`Het personeel moet ook Jansen heten'

Een windje trekt door Nederland, keer op keer. Geen storm, geen louterende bries, een windje. Geen man, geen vrouw, een kinderachtig windje. Waar is het windje ook alweer? Ah, het is gaan liggen, in afwachting van een volgend windje. Het windje komt, het windje gaat. Windjes van niks, we zouden ze niet eens opmerken als ze niet met zovelen waren.

Dat windje heet het nationale debat. Die onmannelijke kabbeling noemen we de Hollandse discussie. De polderpolemiek. Het gedruis rond onze vaderlandse roddelpomp.

Als het windje binnenkomt juicht heel het huisgezin.

Door een debat verschuiven meningen en veranderen verhoudingen. Na een polemiek is niemand meer dezelfde. Na een schandaal worden standpunten herzien en regels aangescherpt. In Nederland niets van dit alles. Schandalen en discussies dienen als tijdverdrijf, als marsmuziek voor een zootje dat zich ongeregeld waant maar o zo graag in de pas wil lopen.

Een windje trekt door Nederland, keer op keer. Het windje wil niets omverblazen, niemand afkoelen, nergens lucht toevoegen, het is bedoeld als windje. Wind om de wind.

Er moet iets zijn wat ons allen tezamen doorstroomt. We snakken naar eenvormigheid. Tegelijk moet het kort duren. Problemen, schandalen, wandaden herinneren ons te sterk aan toppen en dalen. Platheid is de ideale staat van eenvormigen.

We debatteren onbenullig en grijs over onbenulligheden en we debatteren even on-benullig en grijs als het over grote zaken gaat. Schieten criminelen elkaar op straat dood? Knijpt een staatsman in damesbillen? Draagt de premier een toupet? Geeft een psychopaat dertienjarige meisjes een lift? Hoor, het windje begint. Het windje volgt een eendere route. Tien columnisten spreken schande van het gebeuren. Vijftien deskundigen verklaren dat het wel meevalt. Twintig presentatoren bespreken de voors en tegens van beide standpunten. Vijfentwintig columnisten storten zich op de taalfouten en escapades van de voorgaande deskundigen en programmamakers. Ten slotte roept nog één superdeskundige, om op te vallen, dat iedereen het verkeerd heeft bekeken, terwijl één laatste columnist, schoorvoetende relativeerders definitief relativerend, de discussie een discussie van zulthoofden noemt. Dan is het ten einde. Punt, stilte, windje op raadselachtige wijze gesust.

Er is weer niets gebeurd.

Volgend windje, graag.

Het is een zakkig ritueel, een afgezaagde vertoning, een grauwe cirkelgang, maar het is Nederland. Land van schijnstormen en oploswinden.

Er is geen gebrek aan schandalen en discussiestof. Nergens ter wereld tref je per vierkante kilometer zoveel columnisten, debaters, cabaretiers en deskundigen aan als in Nederland. Iedereen doet voortdurend zijn zegje. Helaas doet iedereen op afroep over dezelfde zaak zijn voorspelbare zegje (je kunt het traceren met de slaapmuts op), zonder dat zich een relatie met andere zaken lijkt te ontwikkelen, zonder dat iemand er iets van opsteekt, zonder dat tussen de details ook maar enige belangstelling voor de hoofdzaak blijkt. Meelullen is de leus, en morgen lullen we weer mee over wat de wind dan brengt.