Nieuw: richt je eigen polder in

Van veel ruimtelijke plannen komt weinig terecht. Laat bewoners en regionale bestuurders zelf verzinnen wat er met hun gebied moet gebeuren. Zoals in de Overdiepse Polder.

,,Mozes!'' Dat dachten de boeren bij het horen van provinciale plannen, vier jaar geleden, om hun Overdiepse Polder in het Brabantse Waspik tot noodoverloopgebied aan te wijzen. ,,We konden toen twee dingen doen'', zegt melkveehouder Nol Hooijmaijers. ,,Of traditioneel de hakken in het zand zetten. Of meewerken.'' Het werd het laatste. Hun initiatief geldt nu als voorbeeld van ontwikkelingsplanologie, het troetelkind van minister Dekker (VROM) in haar onlangs gepresenteerde Nota Ruimte.

De boeren kwamen op het idee hun melkveebedrijven af te breken en weer op te bouwen op terpen in een polder die één keer per kwart eeuw mee mag stromen met het water van de Bergsche Maas, vooral om grote wateroverlast in Den Bosch te voorkomen. Een eigen plan. Zelf bedacht. Melkveehouder Sjaak Broekmans: ,,Wij weten maar al te goed dat wij hier laag liggen en dat er ooit iets met het water moet gebeuren. Wij hebben gedacht: als het moet, dan maar snel, dan zijn we er van af. Als ik straks een stal wil bouwen voor mijn jongvee met kelders voor het nieuwe mestbeleid, dan wil ik weten of ik daar een vergunning voor krijg.''

Nu zit een afvaardiging van de boerengemeenschap in de huiskamer van boer Hooijmaijers, gesteund door medewerkers van land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland. Achter de koffie heeft ook burgemeester Jan de Beus van Waalwijk plaatsgenomen. Samen trachten ze steun te winnen voor hun terpenplan bij het Tweede-Kamerlid Erik van Lith (CDA). Burgemeester De Beus: ,,Dit is een gebied met hoogwaardige landbouw dat wij willen behouden. Er is nu draagvlak voor een ingrijpende maatregel. Wij doen een dringend beroep op de Brabantse afgevaardigde om te bevorderen dat de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat dit project met voorrang behandelt.'' De reactie van Van Lith is veelbelovend. ,,Als mensen zelf verantwoordelijkheid willen nemen voor het gebied waar zij wonen, dan is dat waardevol'', zegt hij. ,,Jullie zien de dreiging als een kans en dat is goed. Het is een breed gedragen plan. Wij moeten dit initiatief omarmen.'' Morgen bespreekt de Tweede Kamer het plan om de Overdiepse Polder eerder dan andere rivierverruimende projecten uit te voeren. Volgens Van Lith heeft staatssecretaris Schultz (VVD) ,,een duwtje'' nodig. ,,Ze twijfelt.''

Ontwikkelingsplanologie zoals in de Overdiepse Polder is helemaal in de mode. Het begrip klinkt niet sexy maar toch raken vele planologen er opgewonden van. Eindelijk is tot de rijksoverheid doorgedrongen dat de ruimtelijke inrichting van Nederland niet langs hiërarchische lijnen moet verlopen, met starre bestemmingsplannen die volgens de meeste wethouders in Nederland achterlopen op de werkelijkheid, maar moet inspelen op wensen en ideeën uit de gebieden zelf. Maak een einde aan de zogenoemde toelatingsplanologie. Hou op met het stellen van bebouwingsgrenzen om vervolgens achterover te leunen. Laat honderd bloemen bloeien. ,,Ontwikkelingsplanologie is een gezamenlijke trektocht, geen georganiseerde reis waarvan het eindbeeld bij voorbaat vaststaat'', zo staat in een brochure van het Rathenau Instituut en Habiforum, gepresenteerd op een congres over de Nota Ruimte, waarin het kabinet de ontwikkelingsplanologie op het schild heeft gehesen. De samenleving is wel maakbaar maar alléén van onderop. Het bestuur moet veranderen ,,van hindermacht naar ontwikkelkracht'', zo omschrijft het ministerie van VROM de strategie. Bestemmingsplannen en provinciale structuurvisies zijn en blijven onmisbaar, maar eerder als sluitstuk dan als uitgangspunt. Maar niet alle remmen moeten los, betoogde directeur-generaal Ineke Bakker bij VROM onlangs op een congres: ,,Als alles overal mag, gebeurt er nergens iets goeds. We zullen schaarste moeten creëren door middel van de traditionele toelatingsplanologie.'' Directeur Gerard Beukema van het Interprovinciaal Overleg (IPO): ,,Je zult altijd toelatingsplanologie nodig hebben. Maar ga eerst eens samen bedenken wat je in een gebied eigenlijk wilt, en ga dán pas planologie bedrijven.'' Beukema kan het weten. Hij was als gedeputeerde in Groningen de motor achter het plan om het Oldambt deels om te vormen van een akkerbouwgebied tot een Blauwe Stad die kapitaalkrachtige rustzoekers uit de Randstad en Duitsland naar het zieltogende gebied moet trekken. De Blauwe Stad geldt als belangrijk voorbeeld van ontwikkelingsplanologie, bedacht door enkele visionaire bewoners.

