij en strenge eindredactie kunnen fouten worden voorkomen, maar helemaal foutloos zal de krant nooit worden. Dus blijven rechtzettingen nodig. Een krant als The Guardian heeft daarvoor een aparte redacteur, die de lezers aanspoort fouten zo snel mogelijk te melden. Van zijn populaire rubriek `Corrections and Clarifications' maakt hij jaarlijks een bloemlezing in boekvorm. De Volkskrant, die tot voor kort haar fouten wegmoffelde onder het kopje `Abuis', laat de correcties nu verzorgen door haar ombudsman. Het aantal correcties is flink toegenomen.

NRC Handelsblad heeft al jaren geleden gekozen voor de heldere kop `Correcties & Aanvullingen'. Daarin worden fouten ruiterlijk hersteld; aanvullingen komen weinig voor. De rubriek hoort op pagina 2, maar staat een enkele keer op pagina 3, wat de vindbaarheid niet ten goede komt.

Nog ingewikkelder is dat ook correcties worden opgenomen in de wekelijkse katernen. Daar verschijnen verbeteringen op de bijlage van de vorige week. Handig voor lezers die de krant alleen in het weekeinde lezen, maar veel te laat, zowel voor de gedupeerde als voor de trouwe lezer die dagelijks zijn krant spelt en er op rekent dat fouten zo snel mogelijk worden gerectificeerd.

In de `gewone' krant volgen rectificaties meestal binnen enkele dagen. Een enkele maal duurt het langer, in een zeer uitzonderlijk geval (4 oktober 2003) zelfs een maand. Maar dat betrof dan ook een langslepende zaak waarbij een advocaat van Haagse krakers een – voor de lezers niet meer te begrijpen – rectificatie afdwong.

Snelheid is een belangrijk punt, want niet herstelde fouten gaan een eigen leven leiden. Mensen slaan ze op in hun eigen geheugen, vertellen ze door aan anderen, nemen ze over op websites. Het is bijna niet te voorkomen dat fouten voortleven via cyberspace. De krant zet in de eigen databank onderaan een gerectificeerd bericht wel wat er verbeterd is, maar dat gebeurt soms pas dagen later. En dan nog bestaat het risico dat iemand het bericht in het elektronisch archief niet helemaal uitleest en daardoor de rechtzetting mist.

Systematische bestrijding van fouten kan het best door snelle en duidelijke signalering. De mooiste plaats daarvoor is de pagina waar ook de brieven van lezers staan. Die combinatie is zinnig, want ook kritische lezers zorgen voor correcties en aanvullingen. Zo schrijdt de waarheid voort.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist', blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf

    • Piet Hagen