`Rijks aan de grens' toont frisse 18de eeuw

Het schilderij Portret van een muziekliefhebber dat Cornelis Troost in 1736 maakte is misschien emblematisch voor een wijdverspreid beeld van de cultuur van het achttiende-eeuwse Nederland. In een interieur zit een welgedane heer in een groengrijs pak met een lange jas. Met de rechterhand in de zij kijkt hij de beschouwer zelfbewust aan. Om hem heen staan de attributen van een welgesteld amateur: een globe en een strijkinstrument op de vloer, en op tafel een muziekschrift waarin de geportretteerde zelf zijn `Sonata prima' heeft neergepend. In zijn linkerhand houdt de man een tekening; kennelijk was hij niet alleen musicus en componist, maar verzamelde hij ook kunst.

Cornelis Troost heeft de voorname elegantie van het portret van zijn tijdgenoot subtiel gerelativeerd door op de schouders van de kunstliefhebber flink wat uit diens pruik gedwarreld poeder weer te geven.

Het imago van de achttiende eeuw als stoffige, door pedanten en poseurs bevolkte pruikentijd bij te stellen, dat is een van de ambities die het Rijksmuseum Twenthe zich voor de komende jaren heeft gesteld. Het schilderij van Troost is daar een goed voorbeeld van. De expositie die nu in het museum in Enschede is ingericht toont alle ruim 120 schilderijen uit de periode 1680-1830 die het museum tot 2008 in bruikleen heeft gekregen van het wegens verbouwing grotendeels gesloten Rijksmuseum Amsterdam.

Samen met de eigen collectie beschikt het museum – dat zich voor de gelegenheid `Rijksmuseum aan de grens' noemt – daarmee over de grootste verzameling achttiende-eeuwse kunst in Nederland. Bekende schilderijen zijn erbij, maar de meeste getoonde werken hebben in Amsterdam het depot zelden verlaten.

In Enschede zijn de schilderijen in chronologische volgorde opgehangen, waardoor de verschillende genres en types voorstellingen – portretten, landschappen, stillevens, interieurs – soms merkwaardig door elkaar lopen. Maar duidelijk wordt op deze manier wel hoe de schilderkunst in de loop van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw veranderde. Omstreeks het jaar 1700 blijkt, uit werken als Het feestmaal van Cleopatra van de Amsterdamse schilder Gerard de Lairesse en Herders en herderinnen van de Leidenaar Hieronymus van der Mij, dat thema's uit de klassieke oudheid en de pastorale traditie werden gekozen, en weergegeven in een strenge classicistische stijl.

Honderd jaar later is de situatie geheel anders, als de schilderkunst van de Hollandse Gouden Eeuw wordt herontdekt als ideaal toonbeeld van waarachtig vaderlandse kunst. In Een kersenverkoopster aan de deur (1816) van de Dordrechtse schilder Abraham van Strij blikt de beschouwer vanuit de hal van een voornaam huis naar buiten door de openstaande voordeur waar een dame en haar dochtertje kersen van een verkoopster afnemen. De compositie gaat duidelijk terug op werk van beroemde zeventiende-eeuwse schilders van het binnenhuis zoals Gabriël Metsu en Pieter de Hooch.

Dat, ondanks deze opleving van nationaal besef, ook Italië grote aantrekkingskracht op de Nederlandse schilders bleef uitoefenen, blijkt uit schitterende landschappen zoals het woest-weidse Gezicht op Tivoli van Isaac de Moucheron uit 1725 en een door helder licht beschenen Gezicht op de Golf van Napels, dat J.A. Knip bijna een eeuw later signeerde. Van weer heel andere aard zijn curieuze genrevoorstellingen als De rarekiek van Willem van Mieris, waarin een gezelschap in een rommelig interieur wordt onderhouden door een Savooiaard die een kijkkast toont met scènetjes van het leven van Christus. Je vraagt je af wat de opdrachtgever, de Leidse kunstverzamelaar Allard de la Court, bezielde om voor dit wonderlijke thema de destijds kapitale som van duizend gulden neer te tellen.

Zo blijven er nog veel andere vragen bij dit op zichzelf aantrekkelijke en complete overzicht van de achttiende-eeuwse Nederlandse schilderkunst, die vele malen veelzijdiger blijkt te zijn dan zij op het eerste gezicht lijkt. En die constatering is een winst.

Rijksmuseum Twenthe beoogt zich in de komende jaren, geruggensteund door de genereuze Amsterdamse bruikleen, op te werpen als ,,landelijk podium voor de cultuur van de achttiende eeuw''. Waarschijnlijk zijn, voor een werkelijk goed begrip van die bij een groot publiek nog relatief onbekende periode, de aangekondigde kleinschaliger presentaties over afzonderlijke thema's effectiever dan dit overdonderend fraaie, maar weinig gestructureerde overzicht.

Tentoonstelling: De 18de eeuw in volle schoonheid. Rijksmuseum Twenthe (Lasondersingel 129-131, Enschede). t/m 9/1. Brochure (20 blz.) gratis via het museum verkrijgbaar. Inl. 053 4358675 of www.rijksmuseum-twenthe.nl