De twaalf provincies hebben onlangs bij het rijk elk een ,,voorbeeldproject'' voor ontwikkelingsplanologie ingediend. Limburg is druk met grootschalige glastuinbouw en natuur in de buurt van Venlo maar heeft wel moeite om gronden aan te kopen omdat er niet onteigend kan worden. Gelderland gaat recreatiebedrijven op de Veluwe verplaatsen van kwetsbare naar wat robuustere natuurgebieden en daardoor kans bieden op uitbreiding. Ook hier klachten over gebrek aan geld voor grondaankopen. Andere provincies klagen over wisselende instructies van afzonderlijke departementen en gebrek aan ,,bestuurlijke instrumenten'' zoals onteigening en laten meebetalen door projectontwikkelaars voor infrastructuur. VVD-minister Dekker antwoordt de provincies dat zij geld ,,uit de markt'' moeten zien te halen, dat er hard wordt gewerkt aan meer bestuurlijke bevoegdheden en dat het verder een kwestie is van de ,,vaardigheden'' om partijen op één lijn te krijgen. ,,Niet polderen om het polderen, maar praten om iets concreets te bereiken. Samenwerken leidt tot betere projectvoorstellen. En daarmee maakt u meer kans op geld voor die projectvoorstellen, geld van marktpartijen, van overheden en van het rijk'', aldus Dekker.

Er zijn veel mitsen en maren bij ontwikkelingsplanologie. Vereniging Milieudefensie vreest dat alle remmen los gaan en dat het liefelijk landschap wordt volgebouwd met overbodige bedrijventerreinen. Natuurmonumenten hamert op het bewaken van de kwaliteit. ,,Te veel ruimte leidt tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit'', zegt directeur Jan-Jaap de Graeff. De ANWB mist harde normen voor hoeveelheden groen in en om de stad per woning. En het Ruimtelijke Planbureau (RPB) kwam deze week met een rapport over ontwikkelingsplanologie en waarschuwt daarin voor ,,zouteloze compromissen''. Ontwikkelingsplanologie kan best succesvol zijn, zo blijkt uit onderzochte voorbeelden, maar alleen als er echt iets nieuws wordt bedacht, zoals de Blauwe Stad in Groningen. En als de toelatingsplanologie ,,niet bij het vuilnis wordt gezet'', zegt directeur Wim Derksen. Zonder deze voorwaarden kan ontwikkelingsplanologie verworden tot een ,,poolse landdag'' waarbij alles met alles wordt verbonden. Met andere woorden: ,,Een mooi idee, maar je bent er niet zomaar'', aldus Derksen.

Melkveehouder Nol Hooijmaijers, tevens CDA-raadslid in Waalwijk, rijdt door de Overdiepse Polder, gelegen tussen het Oude Maasje en de nieuwere Bergsche Maas. Voor tachtig miljoen euro kan deze 550 hectare grote polder over een jaar over acht zijn omgetoverd tot een soort eierdoos: diepe gedeelten met op de hoge delen bedrijven en wegen. Van de zeventien boerenbedrijven blijven er acht over die op een terp worden gebouwd. De rest vertrekt naar West-Brabant, Oost-Groningen of Canada. Met een zak geld. ,,De maatschappij vraagt om maatregelen tegen het water. Die zal het moeten betalen.'' In de Overdiepse Polder zal geen akkerbouw meer mogelijk zijn. ,,Je kunt dat Maaswater niet over je land krijgen.'' Alleen weilanden. De terpen kunnen worden gebouwd met het zand dat ruim honderd jaar geleden vrijkwam bij de aanleg van de Bergsche Maas. Een harde eis van de boeren is dat het water niet vaker dan eens in de kwart eeuw over het land zal lopen. ,,Zorg dat niet iedere burgemeester zomaar even de sluisdeur open kan zetten'', zegt LTO-bestuurder Jos Roemaat. Burgemeester De Beus nuanceert de eis: ,,De natuur laat zich niet in juridische kaders vangen. Maar als de natuur ons dwingt, moeten er goede schaderegelingen tegenover staan.''

Tot nu toe zijn de boeren tevreden. Wel kost het lobbyen veel energie, zegt Hooijmaijers. ,,Naar de provincie in Den Bosch. Naar Den Haag. Naar het gemeentehuis van Waalwijk. Mijn zoon roept weleens: sta ik hier alleen te werken of hoe zit dat.''