5.6.7.8's zijn ideaal voor drie kwartier

Vanuit de optiek van een Japanse popliefhebber moet punk al net zo exotisch overkomen als symfonische rock of hitjesmuziek. Dan is het niet zo vreemd dat de Japanse psychedelische cultgroep Ghost op de laatste cd Hypnotic Underworld een nummer covert van Earth and Fire, de Nederlandse symfonische band waarin Jerney Kaagman, van Conamus en Idols, in de jaren zeventig opereerde.

The 5.6.7.8's vertegenwoordigen een ander aspect van de Japanse cultuur: die van de navolging volgens het fotokopie-model. De kracht van dit trio ligt in het zo exact mogelijk naspelen van de rock- 'n-roll van de jaren vijftig en zestig, maar omdat het nu eenmaal geen westerse lerenjasjesdragers zijn maar frêle Japanse meisjes met vrolijke glitterjurkjes en gestileerde sixtieskapsels, klinkt 't toch op een moeilijk definieerbare manier anders. Al was het maar vanwege het fonetisch klinkende Engels, van dezelfde tongriem gesneden als hun welgemeende `Proost!'.

Dat zou allemaal niet tot zoveel reden tot opschudding hoeven leiden. Tenslotte is de band met de geniale naam (denk aan de onsterfelijke strijdkreet van The Ramones, 1234) al bijna vijftien jaar actief, ongeveer even lang als het sterk verwante, maar meer naar de punk neigende Shonen Knife. Maar daar was ineens Quentin Tarantino, de filmregisseur die de band een prominente rol gaf in Kill Bill Vol. 1. En dus trekt men volle zalen, al zal de meerderheid van het publiek de omvangrijke, maar lastig verkrijgbare platen niet hebben gehoord.

Omdat begrippen als hype en cult zo nauw met popmuziek verbonden zijn, is het helemaal niet erg dat The 5.6.7.8's met zijn drieën welbeschouwd helemaal niet zo'n bijzonder bandje vormen. Met andere woorden: ze kunnen niet zoveel, maar wat ze kunnen, doen ze goed, en er is niets mis mee als ze daarmee de aandacht weten te trekken. Dat ze na een kleine vijftien jaar nog altijd niet meer dan de elementaire vaardigheden van de rock-'n-roll lijken te beheersen is een verdienste op zich. Maar als er dan zo'n karakteristiek Bo Diddley-ritme gespeeld moet worden komt er wel, heel stijlvast, een stel maracas (`sambaballen') aan te pas. Voor de duur van drie kwartier is dit een ideaal feestorkestje, dat met min of meer bekende covers als Hanky Panky en Harlem Shuffle en de even stupide als aanstekelijke Kill Bill-hit Woo Hoo veel eer inlegt, meer dan de band eigenlijk toekomt.

Concert: 5.6.7.8's. Gehoord: 26/5, Vera Groningen. Herhaling 27/5, Waterfront Rotterdam, 2/6, Ekko Utrecht, 3/6, Paard Den Haag.

    • Jacob Haagsma