`Kroonprins van Parijs' trekt eigen plan

Martin Verkerk keerde gisteren terug op Roland Garros, en dus op de heilige ondergrond die de 25-jarige tennisser vorig jaar wereldfaam bezorgde.

Waar hij de voorbije maanden ook kwam of ging in Nederland, overal viel de naam Roland Garros en overal snoof hij dezelfde geluiden op. `Die Martin Verkerk flikt het straks in Parijs weer, kan niet missen!' Het was af en toe om gek van te worden, verzuchtte de hoofdpersoon gisteren na zijn routineklus tegen Julien Boutter: 7-5, 6-3 en 6-1. ,,In Nederland ontkom je gewoon niet aan de druk.''

Verkerk begrijpt het wel, die drang om telkens maar te refereren aan zijn twee magistrale weken in het Bois de Boulogne. Maar dat was twaalf maanden geleden, toen hij als een relatief onbekende en onbetekenende debutant `vanuit het niets' doordrong tot de finale van de Open Franse tenniskampioenschappen. Zo'n heldendaad schept verplichtingen en erger nog verwachtingen, weet Verkerk inmiddels.

Verliezen van een of andere nobody en/of voortijdig sneuvelen is er niet meer bij voor `de kroonprins van Parijs'. Hij moet en hij zal opnieuw de hemel bestormen. Zo voelt het althans. Alle ogen zijn dezer dagen gericht op de 25-jarige prof uit Alphen aan den Rijn. Ook dat begrijpt Verkerk, maar leuk is toch anders. ,,Amerikanen en Fransen gaan veel relaxter om met zo'n situatie. Die betuigen respect voor je en maken er geen punt van als het onverhoopt niet lukt.''

Het klonk als een doorzichtige poging om zichzelf alvast in te dekken voor een eventuele nederlaag. Maar dat was het niet, betoogde de nummer negentien van de plaatsingslijst. ,,Ik wil zelf natuurlijk ook weer iets moois neerzetten, omdat ik weet dat ik het kan. Ik heb vorig jaar de finale gehaald door heel goed te tennissen. Alleen [de Spanjaard Juan Carlos] Ferrero was toen beter.''

Een plaats in de kwartfinales is ditmaal het doel van Mighty Marty, die ,,verschrikkelijk blij'' is om terug te zijn op de ondergrond die hem vorig jaar in één klap wereldfaam bezorgde. ,,Daarna zien we wel verder.'' Hoewel: ,,Vanaf `de kwart' kan iedereen het toernooi winnen.'' En hij dus ook, al moet niemand daar echt op rekenen. ,,Ik bekijk het van ronde tot ronde.''

Want Verkerk trekt zijn eigen plan in Parijs. Wat iedereen ook mag denken, vinden en zeggen. Hij beweert zich door niets of niemand te laten opjagen. En mocht hij toch tegen een nederlaag aanlopen, dan moet dat maar. Want ook dat heeft voordelen, liet hij vorige week al weten tijdens de World Team Cup in Düsseldorf. In dat geval valt een last van zijn schouders en kan hij Roland Garros afsluiten.

In de tweede ronde wacht morgen eerst Victor Hanescu, de Roemeen die hem al twee keer versloeg en als een tweelingbroer van Verkerk kan worden beschouwd. Ook Hanescu meet 1 meter 98, ook hij beschikt over een machtige opslag en dito groundstrokes. ,,A big boy with a big serve'', in de woorden van Verkerks trainer-coach, de Nieuw-Zeelander Nick Carr. Die is op zijn beurt blij dat zijn pupil langzaam maar zeker weer de oude is. Sinds Roland Garros verkeerde Verkerk in niemandsland: hij was de kluts kwijt, verbouwereerd door de heldenstatus die de buitenwacht hem opplakte. Hij was van het ene op het andere moment publiek bezit. Van Waku Waku tot Koffietijd: een voor een hingen ze aan de lijn met het verzoek of hij wilde komen opdraven.

Ga daar maar eens mee om, als een nuchtere maar onervaren prof die van nature moeilijk `nee' kan zeggen. Verkerk won weliswaar het Challenger van Hilversum, maar bij de grote toernooien ging hij steevast in de eerste of tweede ronde onderuit. Het vrat aan hem, al wist Verkerk één ding zeker: hij is geen eendagsvlieg. Niettemin ervoer hij het einde van het tennisseizoen als een bevrijding. Eindelijk was hij verlost van de beslommeringen op en rondom de baan, eindelijk kon hij alle indrukken laten bezinken.

Dit voorjaar zette hij zichzelf weer op de rails. Hij was naar eigen zeggen bezig aan ,,de beste periode uit mijn carrière'', getuige onder meer zijn weergaloze (maar verloren) partij tegen Ferrero (kwartfinales Davis Cup) en zijn finaleplaats in München. Ook intern maakte Verkerk schoon schip. Zijn relatie met Carr stond enkele weken onder druk wegens privé-problemen van zijn begeleider, maar coach en pupil hebben de plooien inmiddels (weer) gladgestreken.

Verkerk trof het gisteren ook met zijn tegenstander. Julien Boutter is geen hoogvlieger, ook al bezette de routinier twee jaar geleden de 46ste plaats op de wereldranglijst. Bovendien is de 30-jarige Fransman nog maar net hersteld van een schouderoperatie, die hij in september moest ondergaan en die hem ver terug heeft geworpen op de ATP-ranking: 492ste plaats.

Slechts drie wedstrijden had Boutter gespeeld, voordat hij gisteren aantrad tegen Verkerk. Dat gebrek aan wedstrijdritme deed zich voelen, want gaandeweg doofde het heilige vuur. Verkerk hoefde niet eens het beste in zichzelf op te roepen om zich te ontdoen van zijn tegenstander.

Carr toonde zich naderhand tevreden, maar had daarnaast ook een advies voor Verkerk. ,,Marty moet het toernooi aanvallen, niet verdedigen. Wie bezig is met verdedigen, is bezig met verliezen. Hij heeft niets te bewijzen en niets te verliezen. He's an attacking player, en zo moet hij ook spelen.''