Poetins Kyoto-coup

Uitruil van belangen behoort tot de grondbeginselen van onderhandelingen. Rusland en de Europese Unie hebben hiervan tijdens hun halfjaarlijkse politieke ontmoeting een sterk staaltje laten zien. Rusland heeft een langgekoesterde wens om lid te worden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), want dat zou internationale erkenning betekenen voor de omschakeling van de voormalige Sovjet-economie op een aanvaardbare vorm van markteconomie. De Europese Unie wil dat Rusland het klimaatverdrag van Kyoto ondertekent, want alleen als Rusland hiertoe besluit kan dit verdrag – dat in 1999 werd gesloten – in werking treden. En zo werd de deal de afgelopen week gemaakt: de EU steunt de elf jaar oude Russische aanvraag van het WTO-lidmaatschap en president Poetin zal ervoor zorgen dat de Doema, het Russische parlement, het Kyoto-verdrag binnenkort goedkeurt.

Rusland heeft zijn troefkaart meesterlijk gespeeld. Het Kyoto-verdrag voorziet namelijk in de mogelijkheid dat landen zogenoemde emissierechten (rechten op de uitstoot van broeikasgassen) van andere landen overnemen: een land dat minder broeikasgassen uitstoot dan is toegestaan, kan deze vervuilingsruimte verkopen aan landen die méér CO2 uitstoten dan is vastgelegd in de protocollen van Kyoto. Het uitgangspunt is hierbij de vervuiling in het jaar 1990. Geen enkel EU-land haalde de doelstellingen van Kyoto en Rusland heeft door de implosie van de oude Sovjet-industrieën die na 1990 plaatsvond, een drastische vermindering van zijn vervuiling kunnen registreren. Zodra Rusland `Kyoto' heeft getekend, kan de EU deze emissierechten kopen. In feite betaalt de EU voor de `oude' vervuiling van de voormalige Sovjet-Unie zodat ze zelf minder hoeft te doen aan de terugdringing van broeikasgassen door hogere energieprijzen of kostbare investeringen.

Dit mechanisme toont een van de onevenwichtigheden van het Kyoto-verdrag. Landen zijn economisch beter af als andere landen hun uitstoot verminderen en ze zelf niets doen. Een andere tekortkoming waarvan de ernst pas de laatste jaren wordt ingezien, is dat de volkrijke, snelgroeiende Aziatische ontwikkelingslanden – met name China en India – van de Kyoto-verplichtingen zijn gevrijwaard. Het argument hiervoor is dat ze niet de veroorzakers zijn van de bestaande broeikasgassen en dat ze recht hebben op economische groei. De Verenigde Staten, waar de regering-Bush in 2001 heeft aangekondigd het Kyoto-verdrag niet te zullen ondertekenen, zijn wereldwijd verreweg de grootste vervuilers, maar de snelste groei van de uitstoot van broeikasgassen is juist in de opkomende landen. De derde tekortkoming van Kyoto is dat de kosten om de doelstellingen te halen, afgezet tegen het mogelijke resultaat op lange termijn in de vorm van een iets lagere gemiddelde temperatuur van de atmosfeer, extreem hoog zijn. Vandaar dat de EU liever voor veel geld vervuilingsrechten koopt in Rusland dan dure investeringen afdwingt die het concurrentievermogen van de Europese economieën aantasten. President Poetin heeft daar tien miljard dollar en het uitzicht op lidmaatschap van de WTO mee binnengehaald. Niet slecht, als onderhandelingsresultaat.