Richt Europacampagne op elites

De verkiezingscampagne voor de Europese verkiezingen moet radicaal anders, teneinde een herhaling van `juni 1999' te voorkomen, betoogt Alfred Pijpers.

Stemmen voor Europa: op 10 juni mogen in Nederland 11,6 miljoen kiesgerechtigden hun stem uitbrengen voor het Europees Parlement. Nationale en Europese voorlichtingsdiensten draaien op volle toeren, teneinde een herhaling van juni 1999 te voorkomen toen de opkomst in Nederland tot de laagste in de Europese Unie behoorde.

De campagnes richten zich primair op ,,groepen die van huis uit minder geneigd zijn om te gaan stemmen: jongeren, allochtonen, nieuwe stemmers, laag-opgeleiden met een laag inkomen, niet-stemmers'', blijkt uit het plan-de-campagne van betrokken overheidsinstanties. Om het Europa-gevoel op te krikken, worden de Beurs van Berlage en de perstoren van de Tweede Kamer ingepakt met pro-Europese leuzen en tijdens het PinkPop-festival worden debatten georganiseerd onder leiding van Theo van Gogh.

Maar om een herhaling van juni 1999 te voorkomen, moeten de campagnes op een andere leest worden geschoeid.Respecteer de belangstelling voor de nationale politiek.

Brussel is `best belangrijk', en niet meer weg te denken uit de vaderlandse politiek, maar miljoenen Nederlanders vinden Den Haag belangrijker, en in politiek opzicht interessanter. Geef ze ongelijk: het kabinet-Balkenende snijdt zonder noemenswaardige Brusselse bemoeienis in de uitkeringen, wil de VUT afschaffen, zet asielzoekers het land uit, haalt de pil uit het ziekenfondspakket en de nederwiet uit de handel, krimpt de thuiszorg in, gaat het Groene Hart volplempen, gaat boren in de Waddenzee, stuurt soldaten naar Irak, en blokkeert de troonsopvolging van prins Johan Friso. Daar kan natuurlijk geen chocoladerichtlijn uit Brussel tegenop.

Het Europese verdragskader begrenst op tal van manieren onze nationale beleidsruimte in formele zin. Diverse economische sectoren en beroepsgroepen (boeren, bedrijfsleven, bestuurders) hebben ook direct te maken met Europese regels, maar politieke keuzes, variërend van de inrichting van ons land, tot de verdeling van overheidsmiljarden en de inzet van Nederlandse militairen, worden nog steeds in Den Haag gemaakt.

In de Europese voorlichting wordt vaak de indruk gewekt dat Europa steeds belangrijker wordt, en dat regering en volksvertegenwoordiging in Den Haag een soort bijkantoor van Brussel zijn geworden. Dat is niet alleen onwaar, het wekt ook irritatie bij miljoenen potentiële kiezers. Nederland kan vergeleken worden met een pot aardbeienjam. Om die goed te houden, heb je conserveringsmiddel nodig: de Europese Unie en haar instellingen. Heel essentieel, maar een conserveringsmiddel smaakt naar niks, en je kunt het ook niet zien of ruiken. Geen wonder dus dat veel burgers er weinig mee ophebben.

Richt de campagne op het denkend deel der natie.

Bij de verkiezingen voor het Europees Parlement in 1999 gingen bijna 4 miljoen kiezers naar de stembus. Bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer in januari 2003 en in mei 2002 waren dat er bijna 10 miljoen. Er zijn dus pakweg 6miljoen Nederlanders die wel gaan stemmen bij nationale verkiezingen, maar niet bij Europese. Ze hebben, met alle verschillen, allemaal een elementaire bereidheid tot politieke participatie gemeen. Velen van hen zijn goed tot zeer goed opgeleid, lezen kranten en boeken, zijn lid van een vereniging of van een actiegroep.

Waarom worden de Europa-campagnes niet primair op deze potentieel heel interessante doelgroep(en) gericht? De kans op een hogere opkomst is immers veel groter onder politiek reeds geëngageerde staatsburgers dan onder de ietwat modieuze categorieën als `jongeren' of `allochtonen'. Hét probleem rond de legitimiteit van de Europese Unie is niet dat grote aantallen werkloze jongeren of allochtone vrouwen wegblijven bij Europese verkiezingen, maar dat – hoogst waarschijnlijk – een paar honderdduizend lezers van deze krant dat doen. En die bereik je niet met popgroepjes.

Spreek elites aan op hun verantwoordelijkheid.

Vaak wordt gesteld dat `Europa' een elitair project is. Was het maar waar. Zeker, de oprichting van de Europese Gemeenschappen was het werk van een beperkte groep politici en diplomaten. Zij kregen steun uit het bedrijfsleven, en – steeds sterker – vanuit de ambtelijke en bestuurlijke hoek. Maar grote delen van onze culturele, intellectuele en maatschappelijke elites hebben zich nooit bijzonder voor `Europa' geïnteresseerd. Hun belangstelling richt zich eerder op de Amerikaanse buitenlandse politiek, de oorlog in Irak, het geweld in de Palestijnse gebieden, de ellende in de Derde Wereld. Een grootscheeps intellectueel en maatschappelijk debat bestaat in Nederland bij de gratie van morele scherpslijperij. De saaie Europese regels ontberen zo'n morele dimensie.

Toch is de Europese Unie ook een moreel project voor zover zij erin slaagt om als keerzijde van het wereldleed een toonbeeld te vormen van internationale samenwerking en democratisch fatsoen.

Alfred Pijpers is verbonden aan het Instituut Clingendael in Den Haag.