Rotterdam: één drol op straat mag

Rotterdam is ambitieus: straten mogen `rommelig' zijn maar niet langer `vuil met gebreken'. ,,Ik weet het zeker. Ook met hondenpoep gaan we scoren'', zegt de wethouder.

Steden in Nederland zijn de vieste van Europa en het allerviest is Rotterdam. Dat vinden tenminste veel bewoners van die stad. Zij laten keer op keer in enquêtes optekenen wat hun grootste ergernissen zijn: vuil naast de container, poep op de stoep en troep op straat.

Maar CDA-wethouder Lucas Bolsius (Wijken en Buitenruimte) vindt dat ,,we wat dat betreft wel reëel moeten blijven'', zei hij gisteren bij de presentatie van een nieuw plan van aanpak. ,,Als ík in Parijs of Barcelona kom, denk ik : nou, nou ... niveau twee, hoger halen ze hier niet.''

B en W van Rotterdam (Leefbaar Rotterdam, CDA, VVD) streeft in een zelfontworpen meetsysteem naar ,,minimaal niveau drie'' op een totaal van vijf niveaus voor `schoon en heel'. Niveau drie staat voor `rommelig'. Dat wordt gedefinieerd als: `De prullenbakken zijn redelijk vol, maar rommeltjes kunnen er nog bij worden gestopt. Er is graffiti, maar dat valt niet meer echt op. De meeste poep ligt in de goot, soms ligt het op de stoep. De bestrating begint te verzakken, maar de situatie is nog niet gevaarlijk. Het straatmeubilair begint uit het lood te staan, maar kan zijn functie nog vervullen. De bloembakken zijn heel, maar zien er versleten of armoedig uit. De beplanting is karig, maar er zit nog leven in.''

Dit ambitieniveau komt steeds dichterbij, bleek gisteren uit de uiteenzetting van de wethouder. Nadat de gemeenteraad vorig jaar bij motie had uitgesproken dat het streefniveau aan de lage kant was en niveau vier (`opgeruimd en in goede staat') de voorkeur verdiende, is er dan ook extra geld voor het schoonmaken van de stad uitgetrokken.

Dit gebeurde evenwel zonder dat het college de lat hoger legde: er waren nog te veel plekken waar niet meer dan een één (`zeer vuil en volledig kapot') of twee (`vuil en met gebreken') werd gehaald. Die plekken moesten eerst worden aangepakt, in ,,een uiterste inspanning'' van het college ,,om de stad in 2006 ten minste op niveau drie te hebben en te houden''.

Die uiterste inspanning wordt nu geleverd, liet de wethouder weten. Kregen bij de `nulmeting' in 2002 nog 240 meetpunten (op 2.427) `minder dan een drie' voor `schoon' en 108 `minder dan een drie' voor `heel', een jaar later was het met die meetplekken al beduidend beter gesteld. Toen kregen 58 meetpunten `minder dan een drie' voor `schoon' en 27 voor `heel'. De wethouder: ,,En dan kan het wel zo zijn dat hondenpoep nog steeds de grootste ergernis is, maar dan zeg ik: ik weet zeker dat we daar óók beter mee gaan scoren.''

Hij zei de afgelopen tijd te hebben geleerd ,,dat schoonhouden goedkoper is dan het steeds opnieuw bij nul moeten beginnen met schoonmaken''. Vandaar dat er nu permanent meer mensen dan vroeger bezig zijn de stad te onderhouden: `buurtserviceteams' met een loopwagentje en bezems, `task forces' voor zo nu en dan een grote schoonmaakbeurt, `wijkonderhoudsploegen' die verzakkingen en kapot straatmeubilair repareren, `graffititeams' voor het `aangescherpte graffitibeleid'. ,,En het rare is'', aldus de wethouder, ,,dat het de mensen wel opvalt wanneer iets vies is, maar niet dat het schoon is''. Bolsius: ,,Dat is een hele interessante qua beleving.''

Maar zover is het nog niet, zolang ,,niet iedereen weet wat de spelregels zijn''. Vandaar dat er een `meerjarige campagne schoon en heel' komt, waarvoor het communicatieplan net klaar is. Het zal onder meer gaan om `tv-spotjes of Hema-achtige reclame' (Bolsius: ,,De Hema is in staat te communiceren met alle Rotterdammers. Daar kunnen wij nog wat van leren''), met als uiteindelijk doel dat `mensen zich aan de regels houden'.

    • Gretha Pama