Wellinks recept: langer werken, minder lenen

Azië rukt op, en dat vergt meer aanpassingsvermogen van de Nederlandse economie, vindt bankpresident Wellink.

Het minste uren werken en de hoogste schuld met zich meetorsen. Het is een combinatie die president Nout Wellink van de Nederlandsche Bank zorgen baart. Nog voordat deze zomer een bal heeft gerold heeft bankpresident zijn oordeel klaar. ,,Nederland is op meerdere fronten kampioen.''

Die hoge schuld van het gemiddelde Nederlandse huishouden is vooral het gevolg van de hypotheken die, internationaal gezien, behoorlijk zwaar zijn. En dat is weer het gevolg van de mogelijkheid in Nederland om de rente van de belasting af te trekken. Wat Wellink betreft mag er snel een einde komen aan die volledige aftrek.

,,Het is al langer duidelijk dat de fiscale ondersteuning volledig in de huizenprijs is gaan zitten. De aftrek heeft gewoon niet gewerkt zoals het was beoogd.'' Concrete ideeën om de aftrek af te bouwen laat Wellink aan de politiek over, maar er moet wel iets gebeuren: de slecht werkende regeling kost de overheid immers veel geld. ,,En voordelen in het buitenland hebben bewezen dat je die aftrek geleidelijk kan beperken zonder de woningmarkt te beschadigen''.

Wellink kon vanochtend, in een toelichting op het jaarverslag van de Nederlandsche Bank, wijzen op de steun van de OESO. Deze organisatie van de dertig rijkste landen pleitte gisteren in een landenrapport voor een geleidelijke afschaffing van de aftrek. Op steun van de regeringspartijen hoeft Wellink niet te rekenen, want in Den Haag is het `h-woord' te explosief om in de mond te nemen.

Op zijn beurt kan het kabinet-Balkenende wel op steun van Wellink rekenen in zijn pogingen om de gemiddelde Nederlander langer te laten werken. Allereerst door zelf te blijven werken, ,,ook al heb ik de vut-gerechtigde leeftijd al bereikt''. Juist de mogelijkheid om vroeg uit te treden, het pre-pensioen, was een paar dagen geleden inzet van het inmiddels mislukte Voorjaarsoverleg. De vakbonden hebben hun hand overspeeld, vindt Wellink. ,,Voor mijn gevoel had de regering al behoorlijk wat concessies gedaan. Wanneer de levensloopregeling volledig wordt ingezet om eerder te stoppen met werken, dan kan je uitkomen op 60,75 jaar. ,,De OESO had daar ook nog wel wat vraagjes over.''

De centrale-bankpresident laat zich niet uit over de pensioenleeftijd die hij het best acht voor de economie. ,,Ik vind het vooral belangrijk dat er feitelijk langer wordt gewerkt. Of dat nu via een langere werkweek gaat of via een latere pensioenleeftijd, dat maakt mij niet zoveel uit.''

Ook in internationaal perspectief is de discussie over langer werken van groot belang. Alleen met een flexibel werkende economie kan de concurrentie uit Azië het hoofd worden geboden. ,,We hebben eerder de concurrentie uit Japan zien loskomen, maar wat er de komende jaren gaat gebeuren heeft een onvergelijkbare schaal. Landen als China en India zorgen voor effecten die wel tienmaal zo groot zijn'', zegt Wellink.

Het gevolg van de Aziatische concurrentie zal zijn dat Westerse bedrijven doodeenvoudig uit een aantal sectoren zal verdwijnen. Maar er zijn ook positieve effecten. ,,Wanneer een wasmachine uit China goedkoper wordt, houdt de consument geld over voor andere producten. Maar die producten moeten er dan wel zijn.''

Pessimistisch over het aanpassingsvermogen van Nederland is Wellink niet. ,,We zien verschillende sectoren – los van de conjunctuur – uitbreiden of juist krimpen. Die sectoren zijn bezig zich aan te passen. In vergelijking met de vorige cyclus [neergang en groei van de economie] zie je dat dat aantal sectoren toeneemt.'' Goed nieuws vindt Wellink, ook al loopt de werkgelegenheid met name in de chemie, de papier- en textielindustrie terug. In de metaal, de kunststofindustrie en bij de banken neemt het aantal banen juist relatief toe.

Aanpassen op de concurrentie uit het Oosten is noodzakelijk. ,,Als dat maar niet leidt tot protectionisme'', zegt Wellink die vreest voor een roep om hoge invoerrechten en importbeperkingen. Een nieuw kampioenschap kan hem gestolen worden.