Monti houdt poot stijf in Alstom-zaak

Brussel heeft de Franse regering tot concessies gedwongen inzake het reddingsplan voor industriereus Alstom. Parijs wacht op de komst van een nieuwe commissaris.

Wie z'n onderhandelingspartner niet vertrouwt, legt afspraken zo snel mogelijk vast. Eurocommissaris Mario Monti (Mededinging) sprak gistermorgen via de telefoon met minister Nicolas Sarkozy (Financiën) over de redding van het industriële conglomeraat Alstom. Een uur later publiceerde Monti een kort communiqué: Alstom moet één of meer ,,industriële partnerschappen'' sluiten, die betrekking hebben op ,,significante delen'' van de activiteiten. Dat zou betekenen dat concurrenten als het Duitse Siemens en het Zweeds-Zwitserse ABB een kans krijgen.

Ruim een week geleden kondigden Monti en Sarkozy aan dat ze ,,heel dicht'' bij een akkoord waren. Toch volgde nog een hevige krachtmeting. Sarkozy heeft het thuisfront steeds voorgehouden dat geen sprake zal zijn van ontmanteling van Alstom, dat met de hogesnelheidstrein als paradepaardje tot de industriële trots van Frankrijk behoort. Van Franse zijde is lang de indruk gewekt dat Alstom er met een beperkte afstoting van activiteiten vanaf zou komen. Het Franse staatsbedrijf Areva, dat kerncentrales bouwt, kon mogelijk als redder van Alstom optreden. Monti veegde dat vorige week resoluut van tafel. Ingewijden in Brussel merkten op dat Monti zich niet door Parijs over de tafel zou laten trekken. Juist nu de interne markt in de Europese Unie haar voltooiing nadert, is een effectieve controle op oneerlijke staatssteun steeds belangrijker.

Eergisteren verhoogde Monti de druk op Sarkozy door het aangaan van industriële partnerschappen als absolute voorwaarde te stellen voor een akkoord over de redding van Alstom, dat met bijna 80.000 werknemers in ruim 70 landen ook zaken als energieturbines en schepen produceert. Volgens Monti zijn zulke partnerschappen niet alleen nodig voor de overleving van Alstom, maar ook ,,een noodzakelijke compensatie voor de verstoring van de concurrentie als gevolg van staatssteun''.

Zijn Brussel en Parijs er nu uit? De tekst over het akkoord is in zijn beknoptheid ook enigszins vaag. Zo is niet duidelijk wat precies met ,,industriële partnerschappen'' wordt bedoeld. Volgens ingewijden moet in elk geval sprake zijn van gedeelde zeggenschap. Het feit dat ,,significante delen'' van Alstoms activiteiten bij de partnerschappen moeten zijn betrokken, zou betekenen dat belangrijke sectoren als transport en energie in aanmerking komen.

Dat staat op gespannen voet met Sarkozy's intentie om `kernactiviteiten' in Franse handen te houden. In de tekst staat dat geen partnerschappen mogen worden aangegaan met ondernemingen die door de Franse overheid worden gecontroleerd, tenzij de Europese Commissie vooraf toestemming geeft. Volgens een goedingelichte EU-bron zijn alleen varianten toelaatbaar waarbij de overheid zich net zoals een privé-investeerder gedraagt. Het feit dat de partnerschappen uiterlijk na 4 jaar moeten zijn gesloten, betekent niet dat Alstom zolang de tijd krijgt. Al in de nabije toekomst moeten de eerste stappen naar partnerschappen worden gezet. De voltooiing van zulke deals kan dan over vier jaar plaatsvinden. Toch geeft de termijn van 4 jaar Parijs enige ruimte om de positie van Alstom te versterken.

Volgens Monti's communiqué moet de formulering van andere verplichtingen nog worden afgerond. Het gaat met name om de afstoting van activiteiten. De Franse minister voor Industrie, Patrick Devedjian, noemde al een bedrag van 1,5 miljard euro ofwel 10 procent van de omzet. Een volledig akkoord tussen Brussel en Parijs kan volgens ingewijden voor het zomerreces in augustus worden verwacht. Dan worden ook meer bijzonderheden bekend.

Eurocommissaris Monti wil voorkomen dat hij voor voldongen feiten wordt geplaatst. Daarom is te verwachten dat in het reddingsplan tussenstappen worden ingebouwd. Vorige herfst werd Monti onaangenaam verrast door het reddingsplan voor Alstom. De Franse overheid had zich garant gesteld voor 65 procent van een kredietlijn van 3,5 miljard euro zonder de verplichting te respecteren dit vooraf aan Brussel te melden. Monti blokkeerde daarop het Franse plan voor directe kapitaalsdeelname in Alstom, omdat zo'n onomkeerbare stap het onderzoek naar oneerlijke staatssteun doorkruiste. Het gaat nu om een reddingsplan van zo'n 3 miljard euro, waaronder een omzetting van schuld in aandelen. Ook grote banken zijn bij de deal betrokken.

Monti gaf vorig jaar al aan dat op het hoogste Franse niveau zware druk op hem was uitgeoefend. President Jacques Chirac belde met Commissie-voorzitter Romano Prodi om op flexibiliteit aan te dringen. Het verbod van de fusie tussen de Franse elektronicabedrijven Schneider en Legrand heeft in Parijs veel kwaad bloed gezet. Frankrijk en Duitsland nemen al langer het Europese industriebeleid onder vuur. Zo zou het mededingingsbeleid onvoldoende ruimte bieden om `industriële kampioenen' te kweken. Niet voor niets pleiten beide landen voor een `supercommissaris', die over de industriële belangen waakt.

Monti heeft zich voor de verwijten nooit erg gevoelig getoond. Hij wijst op fusies als Carrefour/Promedes (detailhandel), Total/Fina (olie) en Siemens/Framatome (technologie) die van Brussel groen licht kregen. Bovendien ontgaat het in Brussel niemand dat vooral Parijs altijd gretig naar zuiver Franse oplossingen zoekt. Dit overigens ook tot grote irritatie van Duitsland, dat onlangs knarsetandend moest toezien hoe door ingrijpen van Parijs een Zwitsers overnamebod op het Frans-Duitse farmacieconcern Aventis werd afgeweerd ten gunste van het Franse Sanofi-Synthelabo. Als het aan Monti ligt, kan van zo'n typisch Franse manoeuvre bij Alstom geen sprake zijn. Maar Parijs weet ook dat Monti na oktober geen eurocommissaris meer is.