Europees Parlement: sterfhuis of kweekvijver

Het Europarlement krijgt steeds meer te zeggen, maar het imago zit tegen. De ene partij stuurt uitgerangeerde politici, de andere juist onervaren nieuwkomers.

,,Ik vroeg laatst aan jongeren: Als jullie mij je huissleutel moeten geven of je mobiele telefoon, wat kiezen jullie dan?'', vertelt Han ten Broeke, zevende op de VVD-lijst voor de Europese verkiezingen op 10 juni. ,,Het antwoord was: `Neem de sleutels maar!' Voor hen heeft de liberalisering van de Europese telefoonmarkt meer invloed gehad dan honderd jaar socialisme. Europa heeft ook het sms'en mogelijk gemaakt, en goedkoop vliegen.''

Ten Broeke wil het Europees Parlement in omdat ,,er nog veel van dit soort dingen geregeld moeten worden. Waarom zijn er nog steeds zo veel restricties als je je nummer mee wilt nemen van de ene naar de andere maatschappij?''

Ten Broeke, een Haaksberger, is 35. Tot voor kort werkte hij bij KPN. Hij heeft nauwelijks politieke ervaring. Maar juist daaróm denkt hij dat hij tegenwicht kan bieden aan ,,die oude mensen die in het Europees Parlement maar speeches houden over onderwerpen waar het parlement niks over te zeggen heeft, zoals over Irak''.

Door dit ,,gehuil'' raakt Europa steeds verder van de burger af, vindt hij. Ook in andere landen zetten politieke partijen, vertwijfeld op zoek naar de `jonge stem', steeds meer jongeren op hun Europese lijst. Jongeren die, net als Ten Broeke, zeggen dat ze willen afrekenen met het ,,Europa van de elites'' dat er is gekomen omdat alleen opa maar naar Europa gaat.

,,Vroeger ging je het Europees Parlement in ná een carrière in de nationale politiek'', zegt Jo Wood (32), die kandidaat is voor de Britse Labourpartij. ,,Nu is het steeds vaker andersom. Waarom zou je Europa aan de ouderen overlaten, als je het als jongere als springplank kunt gebruiken?'' Beslissingen over transport, consumentenrechten of zorg worden steeds vaker in Brussel genomen, niet in Londen. ,,Die onderwerpen zijn belangrijk. Dus wil ik in het centrum van de macht zitten.''

Christofer Fjellner, een Zweedse conservatief, beaamt dat. Over handel of asiel, zegt hij, heeft het Zweedse parlement weinig meer te zeggen. ,,Het Europees Parlement wel. Dus daar moet ik zijn.'' Fjellner is 27. Tijdens de verkiezingscampagne zegt hij dat mensen op hem moeten stemmen ,,als contrast met al die uitgedroogde dikke oude mensen in Brussel''. Oudere europarlementariërs noemt hij ,,nucleair afval'' – opgebrand, uitgeblust. ,,Geen straling meer.''

Voor de ouderen is zulke taal even slikken. En het beeld van de uitgerangeerde politici die aan het eind van hun carrière nog een paar jaar in Brussel `geparkeerd' worden, klopt allang niet meer, zeggen zij. ,,Het is waar dat het parlement een metamorfose heeft ondergaan'', zegt de Vlaamse liberaal Willy de Clercq (76). ,,Maar dat is niet nieuw.''

Toen de Vlaamse liberaal Willy De Clercq in 1979 in het eerste gekozen Europees Parlement kwam, had dat totaal geen macht. ,,Er waren geen lobbyisten. Nu zijn we mede-wetgever, spelen we op veel terreinen een grote rol. Er zijn 4.400 geregistreerde lobbyisten. In 1999 hebben we de Commissie-Santer naar huis gestuurd. Mensen die iets voelen voor Europa, hebben allang begrepen dat ze híer moeten zijn als ze invloed willen hebben. De laatste tien jaar trekken we dus veel jongeren aan.''

Die jongeren zijn steeds vaker professionals, dat wel. Omdat het politieke werk intensiever wordt, is het moeilijker om een baan als europarlementslid te combineren met een carrière in de nationale politiek. Vroeger was dat in veel landen (behalve in Nederland) min of meer normaal. De Clercq werd meermalen, tussendoor, minister in België. Nóg speelt hij een rol van betekenis in zijn partij.

Ook James Provan (67), een Britse conservatief van de generatie van 1979, vindt dat jonge kandidaten als Ten Broeke en Fjellner een karikatuur maken van de ouderdom in het parlement. ,,Er moet een goede verdeling zijn tussen jong en oud. Wij hadden juist een tijdlang te wéinig senioren. Zonder politieke zwaargewichten die kunnen onderhandelen, strategisch kunnen denken, leg je het als fractie af tegen de andere fracties, die deze mensen wèl hebben. Sinds 1999 hebben we gelukkig weer een oud-minister. Nu er in Brussel geen fun politics meer wordt bedreven maar serieuze politiek, moet je een páár doorgewinterde mensen hebben''.

Er wordt vaak meewarig gedaan over `oude bokken' als Mario Soares (de voormalige Portugese socialistische premier), de Franse conservatief Charles Pasqua of de Italiaanse communist Giorgio Napolitano. Sommigen komen weinig, omdat ze het als hot shots in eigen land te druk hebben. Maar ze brengen, zegt Provan, een unieke ervaring in die weleens onderschat dreigt te worden in de verjongingsretoriek waar ook zijn eigen partij tegenwoordig in grossiert.

Vice-voorzitter Herman Tjeenk Willink van de Nederlandse Raad van State waarschuwde laatst ook voor geheugenverlies van het parlement. CDA-europarlementariër Arie Oostlander, die in 1989 als 53-jarige naar Brussel ging, geeft hem gelijk. ,,Die jongelui komen soms met gekke voorstellen! Dan willen ze bijvoorbeeld parlementsleden benoemen bij Europese agentschappen, en moeten wij ze eerst uitleggen dat die agentschappen door het parlement zelf worden gecontroleerd – dus dat zoiets niet kan. Er zijn goede jongeren bij, hoor. Maar soms denk je: ga jij eerst eens wat ervaring opdoen.''

De Clercq denkt weleens met weemoed aan vroeger. ,,Toen was het parlement kleurrijker. Het zat vol personalities met een geweldige staat van dienst. Je filosofeerde over vriendschap en vrede in de wereld. Nu zijn er geen grote redenaars meer, zoals Paul-Henri Spaak met zijn magistrale `discours dit de la peur' (voor de Verenigde Naties in 1948, over angst voor de Russen). Nu gaat het over technische zaken. Over belasting op toegevoegde waarde, consumentenkredieten.''

De romantiek is weg. De nieuwe generatie is meer materialistisch. Ongeduldiger, ook. Sommige jongeren houden het na vijf jaar voor gezien, omdat geduld ironisch genoeg een belangrijker vereiste is dan vroeger. Marco Cappato, de Italiaanse radicaal die 27 was toen hij in 1999 het Europees Parlement in ging, heeft een goede raad voor de huidige lichting jonge hopefuls: ,,Hou op met praten over jong of oud. De debatten zijn zo technisch, dat je de eerste paar jaar al je energie nodig hebt om je in te werken in procedures van de begroting of om mensen te leren kennen die het je kunnen uitleggen. In dat opzicht is elke nieuwe europarlementariër, jong of oud, tegenwoordig zo groen als gras.''