Een kaveltje Napoleon

De Achterpagina zingt de lof van een aantal bijzondere catalogi. Vandaag de veilingcatalogus van J.A. Stargardt, een walhalla voor de liefhebbers van autografen.

Voor de echte verzamelaar is een goede catalogus een klein paradijs: hij vindt er misschien wat hij al heeft, maar hij vindt er vooral wat hij niet heeft en graag wil hebben. Voor de verzamelaar van autografen – brieven, handschriften, manuscripten – is de catalogus van J.A. Stargardt meer dan een klein paradijs: een walhalla.

Onder de rond zeventig serieuze professionele handelaren in autografen die de wereld telt is Stargardt misschien de grootste, maar zeker de oudste: al sinds 1830 is het bedrijf gespecialiseerd in autografen en al sinds 1885 is het in handen van dezelfde familie, Mecklenburg. Eén (soms twee) keer per jaar wordt een grote veiling gehouden, waar geen serieuze verzamelaar omheen kan. Uit de hele wereld komt men ervoor naar Berlijn.

Voor en tijdens de oorlog zat Stargardt in Berlijn, maar na de verwoesting van de Duitse hoofdstad in de oorlog vertrok het voor een aantal decennia naar Marburg. Sinds de Duitse hereniging zetelt het bedrijf weer in Berlijn, en de jaarlijkse veilingen worden nu gehouden in het Opernpalais aan de Prachtstrasse Unter den Linden, vlakbij de Brandenburger Tor, in wat vroeger Oost-Berlijn was.

De catalogus voor de jongste veiling, op 23 en 24 maart, nummer 679 in de rij, is een imposant boekwerk van bijna zeshonderd pagina's, met meer dan 1.400 autografen. Je kunt soms in catalogi zeer imposante namen tegenkomen – een brief van Karel V of Napoleon, een manuscript van Schubert of Mozart, een document van Catharina de Grote, een handgeschreven gedicht van Rainer Maria Rilke, aantekeningen van Charles Darwin of Schopenhauer. Doorgaans is zo'n document het absolute hoogtepunt: je vindt hooguit één van die namen in zo'n catalogus – nooit allemaal. Stargardt is anders: in een willekeurige catalogus van Stargardt vind je niet slechts één, maar misschien wel ál die grote bovengenoemde namen. Geen andere autografencatalogus is zo genereus voorzien van afbeeldingen en vooral van toelichtingen als die van Stargardt.

Catalogus nummer 679 is eigenlijk nog aan de bescheiden kant, in vergelijking met veel van de 678 voorgaande catalogi. Topstuk onder de 1.433 kavels was een tweetal handgeschreven gedichten van Schiller, op de voor- en achterkant van een vel papier, mimimal fleckig, kleine Läsuren alt repariert, zoals de catalogus niet nalaat op te merken. Van beide gedichten was geen handgeschreven versie bekend. De richtprijs van de uit 1802 daterende autograaf: 40.000 euro. De opbrengst, uiteindelijk: 190.000 euro.

Dat is een flinke sprong, maar uitzonderlijk is dat niet. Juist het unieke van autografen – elke autograaf is uniek: een brief is maar één keer geschreven – maakt zulke sprongen mogelijk. De prijs van de autograaf wordt niet alleen bepaald door de persoon die de brief schreef of het document ondertekende, maar ook door de plaats waar dat gebeurde, de inhoud, de datum, de geadresseerde enzovoorts. Een brief van Napoleon over een routinezaak kan duizend euro kosten, maar als die brief in 1812 in Moskou is geschreven is hij veel duurder en als die brief inhoudelijk interessant is, is hij nóg veel duurder. En als Napoleon die brief aan zijn vrouw schreef is hij onbetaalbaar.

Brachten de gedichten van Schiller bijna vijf keer de richtprijs op, een brief van de Oostenrijkse expressionistische schilder Egon Schiele, geschreven aan zijn vrouw, een week na zijn huwelijk en drie jaar voor zijn dood, deed het nog beter: 800 euro was de richtprijs, 20.000 euro de opbrengst. Een muziekmanuscript van Mozart – een deel van een verdwenen duet voor twee sopranen met pianobegeleiding – bracht 36.000 euro op. Mozart is bij Stargardt doorgaans de top bij de componisten, maar ditmaal deed Schubert het nog beter: een muziekmanuscript (twee liederen) ging weg voor 50.000 euro, een handgeschreven brief bracht 38.000 euro op. Een brief van Haydn ging weg voor 40.000 euro en een manuscript van Schumann – geschreven in Amsterdam in 1853 – voor 36.000 euro.

Autografen van componisten zijn in de autografenhandel meestal de duurste – waarom weet eigenlijk niemand. Het zal te maken hebben met de universele aantrekkingskracht van muziek. Literatuur, beeldende kunst, toneel en film en wetenschap volgen op gepaste afstand en geschiedenis sluit de reeks. Een brief van Garibaldi hoeft maar 220 euro te kosten, want Garibaldi is niet zeldzaam. Een brief van Machiavelli bracht 19.000 euro op. Een kaveltje Napoleon `deed' 34.000 euro (duizend minder dan de richtprijs) – maar dat waren dan ook 29 brieven, en routinebrieven waren het niet.

Catalogi zijn te bestellen bij: J.A.Stargardt, Brentanostrasse 52, 12163 Berlin, tel. 00-49-30-8822542, info@stargardt.de, website www.stargardt.de

    • Peter Michielsen