`We zijn hier te decadent en gemakzuchtig geworden' Jacques Pelkmans

Het Nederlandse Europadebat gaat uitsluitend nog over de kosten van de Europese samenwerking. Maar Nederland heeft juist groot belang bij versterking van de interne Europese markt, stellen de economen Jacques Pelkmans en Kees Goudswaard. Zij werkten mee aan het rapport `Met Europa meer groei' dat deze week bij de Sociaal-Economische Raad werd gepubliceerd. Hoe bereiken we meer welvaart, is de kernvraag waar politici zich op moeten richten. Een Europees pensioenstelsel, een Europese markt voor kenniswerkers en langer werken zijn noodzakelijk wil Europa niet afglijden. Het sociale gebouw kraakt in zijn voegen. Als het tij niet keert gaat Europa het stagnerende Japan achterna.

Nederland zou radicaler te werk moeten gaan, vindt Jacques Pelkmans, Europa-econoom. Nodig honderd Nederlandse toponderzoekers uit in twintig vakken die in Amerika werken. Organiseer een congres en vraag ieder om in vijf pagina's op te schrijven onder welke voorwaarde hij of zij wil terugkeren naar Nederland.

,,Minister Brinkhorst (Economische Zaken) en Van der Hoeven (Onderwijs) zouden zo'n conferentie moeten organiseren. Dan weten politici precies wat ze te doen staat'', zegt Pelkmans. ,,Je moet jezelf keihard in de spiegel zetten.''

Deze suggestie van Pelkmans staan níet in het jongste rapport dat de sociaal-economische deskundigen van de SER deze week uitbrachten.

De opstellers horen nu eens niet tot de drie partijen (werkgevers, vakbeweging, overheid) die het `poldermodel' domineren. Het zijn onafhankelijke Kroonleden van de SER en externe deskundigen zoals Pelkmans, die werkzaam is bij de Wetenschappelijk Raad voor het Regeringsbeleid in Den Haag en als hoogleraar is verbonden aan het Europacollege in Brugge.

Pelkmans: ,,Bij innovatie horen nieuwe ideeën, nieuwe initiatieven, nieuwe bedrijven en risico's durven nemen. Wil Nederland, en Europa, werkelijk een sprong voorwaarts maken naar een concurrerende kennissamenleving, dan moet je academische en financiële prikkels invoeren, toelatingsexamens bij studenten en nationale onderzoeksbudgetten gedeeltelijk durven europeaniseren.''

De Europese Unie neemt slechts zes procent van alle publiek gefinancierd Europees onderzoek voor haar rekening. Het haalt dus pas echt iets uit als je die 94 procent op nationaal niveau prestatiegerichter kunt maken. Als je op den duur de helft van die nationale potten europeaniseert krijgt Europa een geweldige innovatieve stimulans, zegt Pelkmans.

Nederland laat volgens de opstellers van het rapport op Europees niveau kansen liggen. In plaats van zich te richten op de economische kerntaken van de Europese Unie, gaat het Europadebat enkel nog over de kosten van Europa en of Polen wel of niet in Nederland mogen werken. De politieke cultuur is in zichzelf gekeerd en dat is niet in het belang van Nederland. Met een open economie die voor tachtig procent producten en diensten exporteert naar andere Europese landen, is Europa voor ons van wezenlijk belang, zegt Pelkmans.

,,Een goed werkende interne markt is de ruggengraat van de Nederlandse economie. Hoe kan Europa meer economische groei organiseren en de arbeidsproductiviteit verhogen? De interne markt kampt met teveel belemmeringen die een hogere groei in de weg staan. Daar moet Nederland zich mee bezig houden.''

De veroudering van de bevolking en de stagnatie van de Europese economieën vereisen diepgaande hervormingen. ,,Wil de verzorgingsstaat op een behoorlijk niveau kunnen worden gehandhaafd, dan moeten alle zeilen worden bijgezet.'' Doen we niets, dan gaat Europa volgens Pelkmans Japan achterna, waar de stagnatie ruim tien jaar geleden is ingezet.

Maar noodzakelijke veranderingen worden in West-Europa en Nederland geblokkeerd. Daarover maakt Pelkmans zich grote zorgen. ,,De sense of urgency dat structurele hervormingen nodig zijn is er onvoldoende. Er zijn te veel gevestigde belangen.'' Dat geldt niet alleen voor Nederland, waar het voorjaarsoverleg spaak loopt omdat de sociale partners het niet eens worden over verkorting van het prepensioen. In Frankrijk, Italië en Duitsland is het niet anders.

,,In Duitsland zet de achterban van bondskanselier Schröder de hakken in het zand bij het doorzetten van sociale hervormingen. De Franse premier Raffarin was dapper en weerstond grote demonstraties in Parijs tegen de kortingen op pensioenen. En wat gebeurde er? Hij werd politiek afgestraft. Politici krijgen de veranderingen niet verkocht. De burgers worden woedend zodra politici hun persoonlijke plannen doorkruisen en ze denken: na mij komt de zondvloed. De volgende generatie moet het maar opknappen.''

Dat is precies wat volgens Pelkmans niet kan. Andere vormen van pensioenfinanciering, minder fiscale aftrek bij vervroegd uittreden, meer werken en langer doorwerken – het zijn allemaal noodzakelijke maatregelen waarmee niet snel genoeg kan worden begonnen. ,,Wat betreft arbeidsparticipatie kraakt het sociale gebouw aan alle kanten.'' Daar kan de Europese Commissie niets aan doen, dat moeten de Europese landen zelf verbeteren. West-Europeanen zijn decadent geworden, te gemakzuchtig, zegt Pelkmans.

De prestatiemoraal, het arbeidsethos – het verslapt allemaal. Korter werken, zo vroeg mogelijk met pensioen en lange vakanties zijn populair. Ieder risico moet worden afgedekt. ,,Deze trend moet gekeerd worden. Je kunt geen risicoloze maatschappij willen, die economisch ook nog groeit. Europa moet fors investeren in kennis, innovatie, toepassing van nieuwe technieken.''

Pelkmans is geen doemdenker, het tij kan nog keren. De economische dynamiek en de snel oplopende arbeidsproductiveit die in het westen ontbreken, ziet hij gelukkig terug in Oost-Europa. ,,Ondanks het gemopper over corruptie worden de Oost-Europese economieën een success story. Ze moeten het wel zien vol te houden. Maar ze leren snel en maken handig gebruik van hun voordelen zoals lage lonen en lage belastingtarieven. Het is niet ondenkbaar dat de Oost-Europese concurrenten West-Europa prikkelen eindelijk te vernieuwen.''