Brug met pijlers hoger dan Eiffeltoren

Morgen wordt de hoogste brug ter wereld, bij Millau, voltooid. In de week dat een ander staaltje van Frans vernuft, een vertrekhal van vliegveld Roissy, instortte.

Morgen reizen de Franse premier Jean-Pierre Raffarin en zijn minister van Transport Gilles de Robien naar het Zuid-Franse Millau om daar de voltooiing van de hoogste brug ter wereld, over de rivier de Tarn, bij te wonen. Dat zouden ze gisteren doen, maar op het allerlaatste moment gingen ze niet. Hoewel de bouw voor ligt op het schema, waren de voorbereidingen op het laatste stukje overbrugging, nog altijd 129 meter, toch nog niet afgerond en moest dus het feestelijke moment worden uitgesteld. De ingebruikstelling heeft plaats op 17 december, bijna een maand eerder dan voorzien.

Toch klinkt het bericht van het uitgestelde bezoek, in de week waarin een deel van een ultramoderne vertrekhal van het Parijse vliegveld Roissy instortte, bijna onvermijdelijk onheilspellend. Mocht er ooit iets mis gaan met de brug, dan zal het uitstel gememoreerd worden als een teken aan de wand. Zonder dat teken zijn er overeenkomsten met de rampzalige vertrekhal, en niet alleen omdat beide bouwwerken in ijltempo – mogelijke oorzaak voor de ramp op Roissy – zijn neergezet.

De 270 meter hoge brug kan een minstens even opzienbarend staaltje van geavanceerde architectuur genoemd worden als de ingestorte vertrekhal, met haar reusachtige, ogenschijnlijk zwevende betonnen overkappingen. De brug is, net als de vertrekhal van Roissy, zolang als het tegendeel niet bewezen is, een voorbeeld van `typisch' Frans technisch vernuft, de binnen de landsgrenzen bijna spreekwoordelijke excellence française.

Die maakte het mogelijk om binnen ruim twee jaar een brug te bouwen van bijna 2,5 kilometer lang, die rust op slechts zeven pijlers, waarvan de hoogste met 245 meter 10 meter hoger is dan de Eiffeltoren. Het dek, waarvan de bovenste laag ter optimalisering van de beweeglijkheid slechts 14 millimeter dik is, weegt 36.000 ton, tegenover 205.000 ton voor de pijlers. Die zijn overigens, net als de stalen bedekking van de betonnen overkapping van de vertrekhal op Roissy, vervaardigd door Eiffel, de staalafdeling van de firma Eiffrage, die het viaduct gebouwd heeft.

De brug is berekend op stormstoten van 220 kilometer per uur (terwijl ter plaatse nooit meer dan 150 kilometer gemeten is) en op temperaturen van min 35 tot plus 45 graden Celsius. Het betekent dat de brug flexibel genoeg is om over de gehele lengte in totaal 2,2 meter te krimpen en uit te zetten en toch stevig genoeg om overeind te blijven onder het geweld van denderend vrachtverkeer. Volgens ingewijden had de brug, ten behoeve waarvan de landmetingen per satelliet zijn gedaan, tien jaar geleden nog niet gebouwd kunnen worden.

De door de Britse architect Lord Norman Robert Foster ontworpen brug verbindt het kustgebied van de Larzac met de Causse Rouge, ter hoogte van Millau. Dit bijna dertigduizend inwoners tellende plaatsje gaat als knooppunt op de route tussen Béziers en Clermont-Ferrand verlost worden van zowel onder Fransen als toeristen beruchte files. Het viaduct wordt een door Eiffrage zelf geëxploiteerde tolweg, waarvoor naar verwachting dagelijks twaalfduizend gebruikers ruim zes euro gaan betalen en vrachtverkeer ruim negentien euro. De overheid, die een concessie van honderdtwintig jaar heeft afgegeven, heeft geen geld gestoken in de brug, die 310 miljoen euro heeft gekost. De hoop is dat het viaduct het gebied voldoende ontsluit om werkgelegenheid aan te trekken.