Rotterdam is geen benauwde veste

Ook voor de integratieproblemen is het belangrijk dat Rotterdam een grootsere visie ontwikkelt op zijn economische kansen. Het arbeidspotentieel van hardwerkende migranten moet beter worden benut, meent Godfried Engbersen.

In 1989 verscheen het rapport Nieuw Rotterdam van de commissie-Albeda. Daarin werd een omvattende visie gepresenteerd op de toekomst van de Rotterdamse economie. Het interessante van dit rapport was, dat het van A tot Z geschreven was door de rapporteur van deze commissie: Pim Fortuyn. Een jaar later verscheen als aanvulling het rapport over sociale vernieuwing van de commissie-Idenburg, waarin werd gepleit voor sociale vernieuwing van de stad. Wat sociale vernieuwing precies behelsde, bleef overigens vaag. Beide rapporten typeren hun tijd: grootse en meeslepende visies worden ontvouwd, maar er is weinig aandacht voor de alledaagse problemen in de stad.

Toch heeft de ideeënontwikkeling rond het rapport Nieuw Rotterdam invloed gehad in de planvorming over de haven, de ontwikkeling van grote economische en culturele projecten en de vormgeving van de nieuwe skyline van Rotterdam – met succes: het jaar 2003 bleek voor Rotterdam een topjaar met ruim 17 miljoen bezoekers. De Rotterdamse podia en musea trokken meer bezoekers en dat geldt ook voor jaarlijkse festivals en evenementen. In deze cijfers is een voorzichtige rechtvaardiging te zien van wat in 2001 een onnavolgbare uitverkiezing leek: Rotterdam als een culturele hoofdstad van Europa.

Wie de vorig jaar verschenen Rotterdamse nota Rotterdam zet door doorneemt, treft een heel andere toonzetting aan. Het internationale, visionaire perspectief van Nieuw Rotterdam is afwezig. Het is een oer-Rotterdams rapport, waarin Rotterdam ongewild naar voren komt als een benauwde veste.

Rotterdam lijkt een ontwrichte stad te zijn geworden door de voortschrijdende vestiging van kansarme groepen (lees: niet-westerse migranten). Daadoor kampt Rotterdam met structurele sociale problemen zoals werkloosheid, ruimtelijke concentratie van kansarmoede, onveiligheid en illegaliteit. En met dezelfde voortvarendheid waarmee vanaf de jaren '80 de wolkenkrabbers werden gebouwd, wordt nu een dwingend beleid voorgesteld om de sociale problemen in de stad het hoofd te bieden.

Het beleid kan in de eerste plaats worden gezien als een poging om de eigen stad te herontdekken. Dat is een belangrijk winstpunt van deze nota. Er is sprake van een omslag, waarbij deelgemeenten, gemeentelijke diensten, politie, woningbouwcorporaties met inzet van nieuwe, intelligente middelen proberen te achterhalen welke gewenste en ongewenste praktijken plaatsvinden achter de façades van bedrijven en de voordeuren van woningen. Daarmee kunnen illegale praktijken die leiden tot overlast en onveiligheid, effectief worden bestreden.

Het belangrijkste en meest besproken element is echter het selectieve vestigingsbeleid, dat onlangs door het kabinet is ondersteund. Er is een speciale wet in de maak die het mogelijk maakt inkomenseisen te stellen aan woningzoekenden van buiten de regio Rotterdam. In 2002 vestigden zich ruim 5.000 niet-westerse nieuwkomers in Rotterdam. En als we niet-westerse nieuwkomers vanuit het buitenland en van buiten de regio bij elkaar optellen, gaat het om ruim 8.000 vestigingen. Dat zijn serieuze aantallen, maar op de schaal van Rotterdam (600.000 inwoners) dienen deze aantallen wel een beetje te worden gerelativeerd.

Er is minder relativering voor de situatie in een aantal specifieke wijken. In sommige gebieden spelen permanente integratie- en leefbaarheidproblemen, door de instroom van steeds nieuwe migrantengroepen. Een selectief vestigingsbeleid, in samenhang met het bouwen van huizen voor middengroepen, kan een verstandig beleidsmiddel zijn. Maar zo'n beleid alleen kan worden gerealiseerd in nauwe samenwerking met de buurgemeenten (wie vangt de kansarmen op) en het weigeren van lage inkomensgroepen impiceert niet dat hogere inkomensgroepen wel in deze Rotterdamse wijken zullen gaan wonen of daar zullen blijven wonen.

Grote steden danken hun economische vitaliteit mede aan de komst van hardwerkende migranten die hun positie willen verbeteren. Rotterdam zou het jonge arbeidspotentieel van nieuwkomers beter kunnen benutten. Lange tijd is Rotterdam een bijstandsstad geweest. Het is duidelijk dat een te omvangrijke bijstandspopulatie het financiële draagvlak van de gemeente Rotterdam sterk belast. Het is jammer dat in het rapport Rotterdam zet door weinig werk wordt gemaakt van planontwikkeling voor de economische structuur van Rotterdam. Want daar zit het grote probleem van de stad.

De huidige plannen voor het instellen van `economische kansenzones' in bepaalde achterstandswijken zijn veel te beperkt. Op grond van Amerikaanse en Europese ervaringen kunnen grote vraagtekens worden gezet bij dergelijke kansenzones. Vaak ontstaat een nieuwe bureaucratie om te regelen wie in aanmerking komt voor fiscale voordelen en deregulering en ook worden de economische beloften niet ingelost. Kansenzones in achterstandswijken kunnen overigens beschouwd worden als gereguleerde gedoogzones en daar wil Rotterdam juist van af.

Het is duidelijk dat Rotterdamse politici in de voorbije jaren de wijken zijn ingetrokken en de hardheid van stedelijke problemen hebben ontdekt. Maar de huidige preoccupatie met overlastgevenden, illegalen en nieuwkomers (het gaat qua aantallen om bescheiden groepen) lijkt het zicht op het grotere geheel te hebben weggenomen.

Voor de toekomst van Rotterdam is het noodzakelijk dat er een samenhangend regionaal huisvestingsbeleid komt. Daar wordt nu een begin mee gemaakt. Ten tweede moet de economische structuur van de stad veranderen. Rotterdam is het verdwijnen van traditionele industrieën nog steeds niet te boven. Wellicht dat het oude rapport Nieuw Rotterdam bij de planvorming behulpzaam kan zijn. In dat rapport is geprobeerd de contouren te schetsen van de manier waarop een toekomstige post-industriële Rotterdamse economie er uit zou moeten zien. De haven speelt daarin nog steeds een belangrijke rol, maar dat geldt ook voor het bank- en verzekeringsbedrijf, kleine en middelgrote ondernemingen, de technologische revolutie en Rotterdamse cultuur- en kennisinstellingen.

Voor de toekomst van de stad zou het goed zijn als het huidige street-level-perspectief wordt verbonden met een meer visionair perspectief op de Rotterdamse economie. De miljoenen bezoekers van Rotterdam maken duidelijk dat Rotterdam meer is dan een benauwde veste.

Prof.dr. G. Engbersen is hoogleraar Algemene Sociologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij is een van de deelnemers aan het debat over het selectieve vestigingsbeleid in de Maasstad, dat NRC Handelsblad vanavond organiseert in Arminius, Museumpark 3, Rotterdam. Aanvang 20u.