Schröder redt een prestigeproject

In vier jaar tijd is de wereld ingrijpend veranderd, en daarmee ook de omstreden immigratiewet, waarover de partijen in Duitsland een akkoord hebben bereikt.

Het begon met computerspecialisten uit India en eindigde bij imams die oproepen tot geweld. De politieke strijd om een nieuwe Duitse immigratiewet heeft vier jaar geduurd. Vanaf de internetboom in 2000 tot de aanslagen van Madrid in 2004. De wet, die sinds gisteren binnen handbereik lijkt, illustreert treffend hoe ingrijpend de wereld in die tijdsspanne is veranderd.

In februari 2000 bracht bondskanselier Gerhard Schröder een bezoek aan de jaarlijkse beurs voor informatietechnologie Cebit in Hannover. De economie bloeide en het Duitse bedrijfsleven had net ontdekt dat op korte termijn schaarste dreigde aan computerspecialisten. In Hannover lanceerde Schröder daarom het plan om buitenlandse IT-specialisten te werven met een greencard naar Amerikaans voorbeeld.

Schröders roodgroene ministersploeg, aangetreden in 1998, had nog het vuur van nieuwkomers. Na zestien jaar conservatief bewind onder Helmut Kohl wilde de progressieve coalitie het land ,,moderniseren''. Na de lancering van de greencard begon de regering aan een nieuwe immigratiewet die recht moest doen aan het feit dat Duitsland een multiculturele samenleving was geworden. De integratie moest worden bevorderd en het stelsel van verschillende soorten verblijfsvergunningen kon veel eenvoudiger. De regering wilde ook – opzienbarende vernieuwing – de instroom van buitenlanders mede afhankelijk maken van de behoeften op de arbeidsmarkt. Er dreigde niet alleen een tekort aan computerspecialisten op korte termijn. Het snel vergrijzende Duitsland zou ook op langere termijn niet zonder buitenlandse arbeidskrachten kunnen. De immigratiewet werd een roodgroen prestigeproject.

Otto Schily, minister van Binnenlandse Zaken, onderkende dat de ingrijpende vernieuwing op een politiek gevoelig terrein brede maatschappelijke steun nodig had. Dus wilde hij een wet waarmee alle politieke partijen, inclusief de christen-democraten in de oppositie, konden instemmen. Rita Süssmuth van de CDU ging een adviescommissie voor de nieuwe wet leiden.

In de loop van 2002 liep de samenwerking tussen regering en oppositie spaak. De oppositie achtte het niet langer verantwoord om oog in oog met snel stijgende werkloosheid en een stagnerende economie te werven voor een wet die buitenlanders eenvoudiger toegang tot de Duitse arbeidsmarkt verschaft. De regering loodste het voorstel toch door het parlement, maar later hield het Constitutionele Hof de wet tegen na fouten bij de stemming in de Bondsraad, de deelstatenkamer.

Otto Schily was daarmee terug bij af en begon onverdroten opnieuw. De macht van de oppositie was dankzij een reeks overwinningen in regionale verkiezingen inmiddels echter sterk gegroeid. CDU en CSU probeerden Schily's modernisering daarom hoe dan ook tegen te houden. In maart van dit jaar, na de aanslagen in Madrid, stelde de oppositie nieuwe eisen. Alleen als de immigratiewet heldere maatregelen tegen het terrorisme zou bevatten, kon ze ermee akkoord gaan. Die eis heeft kanselier Schröder gisteren ingewilligd. Hij redde zo een belangrijk roodgroen project van een wisse dood.

Duitsland krijgt nu een wet die enerzijds de immigratie van werknemers versoepelt – zij het veel minder royaal dan oorspronkelijk voorzien; vooral voor hoger opgeleiden en buitenlandse studenten zal het eenvoudiger worden een verblijfsvergunning te krijgen. Tegelijk zal de wet voorzien in een krachtdadiger omgang met potentiële terroristen. Zo wordt bij het verlenen van verblijfsvergunningen eerst de binnenlandse veiligheidsdienst geraadpleegd en wordt het verblijf in een trainingskamp voor terroristen een reden voor uitzetting. Ook zal de wet een handvat bieden om op te treden tegen haatpredikende imams.