TNO: vroeg met pensioen populair

Zo'n 63 procent van de vijftigplussers wil niet doorwerken tot het 65ste jaar. Slechts 18 procent van deze groep wil dat wel. Van de vijftigplussers zegt bovendien 43 procent niet in staat te zijn om in de huidige functie door te werken tot het 65ste jaar.

Dat blijkt uit een vanmorgen gepresenteerd onderzoek van TNO Arbeid, de zogenoemde Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2003. Daarbij zijn in november en december vorig jaar zo'n 10.000 mensen ondervraagd. Het is de eerste keer dat TNO een dergelijk nationaal onderzoek naar arbeidsomstandigheden heeft uitgevoerd.

Als belangrijkste reden voor eerder stoppen met werk voeren mensen van boven de vijftig gezondheid, de fysieke zwaarte en de mentale moeheid aan. Het zijn daarbij de lager opgeleiden die vaker eerder willen stoppen, terwijl hoger opgeleiden juist vaker aangeven door te willen werken. Een andere belangrijke voorwaarde voor doorwerken na het vijftigste jaar, is de zelfstandigheid van de werknemer. Hoe zelfstandiger iemand zich voelt op zijn werk, hoe vaker hij door wenst te werken.

De beroepsbevolking zal op basis van de door TNO gesignaleerde trend ,,stevig afnemen'' na 2010. De uitkomsten van TNO komen in een tijd waarin vakbonden en kabinet afkoersen op een conflict over regelingen die te maken hebben met eerder stoppen met werken, het prepensioen en de VUT. Het kabinet wil met het oog op toekomstige problemen rond de oudedagsvoorziening eerder stoppen ontmoedigen.

Uit het onderzoek blijkt ook dat intimidatie op het werk is toegenomen, afkomstig van bijvoorbeeld klanten, patiënten en leerlingen, en aan de andere kant van collega's en chefs. Een op de vijf werknemers wil dan ook maatregelen tegen agressie op het werk. Volgens het TNO blijkt dat een kwart van de Nederlandse werknemers vorig jaar te maken had met intimiderend gedrag door klanten.