Meldingen euthanasie dalen weer

Artsen hebben in het jaar 2003 opnieuw minder gevallen van euthanasie of hulp bij zelfdoding gemeld. Vorig jaar kregen de regionale toetsingscommissies 1.815 meldingen binnen – in 2000, voor de invoering van de euthanasiewet in 2002, waren dat er 2.123. Onduidelijk is of het aantal gevallen is afgenomen of dat de bereidheid om te melden is verminderd. Staatssecretaris Ross (Volksgezondheid) probeert te achterhalen hoeveel gevallen van euthanasie en hulp bij zelfdoding zich daadwerkelijk hebben voorgedaan.

In 2003 is 1.626 keer euthanasie, 148 keer hulp bij zelfdoding en 41 maal een combinatie van beide gemeld bij de vijf Regionale toetsingscommissies euthanasie, zo blijkt uit het jaarverslag van de commissies. Dat verslag is gisteren naar de Tweede Kamer gezonden. In acht gevallen had de behandelende arts niet (geheel) volgens de wettelijk vastgelegde zorgvuldigheidseisen gehandeld. Deze gevallen zijn door de Commissies gemeld aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg en aan het openbaar ministerie. Uit het jaarverslag blijkt dat het College van procureurs-generaal in de tot dusver afgehandelde gevallen na onderzoek tot seponeren heeft besloten. In één geval, waarin tot euthanasie werd besloten voordat een tweede arts de patiënt had gezien, werd besloten tot een `voorwaardelijk sepot'.

Staatssecretaris Ross schrijft de Tweede Kamer bezorgd te zijn over het dalende aantal meldingen (2000: 2.123; 2001: 2.054; 2002: 1.882 en in 2003 1.815). ,,Er bestaat onvoldoende inzicht in het aantal gevallen van levensbeëindiging om de daling te kunnen waarderen'', aldus Ross. Ze bereidt een nieuw onderzoek voor waarin het feitelijke aantal moet worden achterhaald. Ze gaat ook na hoe de artsen ervan doordrongen kunnen worden dat melden onderdeel is van de medische professionaliteit.