Onbeantwoorde vragen van Peijs

Minister Peijs weigert openheid over haar financiën als CDA-europarlementariër. Veel vragen blijven onbeantwoord. Het Kamerlid Duyvendak van GroenLinks wil opnieuw opheldering.

Haar verleden als europarlementariër achtervolgt minister Peijs (Verkeer en Waterstaat). Afgelopen twee weken kwamen details over haar financiële handel en wandel op tafel. Volgens Peijs was er niets aan de hand, maar tegelijk gaf ze op vragen van journalisten en Kamerleden geen of onjuiste antwoorden.

Waar ging het om? Peijs deelde een medewerkster – die ze betaalde met geld van het Europees Parlement – met CDA-Kamerlid Gerda Verburg. Verburg stortte haar aandeel (11.391 euro) in het salaris van de medewerkster op het bankrekeningnummer dat vermeld stond op de nota`s van de personele stichting van Peijs. Die inmiddels opgeheven stichting Beheer Secretariaatsvergoeding IJsselstein beheerde de secretariaatsvergoeding die Peijs kreeg van het Europees Parlement. Terwijl Verburg dacht aan de stichting betaald te hebben, ging het geld naar een van de privérekeningen van Peijs. Daar bleef het tussen september 2001 en mei 2004, zonder dat Peijs het aan de stichting gaf.

Nadat NRC Handelsblad onlangs Peijs daarop aansprak, meldde ze het bedrag ,,bij de eindafrekening'' te zullen teruggeven aan het parlement. Tegelijk gaf ze haar accountant opdracht om op de jaarrekening 2002 van de stichting alsnog de (te ontvangen) inkomsten Verburg uit 2001 en 2002 te vermelden.

In antwoord op vragen uit de Kamer omzeilt de minister deze week netelige vragen of geeft ze geen antwoorden. Kamerlid Duyvendak (GroenLinks): ,,Ze geeft niet op alle vragen duidelijk antwoord. Sommige vragen beantwoordt ze zelfs niet. Dit is niet erg geloofwaardig voor iemand die zegt maximale transparantie te betrachten. Daarom heb ik opnieuw vragen. Ik verwacht dat zij nu wel open kaart zal spelen.''

Openheid wil minister Peijs tot nu toe niet geven. Op vragen van het PvdA-Kamerlid Dijksma schrijft ze ,,geen noodzaak'' te zien om de rekeningen van de stichting aan de Kamer ter inzage te geven. Had de stichting nog andere bronnen van inkomsten, wilde Dijksma nog weten. ,,Nee, pas bij de eindafrekening'', antwoordt Peijs. Dat is onjuist. De stichting ontving tussen 1994 en 1998 wèl geld van derden, namelijk Peijs' vergoeding als voorzitter van de stichting Exportraad Midden- en Kleinbedrijf (MKB). Maar ook die transactie is niet helder.

Vier dagen nadat Peijs op 12 juni 1994 voor een nieuwe termijn het Europees Parlement kwam, werd ze voorgedragen als voorzitter van de stichting Exportraad MKB. Doorgaans ontving de voorzitter een beloning. Peijs echter liet de Exportraad het bedrag – 12.000 gulden (5.450 euro) – als ,,onkostenvergoeding'' in haar stichting storten. Dat gebeurde, volgens Peijs die in 1999 om een verklaring werd gevraagd, ,,om te delen in de kosten die het werk voor de Exportraad veroorzaakt op mijn secretariaat in Nederland.''

In 1998 besloot Peijs, naar eigen zeggen, in overleg met de Exportraad toch maar ,,om het zo zuiver mogelijk te houden''. De 12.000 gulden werd sindsdien als bestuursvergoeding aan Peijs privé overgeboekt. Peijs bestreed in 1999 dat ze tot 1998 de inkomstenbelasting had omzeild. ,,De exportraad doet nu gewoon veel van het secretariaatswerk zelf'', aldus Peijs in 1999.

Anno 2004 heeft deze krant de jaarstukken van de stichting van Peijs, en wat blijkt? In het jaar 1997, het laatste jaar dat de Exportraad de 12.000 gulden zou hebben gestort op de rekening van de stichting, vermeldt de jaarrekening geen 12.000 gulden van de Exportraad. Waar is dat geld gebleven?

Peijs: ,,Het geld is tot en met 1997 wel degelijk op de rekening van de stichting gekomen. Ik heb hier de overschrijvingen: jaarlijks vier keer 3.000 gulden.'' Ze weigert nader op de kwestie in te gaan of bewijzen te laten zien. ,,Ik heb wel gehoord van mijn accountant dat hij iets met kosten gedaan had'', zegt ze nog. ,,Wat precies, dat heb ik niet begrepen.''

Op de jaarrekening 1997 duikt inderdaad een bedrag van 12.000 gulden op, maar dan als `administratiekosten CDA Utrecht'. Deze 12.000 gulden zijn in mindering gebracht op de `overige bedrijfskosten'. Het bedrag komt inderdaad vanaf 1998 niet meer voor op de jaarrekeningen. ,,Het gaat om het MKB-geld'', bevestigt penningmeester J. Hofman van de opgeheven stichting van Peijs. ,,Blijkbaar is door personeel van de stichting werk verricht voor het CDA-Utrecht. Waarom zou ze anders een vergoeding krijgen? Het zou zo kunnen zijn dat het geld van de Exportraad naar het CDA-Utrecht ging en vandaar naar de stichting.'' Maar wat heeft de Exportraad met het CDA-Utrecht te maken? Hofman: ,,Ik heb geen idee hoe dat in zijn werk is gegaan.''

Peijs: ,,Ik heb nooit geld gekregen van het CDA-Utrecht. Dat is een fout in het jaarverslag. Dat moet die MKB-vergoeding zijn.'' De minister blijft bij haar standpunt dat ze de Kamer geen stukken laat zien. ,,Die gaan daar niet over. Ik ben alleen verantwoording verschuldigd aan het Europees Parlement.''