`Ik dacht dat wiskunde vrijdag was'

Havo-leerlingen maakten gisteren het eindexamen wiskunde. Leerling Arnoud Soet en zijn leraar Ton van den Heuvel vonden het meevallen.

Het examen zou rond vier uur, een half uur voor het einde, nog in volle gang moeten zijn. Maar de trappen, bij de ingang van scholengemeenschap De Goudse Waarden, zitten tijdens het havo-examen wiskunde al vol met leerlingen die klaar zijn. ,,Het viel mee, meneer'', roept een jongen naar leraar wiskunde Ton van den Heuvel.

Van den Heuvel is er niet gerust op. Hij kent zijn klas; vijfjes, zesjes. ,,Als ze willen, kunnen ze heel veel. Maar de gedrevenheid, de liefde voor het vak mis ik wel eens bij ze. Havo-5 is niet mijn sterktste klas.''

Voor Arnoud Soet (18) geldt dat niet. Hij staat een 9,1 voor wiskunde A 1,2 zoals het vak sinds de invoering van de Tweede Fase in de bovenbouw van havo en vwo heet. Ontspannen komt hij de aula uitlopen. Een negen zit er misschien wel in, schat hij, of anders toch minimaal een acht.

Wiskunde is één van de makkelijkste vakken voor Arnoud. Toch is dat niet altijd zo geweest. Toen hij nog op het vwo zat, begreep hij er maar bar weinig van. Noodgedwongen stapte hij over naar de havo. ,,Maar nu begrijp ik het opeens. Misschien heeft het met kansberekening te maken. Op het vwo zit dat minder in de lesstof.''

Van den Heuvel: ,,Je bent een laatbloeier. En je bruist nu van het zelfvertrouwen. Dat is ook belangrijk.''

Zo precies en gestructureerd als hij wiskundesommen kan uitrekenen, zo chaotisch verloopt zijn leven buiten het klaslokaal. Gisteren overkwam het hem weer. ,,Ik dacht dat het examen pas vrijdag was. Bleek het vandaag al te zijn. Ik heb tot tien uur 's avonds zitten leren. Typisch weer iets voor jou, zeiden mijn ouders. Gelukkig viel het examen mee, vandaag.''

Van den Heuvel: ,,Ik denk ook dat het goed te doen was. Het was een leuk examen, met heel verschillende vragen. Maar ik vind het wel veel, 21 vragen.''

Bij opdracht 2, die over de productie van een balpennenfabriek gaat, heeft Van den Heuvel wat twijfels. ,,Als je de bladzijde opslaat, zie je als eerste allemaal ingewikkelde formules. Dat kan leerlingen afschrikken. De laatste vraag was trouwens weer heel aardig: gaat de productie van balpennen wel of niet omhoog.''

Arnoud: ,,Ik twijfelde daarover.''

Van den Heuvel: ,,Als je de vraag goed hebt, dan heb je begrepen wat een afgeleide is. Die kan minder worden, maar nog altijd positief zijn. Het antwoord is dus ja.''

Arnoud: ,,Ik heb een andere stomme fout gemaakt. Bij de vraag dat je het cijfer moet berekenen voor een meerkeuzetoets heb ik 5,4 ingevuld. Dat moet 6,4 zijn.''

Van den Heuvel: ,,Daar gaat je 9.''

Arnoud bladert in de uitwerking die Van den Heuvel heeft gemaakt. ,,Ik zie een fout!'', roept hij plotseling, licht triomfantelijk. ,,Bij vraag 18 heeft niet 15,1 procent van de rozen een lengte van meer dan honderd centimeter. Dat moet 1,5 procent zijn. Een fout van de leraar.''

Is dat zo? Van den Heuvel scheurt de antwoordenvelop van het Cito open. Voor de zekerheid kijkt hij nog even op de klok. Het mag al, het examen is nu ook officieel afgelopen. Hij bestudeert de antwoorden. ,,Je hebt gelijk'', geeft hij toe.

Als hij slaagt, en daar twijfelt hij niet aan, wil Arnoud Retail management op een hogeschool gaan studeren. Economie en rekenen zitten daar allebei in, zijn favoriete vakken. Maar hij wil wel `duaal studeren'. Dus: vier dagen werken, een dag leren. Want schoolbanken heeft Arnoud genoeg gezien. ,,Ik heb zes jaar over de havo gedaan. Het laatste jaar heb ik echt niets meer gedaan. Ik werk bij de C1000 en ben anderhalve week voor het examen gaan studeren. De examentijd is een heel relaxte tijd.''

Dit is het derde deel van een serie over de eindexamens. Eerdere delen zijn na te lezen op www.nrc.nl.

    • Guus Valk