Duiken, schieten, enteren

Vanmorgen werd in de Botlek een antiterrorisme-oefening gehouden. Deskundigen uit dertien landen leren samen een boorplatform enteren.

,,This is what we use.'' Enkele tientallen internationale terrorismebestrijders kijken geconcentreerd toe hoe een Nederlandse marinier een nogal groot uitgevallen harpoengeweer op luchtdruk (een `air launcher') omhoog houdt. In het geweer past een flinke enterhaak met een touw. Die haak zal straks vanuit de golven over de balustrade van het boorplatform, vijftien meter boven de waterlijn, worden geschoten. ,,Je opent het ventiel van de luchtfles'', legt de sergeant uit. ,,Je hebt 160 bar druk nodig. Eerst controleren voor je schiet.''

Zomaar een donderdagmorgen, ergens in de Botlek. Op de kade van een Rotterdams scheepvaartbedrijf hebben vertegenwoordigers van speciale eenheden, militairen en politiemensen uit dertien landen zich verzameld om te trainen – of om te kijken hoe er getraind wordt. De special forces van het Korps Mariniers `draaien' deze week de oefening Black Tulip, waaraan behalve de Nederlandse Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) ook antiterreureenheden uit Noorwegen, Polen, Tsjechië, Duitsland en Zweden meedoen. Het doel is om kennis en ervaring uit te wisselen, vertelt de commandant van de BBE, die niet met zijn naam in de krant mag. ,,Dat is essentieel. Bij terrorismebestrijding drijf je op je netwerk.''

De oefening vindt ieder jaar plaats, maar dit keer gunt het ministerie van Defensie voor het eerst een klein kijkje in de keuken. Gisteren hebben de terreurbestrijders op Schiphol geoefend hoe je een verkeersvliegtuig binnendringt. Dinsdag waren ze in Den Helder, om het enteren van schepen te trainen. En nu hebben de mannen zich in Rotterdam verzameld om te oefenen hoe je aan boord gaat van een boorplatform. Vier duikers van het Amfibisch Verkenningspeloton duiken op uit het donkergroene water: door de speciale snorkels was hun bellenspoor niet te volgen. Terwijl twee vanuit het water hun pistolen richten, schiet een van hen met de air launcher een enterhaak op het platform. Daar verschijnt een medeplichtige marinier om de haak en het touw goed te zekeren. ,,Dat doen we omdat het een oefening is'', zegt de commandant van de BBE. ,,Hij had zich niet goed geborgd'', zegt hij even later als de eerste marinier van het touw valt. Daarna gaat het gesmeerd. Katachtig klauteren de mannen aan boord.

De aanslagen van 11 september 2001 hebben het nodige veranderd in wat de BBE-commandant de `terrorismebestrijdingsgemeenschap' noemt – ook in Nederland. Het kabinet trok honderd miljoen euro extra uit voor terrorismebestrijding. Hoewel de commandant niet op de details in wil gaan, wil hij wel kwijt dat ook de Bijzondere Bijstandseenheid daarvan heeft geprofiteerd. Er zijn mensen bijgekomen, er is nieuw materieel aangeschaft. ,,Sommige buitenlandse politiemensen beginnen te kwijlen als ze zien hoe wij hier werken'', zegt de commandant.

Toch: ook de bestgetrainde militairen staan machteloos tegen de zelfmoordcommando met een bomauto. ,,We proberen zo goed mogelijk mee te evolueren'', zegt de BBE-commandant. ,,Maar het wordt steeds moeilijker om je tegen dit soort acties te wapenen.'' Daarna, relativerend: ,,Terrorismebestrijding bestaat voor 90 procent uit het verzamelen van inlichtingen en voor 10 procent uit ingrijpen. Wij zijn het ultimum remedium. Het laatste middel.''