Column

Braboos

Drs. Tony van der Meulen is hoofdredacteur van het Brabants Dagblad. De goede man heeft al een aantal jaren een vriendinnetje. Een jong meisje uiteraard. Gescoord op de redactie. Zij nam haar snuffelstage erg letterlijk. Dat de heer Van der Meulen een wipkipje heeft lees je uiteraard niet in het Brabants Dagblad. Dat zou niet leuk zijn voor mevrouw Van der Meulen. En ook niet voor de kinderen van de doctorandus. Zulke dingen schrijf je niet.

Hoe ik het weet? Donderdagavond at ik een hapje in een heerlijk restaurant in Den Bosch. Ik kwam daar omdat het mij de avond ervoor uitstekend bevallen was. De eigenaar was nogal verbolgen over het feit dat hij was lastiggevallen door een journaliste van het Brabants Dagblad die wilde weten met hoeveel mensen de wereldberoemde cabaretier Youp van ’t Hek de avond ervoor bij hem gegeten had. Ze wilde ook weten wat ik gegeten en gedronken had.

Ik begreep inmiddels dat ik gestalkt werd. In mijn hotel was een foeilelijke vrouw van het Brabants Dagblad verschenen en die had de receptioniste het uniform van het lijf gevraagd. Of ik alleen was? Hoe lang ik bleef? Wat ik zoal deed de hele dag en of ze mijn kamer mocht zien? Opeens stond de heks aan mijn ontbijttafeltje. Een tafeltje waar ik niet alleen aan zat. De vrouw tegenover mij was niet mijn echtgenote.

De eigenaar van het restaurant zei tegen de journaliste dat ze beter de hoofdredacteur een keer een dagje kon volgen. Die eet hier regelmatig op kosten van de zaak met een heel jong dingetje. Vooral dat bonnetje irriteerde de man. Dat je vreemdgaat oké, maar dat je het door de baas laat betalen!

,,Waarna hij voor een paar uur een kamer in hotel Mövenpick neemt voor een niet vegetarisch toetje”, vertelde een man aan de bar. Hij was jaren portier van dat hotel geweest. Mövenpick bestaat echt en is in dit geval geen woordspeling. Heel Den Bosch weet dat hij een mokkeltje heeft. Tot zijn buren aan toe. Alleen zijn vrouw weet het nog niet.

,,Zal ik het zaterdag in de NRC zetten”, vroeg ik aan het gezelschap.

,,Nee, want dat meisje heeft een vriendje en haar ouders zijn bekende Bosschenaren. Haar gun ik dat niet”, opperde een andere man, die de heer Van der Meulen vooral sneu vond omdat hij zich met zijn doctorandustiteltje in het colofon van het plaatselijke sufferdje liet vermelden.

,,Heeft ooit nog een boekje over kerken geschreven”, vertelde dezelfde man, ,,maar van bordeelinterieurs weet hij ook alles. Maar schrijf dat maar niet op! Dat is niet leuk voor zijn familie.”

Ik beloofde het niet te doen. Donderdagavond doolde ik na een chaotische, maar leuke voorstelling nog even door het gezellige ‘s Hertogenbosch en keek steeds om of die Eucalypta van het Brabants Dagblad achter me liep. Dat kust niet prettig.

In café De Haverkist legde ik uit waarom ik zo nerveus naar de deur keek. Bang voor de Bossche Wilma Nanninga in haar legergroene jack. Ook daar kende men diverse verhalen over Drs. Tony van der Meulen.

Iedereen schoot in de lach toen ik vertelde dat ik gehoord had dat hij een vriendinnetje had.

,,Eén? Wel vier.” Er ontstond een levendige discussie over het aantal meisjes dat hij in zijn veertienjarige carrière had gehad. En zijn versiertrucjes waren ronduit ordinair. Daar was Ruud Lubbers een gecastreerde koorknaap bij. We besloten het onder ons te houden. Vooral de barman vroeg me of ik het niet op wilde schrijven.

,,Ik ben Heleen van Royen niet”, lachte ik naar het gezelschap.

,,Voor je het weet lig je exclusief bij het Kruidvat”, grinnikte een klein dik mannetje aan de bar.

Toen ik om een uur of drie mijn hotel binnen wilde gaan, zag ik haar staan. In de schaduw van de parkeergarage. Een meisje zo lelijk dat de redactie haar de hele dag op pad stuurt. Ze was duidelijk teleurgesteld dat ik alleen was. Ik stapte regelrecht op haar af en vroeg of ze nog een gezellig bordeel wist.

,,Mag ik daar morgen dan heen bellen en vragen wat u het lekkerste vond?”

,,Jij mag alles”, fluisterde ik, ,,en wens je baas een prettig weekeinde!”