President klaagt Frans dagblad aan

De Ivoriaanse president Laurent Gbagbo heeft een proces aangespannen tegen de Franse krant Le Monde die hem en zijn vrouw van betrokkenheid bij doodseskaders had beticht.

Die rechtszaak wegens smaad begon gisteren in Parijs, een dag nadat de zwager van de vrouw van president in Abidjan was gearresteerd in verband met de verdwijning van de Frans-Canadese journalist Guy-André Kieffer op 16 april.

Die zwager, Michel Legré, is de laatste die de Frans-Canadese journalist in levende lijve heeft gezien. Volgens Ivoriaanse kranten is de 54-jarige verslaggever ontvoerd en vermoord door leden van een militie die nauwe banden onderhouden met de regering. De internationale organisatie Journalisten zonder Grenzen zegt dat Kieffer in de weken voor zijn verdwijning twee keer is bedreigd door personen die dicht bij de regering staan.

De Ivoriaanse president eiste gisteren de veroordeling van Le Monde voor drie artikelen die de krant in januari en februari heeft gepubliceerd. Daarin wordt aannemelijk gemaakt dat hooggeplaatste personen betrokken zijn bij de liquidatie van dissidenten hoewel wordt erkend dat er geen ,,formele bewijzen'' zijn. In die artikelen worden de president en zijn vrouw genoemd, maar ook een naaste medewerker en diens echtgenoot. De president heeft voor het viertal een schadevergoeding geëist van in totaal bijna 1,1 miljoen euro.

De advocaat van de president presenteerde gisteren twee getuigenissen van een juridisch adviseur van de president en van een volksvertegenwoordiger die het bestaan van de doodseskaders ontkennen. Volgens een van hen is het ,,een speeltje van de media'' dat gebruikt wordt door ,,mensen die Ivoorkust willen zien als een Rwanda''. De raadsman van de krant haalde een rapport aan van de Verenigde Naties dat het bestaan van de doodseskaders niet alleen bevestigt maar ook meldt dat ,,ze zouden zijn samengesteld uit elementen die dichtbij de regering staan, de presidentiële garde en een tribale militie van de stam van de president''.

Volgens ooggetuigen volgen de doodseskaders steeds dezelfde aanpak. Mannen in burger, camouflagekleding of in het olijfgroene uniform van de gendarmerie rijden 's nachts voor in een vierwielaangedreven auto zonder kenteken. Ze nemen hun doelwit zonder verdere uitleg mee. Diens lichaam wordt de volgende dag in een berm aangetroffen. Prominente oppositieleden en vooraanstaande dissidenten zijn uit vrees voor de doodseskaders ondergedoken of uitgeweken naar het buitenland.