`Waarom bent u er zolang ingetrapt?'

De kritische zelfstudie van The New York Times is massaal becommentarieerd. Soms met bewondering, maar ook kritisch. ,,Had u maar voor de verkiezingen nauwkeuriger gerapporteerd over Bush en Cheney, dan hadden we nu geen oorlog gehad'', aldus een Amerikaanse lezer.

,,Toen ik `The Times and Iraq' las, dacht ik: niet goed genoeg. U bent The New York Times. Wij in de airconditioned wildernis die hun verstand nog bezitten hebben iedere ochtend uw scherpe ogen nodig. Falen en zelfkastijding brengen het in Irak verspilde bloed niet terug. De waarheid, in ieder stuk, het is een onmogelijk hoge standaard. Maar dat is waar The New York Times voor staat. Aan het werk!''

De ingezonden brief, getekend: Jon Bell, Tucson, Arizona, was één van de negen die de opiniepagina van Amerika's belangrijkste dagblad vanmorgen plaatste nadat de hoofdredactie gisteren publiekelijk te biecht was gegaan over de eigen Irak-berichtgeving. Verschillende nieuws-makende reportages tussen 2001 en 2003 over Saddam Husseins massavernietigingswapens waren onjuist en onvoldoende geverifieerd geweest.

De krant beloofde beterschap en noemde het verhaal over Iraks wapens en het hele patroon van desinformatie `unfinished business', al was het maar omdat The Times mede slachtoffer was geworden van de zelfde leugens waar de regering-Bush haar argumentatie voor de oorlog tegen Irak op heeft gebaseerd.

Sommige lezers spreken hun bewondering uit voor de moed van de hoofdredactie om gemaakte zware fouten te erkennen. Eén briefschrijver hoopt dat de president dat voorbeeld volgt. Andere brieven missen een voldoende mate van gêne. Hoe verklaart u dat u er zo lang in getrapt bent? Waarom hebt u gewacht tot de val van Ahmed Chalabi, lange tijd de favoriete Irakees van de regering-Bush, voordat u erkent dat ook u zijn `inlichtingen' voor waar hebt aangenomen?

Een lezeres uit Hamden, Connecticut, veronderstelt: ,,Misschien hadden u en andere nieuwsmedia een nauwkeuriger beeld van George W. Bush en Dick Cheney moeten schetsen vóór de laatste verkiezingen. Dan hadden we nu helemaal geen oorlog tegen Irak gehad om over te berichten.''

Over de publicatie van de kritische zelfstudie van de Times is massaal gerapporteerd in andere Amerikaanse media, soms feitelijk, soms kritisch, maar nergens met leedvermaak. Daniel Okrent, de public editor (ombudsman) van de krant heeft toegezegd zondag zijn licht op de affaire te laten schijnen. Eerder zag hij daar van af omdat het ging over een periode waarin hij er nog niet was.

De erkenning van de hoofdredactie van de Times dat de krant bij herhaling overdreven stellig heeft bericht over Saddams wapenprogramma's is niet alleen van direct belang voor de geloofwaardigheid van The New York Times zelf. Veel regionale kranten in de Verenigde Staten zijn geabonneerd op de NYT-nieuwdienst. Het was vanmorgen nog niet goed te overzien of hoofdredacties van kranten, die de gewraakte reportages overnamen, ook excuses zouden maken.

De rode streep die de Times door veel van haar `onthullingen' haalt is ook een belangrijk element in de nationale analyse van wat er fout is gegaan. De betrekkelijk agressief geformuleerde reportages met geheimzinnige maar als betrouwbaar gebrachte bronnen hebben de regering sleutelargumenten verleend om het Congres en de publieke opinie ervan te overtuigen dat een oorlog tegen Saddam Hussein onvermijdelijk was.

Zo berichtte de Times in oktober en november 2001 over trainingskampen waar terroristen werden getraind in het gebruik van biologische wapens, en in december 2001 over het weer opstarten van programma's van chemische, biologische en kernwapens. In september 2002 werden Saddams fervente acties voor het verwerven van alle essentiële onderdelen voor een A-bom beschreven, met inbegrip van de onderschepte aluminium pijpen.

De krant verifieerde de wereldwijd van Iraakse vluchtelingen opgepikte informatie wel bij defensie- en inlichtingendienst-bronnen in Washington. Dat leverde voornamelijk positieve reacties op omdat men grotendeels de zelfde bronnen gebruikte: Chalabi en zijn Iraaks Nationaal Congres-netwerk. Het groeiend gemor binnen de Amerikaanse diplomatie en bij veel deskundige analisten van de CIA en andere inlichtingendiensten werd niet, of ver binnenin de Times beschreven.

De enige nieuwsorganisatie die al in 2002 ruimte gaf aan die stem van de twijfel, en sindsdien bleef aantonen dat de regering-Bush inlichtingen uit één hoek kreeg en analisten met andere meningen de mond snoerde, was de Washingtonse redactie van de Knight-Ridder-persgroep, een keten van regionale dagbladen. Omdat die geen kranten hebben die in New York of Washington verschijnen, viel die berichtgeving nauwelijks op bij de smaakmakers in de landelijke media.

De biecht van de New York Times maakt één ding pijnlijk duidelijk: de regering had vrij spel, en werd geholpen door de als Bush-kritisch bekend staande New York Times. Als de pers en het Congres hun werk naar behoren hadden gedaan, en zich niet hadden laten koeioneren door het Witte Huis, hoe anders zou de geschiedenis er uit hebben gezien, verzuchtte een Times-lezeres uit New Jersey vanmorgen.

De zaak blijkt nog een ander staartje te hebben. De gisteren toegegeven en geanalyseerde vergrijpen tegen de journalistieke beroepscode vonden plaats onder het hoofdredacteurschap van Howell Raines. Die moest een jaar geleden aftreden nadat aan het licht was gekomen dat de `jonge, veelbelovende' redacteur Jayson Blair op grote schaal nieuws uit zijn duim had gezogen.

In het hoofdredactioneel krijgt de Raines-equipe impliciet schuld toegeschoven met één voor de insiders glashelder zinnetje: ,,Op verschillende niveaus binnen de redactie had men verslaggevers meer sceptische vragen moeten stellen in plaats van zo snel mogelijk primeurs in de krant willen zetten.'' Tegenstanders van Raines vonden steeds dat hij de redactie onder onredelijke druk zette om eigen nieuws te produceren.

Raines sloeg gistermiddag direct terug. In een email aan de Los Angeles Times (het makkelijkst te lezen op http://poynter.org/forum/?id=misc#raines) verklaart hij nooit in zijn loopbaan `onrijp' nieuws in de krant te hebben geplaatst. Hij ontkent het bestaan van een `primeurplicht' onder zijn bewind en wijst er op dat de betreffende primeurjagers veel waardering oogstten van Bill Keller, zijn opvolger, en diens medeleden van de hoofdredactie.

The New York Times had vanmorgen weer eigen nieuws over de omstreden verhoren in Irak. De berichtgeving gaat door tijdens het zwartepieten.