Opstel maken lijkt meer op een invuloefening

Schrijvers maken op verzoek van NRC Handelsblad de examens. Nelleke Noordervliet stortte zich op geschiedenis (vwo). Over katoen, Veronica en het nut van tijdbalken.

`Geschiedenis (nieuwe stijl) en geschiedenis en staatsinrichting (oude stijl)' staat op de eerste bladzijde. Intrigerend, dat `oude' en `nieuwe' bij een examen geschiedenis. `Nieuw' suggereert niet alleen een verandering maar ook een verbetering.

Verbetering waarvan? Meestal is `nieuw' een verkapte vorm van bezuiniging op geld, op kennis, op kunde, op kwaliteit. Ik zie stapels oekazes van het departement, tal van vergaderingen door deskundige commissies, wanhopige schoolleiders en docenten en totaal verwarde leerlingen.

Ik hoor de vragen. Meneer, valt dit onder oude of onder nieuwe stijl? Meneer, moet ik dit kennen, ik ben oude stijl? Mevrouw, voor nieuwe stijl hoef je toch niet te weten hoeveel zetels het parlement heeft?

Wat is het doel van geschiedenisles op een middelbare school? Het bijbrengen van enig historisch besef. Het herkennen van de sporen van het verleden in het heden. Zou ik denken. Dat is nog niet zo makkelijk. Een hoogopgeleide jonge vrouw die mij uitnodigde een verhaal te komen houden over de slag op de Mookerhei, die naar zij wist wel iets te maken had met onze onafhankelijkheidsstrijd, zag de tachtigjarige oorlog als een gevolg van de `opstand' der patriotten. Ik durfde haar nauwelijks te corrigeren, omdat uit mijn correctie een diepe verbijstering zou spreken om zoveel schaamteloos gebrek aan kennis.

Er zijn dingen die men nu eenmaal behoort te weten, als men een havo/vwo-opleiding heeft genoten. Zelfs het vmbo mag niet gespeend worden van enige historische kennis. Als een vrij grove chronologie niet eens kan worden aangebracht, is inzicht in oorzaken en gevolgen van menselijk handelen ver te zoeken en gaat het doel van de geschiedenisles teloor in een baaierd aan projecten, capita selecta, en `thema's', de toverwoorden van de moderne didactiek.

Uit de examenopgaven valt niet op te maken in hoeverre tijdens de gehele schoolperiode de leerlingen de noodzakelijke tijdbalken hebben verwerkt. Ik ga er maar gemakshalve vanuit dat zulks is gebeurd. Op het examen kun je niet alles toetsen. Er moet een keuze worden gemaakt uit verschillende onderwerpen. Aan die onderwerpen is in de lessen reeds omstandig aandacht besteed. Dat die behandeling nog niet voldoende werd geacht voor een juiste beantwoording bleek uit het feit dat de kandidaten naast de vragen ook een bronnenboekje kregen uitgereikt, waaruit ze de antwoorden konden opmaken. Die exercitie toetst niet de historische kennis, maar het vermogen tot begrijpend lezen. Dat hoort thuis bij het vak Nederlands. Opdracht 10 was zelfs een opstel! De leerling moest een artikel schrijven voor en over Radio Veronica, gebruikmakend van een paar aangedragen bronnetjes en aan de hand van een voorgevormd schema. Hij kreeg de hypothesen aangereikt, de middelen om ze te toetsen en de indeling van het opstel in alinea's inclusief de kopjes. Dat is niet eens een opstel: dat is een invuloefening.

De keuze van het onderwerp voor het eerste deel van het examen was verdedigbaar: Nederlanders en hun gezagsdragers 1950-1990, verzuiling, polarisatie en herwonnen consensus. Het is geschiedenis die net uit de oven komt, die nog warm is. Geschiedenis voor de leerlingen, geleefde werkelijkheid voor de docenten. Het heden vloeit nog altijd zichtbaar voort uit dat verleden.

Om het examen niet het karakter te geven van een politicologische vragenlijst werd het tweede deel gewijd aan Lancashire. Katoen en samenleving 1750-1850. Een interessante periode. De gevolgen van de industriële revolutie, het ontstaan van fabrieksmatige productie, de emancipatie van de arbeider enzovoort. De thema's die daarin aan de orde komen vinden een echo in de huidige mondiale verdeling van arbeid en welvaart. Daar kunnen de leerlingen wat mee. Maar ook hier werd weer veel te veel voorgekauwd. En waar is de connectie met de Engelse literatuur? Te veel gevraagd, natuurlijk. Te moeilijk. Ze hebben het al te druk.

Wat ik toejuich is de noodzaak puntig en argumentatief te schrijven. Zwetsen wordt tegengegaan. Maar nergens wordt de mogelijkheid gegeven extra punten te verdienen door heel erg goed te schrijven. Jammer is dat.

WWW.NRC.NL dossier Eindexamen 2004