Thema wint het van spel in Ibsens tragedie `Solness'

In het theater van het Onafhankelijk Toneel ruikt het naar vers hout. Het gezelschap heeft zojuist een nieuw gebouw betrokken, een uit hout opgetrokken middelgrote zaal in het Rotterdamse Lloyd-kwartier. Met het drama Bouwmeester Solness (1892) van de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen over een ambitieuze architect, wijdt het OT de nieuwe zaal in. Hierdoor ontstaat een feestelijk Droste-effect: een gebouw in een gebouw waar gedroomd wordt over weer andere, torenhoge bouwwerken.

Bouwmeester Solness behelst de tragedie van de oudere man in conflict met de jeugd. Allereerst is hij beducht voor de aanstormende nieuwe generatie die hem van zijn voetstuk dreigt te stoten. Aan de andere kant wordt de bouwmeester verteerd door zijn heftige liefde voor het meisje Hilde Wangel.

De ingreep van regisseur Mirjam Koen door met de apotheose te beginnen – Solness' dood – is minder ingrijpend dan verwacht. Het dramatische verhaal blijft wonderlijk genoeg intact. De uitbeelding van het hoogtepunt van de voorstelling is schitterend gedaan. In traditionele opvoeringen beklimt Solness zijn toren, en valt te pletter van de steigers. Mirjam Koen, decorontwerper Gerrit Timmers en belichtingskunstenaar Paul van Laak ontwierpen een projectie op de vloer. We zien de bouwmeester in de diepte de trappen beklimmen, de anderen bekijken hem van de dak van een huis. Deze omgekeerde wereld geeft een duizelingwekkend gevoel. Hoogtevrees uitgebeeld op een vlakke vloer.

Bert Luppes speelt een gekwelde titelrol. Hij is narrig, opstandig, bang; hij heeft de juiste wrokkige toonzetting voor de verschillende aspecten van zijn rol. Zijn verliefdheid op Hilde komt niet uit zijn hart voort, maar wordt door het meisje afgedwongen. Carola Arons vertolkt Hilde als een dartel wicht dat de oude man verleidt met al haar speelse, soms spotlustige charmes, verleidelijk en ook fataal. Dit tweetal draagt het stuk. De bijrollen komen minder goed aan de orde. De nieuwe generatie waar de bouwmeester zo beducht voort is, laat zich nauwelijks op de speelvloer zien.

Het subtiele spel van Luppes en Arons ten spijt, wordt de voorstelling echter niet wervelend of enerverend. De kostumering is op doodse wijze grijs en lelijk. De uitvoering heeft iets taais. Joke Tjalsma als echtgenote van bouwmeester Solness geeft een melancholieke, droeve dimensie aan de voorstelling. Het laatste (dus eerste) bedrijf is sprekend vormgegeven. Kleine, gekantelde en zelfs op hun kop staande huizen vullen de speelvloer. De personages lijken hierdoor klein, net of ze worden weggedrukt door de bouwwerken om hen heen. Dit ene beeld drukt de essentie van Bouwmeester Solness uit: de mens die wordt gedomineerd door zijn omgeving en er uiteindelijk aan ten gronde gaat. In het spel had ik dit drama graag onverbiddelijker uitgedrukt willen zien. Het is of Mirjam Koen in haar regie meer aan de thematiek heeft gedacht dan aan toneelspel.

Voorstelling: Bouwmeester Solness van Henrik Ibsen door het Onafhankelijk Toneel. Regie: Mirjam Koen. Gezien: 21/5 OT Theater, St. Jobsweg, Rotterdam. Te zien t/m 13/6. Van 15 t/m 26/6 Toneelschuur Haarlem.

Inl 010-4780281.