Onderzoek naar foltering Oezbeek

In Oezbekistan wordt voor het eerst een onafhankelijk onderzoek ingesteld naar de omstandigheden van de dood van een gevangene, die volgens zijn familie is doodgemarteld. De man, Andrej Sjelkovenko (36), werd op 23 april gearresteerd na een overval. Na vijf dagen bezocht zijn zus hem. Hij had inmiddels een gebroken kaak en vertoonde zwellingen in het gezicht, het gevolg – zei hij – van martelingen. Op 19 mei werd zijn lijk thuisbezorgd. Volgens de autoriteiten had hij zich opgehangen. Volgens zijn moeder vertoonde hij verwondingen aan hoofd, nek, schouders, benen en genitaliën. Zij maakte de zaak openbaar en werd telefonisch bedreigd met geweld als ze haar zoon niet direct zou begraven.

Gisteren meldde de onafhankelijke burgerrechtenorganisatie Freedom House dat de Oezbeekse autoriteiten hebben ingestemd met een autopsie door twee Amerikaanse en een Canadese expert. Freedom House zelf krijgt toegang tot alle relevante informatie.

Het is voor het eerst dat de Oezbeekse regering zwicht voor internationale druk inzake de dood, door foltering, van gevangenen. Sjelkovenko was waarschijnlijk de vijfde gevangene die de afgelopen twaalf maanden is doodgemarteld. Foltering is routine in Oezbekistan. Dat de regering nu instemt met een onderzoek ligt volgens waarnemers vooral aan de Amerikaanse regering, die scherp heeft gereageerd op het nieuws van de dood van Sjelkovenko. Bij eerdere gevallen onthield Washington zich vrijwel volledig van kritisch commentaar. Vrijdag noemde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken de dood van Sjelkovenko ,,onaanvaardbaar'' en eiste het een ,,snel, transparant en professioneel'' onderzoek.