Investering of uitlevering

Toen Nederland zich voor de oorlog tegen Irak verklaarde, voerde het kabinet daarvoor een formeel motief aan: de regering van Saddam Hussein had bij herhaling resolutie 1441 van de VN genegeerd. Met zijn instemming gaf het kabinet politieke steun aan de Coalitie, en niet meer dan dat. Het motief was al twijfelachtig, toen het werd aangevoerd. Het was sterk de vraag of er massavernietigingswapens aanwezig waren, zeker in de hoeveelheden waarvan de Amerikaanse en Britse regeringen spraken. Er is niets gevonden. Minister Powell heeft intussen verklaard dat hij zich in zijn lezing met lichtbeelden voor de VN op valse inlichtingen had verlaten. Ook andere onderdelen van de casus belli zijn denkbeeldig gebleken (om het vriendelijk te zeggen).

Nadat de oorlog voorbij was, stuurde het kabinet soldaten die in een van de veiligste gebieden werden gelegerd. President Bush had al drie maanden tevoren verklaard dat het karwei op een oor na gevild was. In Irak bleef een betrekkelijke rust gehandhaafd. In Amerika en Europa waren de voorstanders van de oorlog nog aan het afrekenen met de tegenstanders. Inhoudelijk leek de Nederlandse deelneming aan de bezetting een vredesmissie, in niets afwijkend van vorige gelegenheden.

Had het kabinet, met instemming van de Tweede Kamer, ook soldaten gestuurd, als het had kunnen vermoeden welke chaos nu in Irak zou heersen? En had het kabinet het kúnnen vermoeden? Ik denk het wel. Maar dat heeft het niet gedaan. Het heeft de optimistische koers van Washington gevaren en zo is, ten gevolge van een verkeerde berekening, het Nederlandse detachement aan de rand van de echte oorlog terechtgekomen.

Daarmee zijn we, anderhalf jaar later, terug bij de eerste vraag. Alleen politieke steun impliceert: geen steun in het gevecht. Dat was de essentie van de Nederlandse stem ten gunste van de oorlog. Nu is de situatie totaal veranderd. Het besluit om de Nederlandse soldaten te laten blijven, waartoe de grote regeringsfracties neigen, betekent wél deelnemen aan de echte oorlog. De motieven lopen uiteen: niet wijken voor terrorisme, we kunnen de Irakezen niet in de steek laten, vertrekken maakt het alleen maar erger. En: we kunnen de Amerikanen niet in de steek laten. Over al deze motieven valt wel iets kritisch te zeggen. Ik blijf bij het laatste, zoals verdedigd door H.J. Schoo in zijn column in de Volkskrant van 22 mei.

Ik noem het de Atlantische redenering. Schoo, indertijd tegenstander van de oorlog, is sceptisch over ,,de vrome bedoelingen'' die over het algemeen ten grondslag liggen aan onze militaire aanwezigheid in verre landen. ,,Onze troepenzending moet vooral worden gezien als een investering in de band met de VS. Nederland ziet zich weliswaar genoopt, steeds nadrukkelijker voor Euopa te kiezen, maar vreest tegelijkertijd dat het in uitsluitend Europees gezelschap verzeild zal raken – een benauwend vooruitzicht'', schrijft hij. En drie alinea's verder: ,,Irak nu verlaten zou een affront voor de VS zijn: de investering in de band met de VS zou dan in haar tegendeel verkeren.''

Dat is een van alle obligate vroomheid ontdane, realistische kijk op de situatie, in overeenstemming met de lijn in onze buitenlandse politiek. Er is nu eenmaal een neiging om naar nobele doelen te streven, zo sterk zelfs dat Nederland zich eens onverhoeds tot gidsland heeft uitgeroepen. Maar al het gidsen daargelaten, hebben opeenvolgende kabinetten na de oorlog er zorgvuldig op gelet dat de Atlantische verbindingen niet beschadigd werden (tijden van koloniale verwarring uitgezonderd). J.L. Heldring heeft geopperd dat Nederland een Amerikaanse staat moest worden. Toen Thijs Wöltgens – zeer theoretisch, louter voor het debat – het denkbeeld lanceerde dat we ons als Duitse deelstaat bij Noordrijn-Westfalen moesten aansluiten, werd hij door een storm van verontwaardiging weggeblazen. En ongeacht de kleur of politieke signatuur van een kabinet, heeft de Atlantische lijn altijd weerklank gevonden bij de meerderheid van de publieke opinie.

Bij het aantreden van president Bush is dat radicaal veranderd. Lang daarvoor al, sinds het einde van de Koude Oorlog, is gespeculeerd over de toekomst van de NAVO bij gebrek aan een grote tegenstander. In de door Europa aanvankelijk ernstig onderschatte Joegoslavische crisis heeft de regering van president Clinton ernst gemaakt met de Atlantische politiek door de radicale oplossing te serveren. Na hem heeft zich in Washington de conservatieve revolutie voltrokken, al ruim vóór Irak. Een aspect daarvan is, dat in feite aan de andere kant van de oceaan het bondgenootschap werd opgezegd. En niet alleen dat. De hele `internationale gemeenschap' – wat je daaronder ook mag verstaan – werd irrelevant verklaard.

In het voorspel tot de oorlog ontstond de indruk dat premier Blair de laatste was die het Atlantisch geheel nog niet had opgegeven. Hij investeerde 30.000 soldaten in de Coalitie, toonde zich op het gebied van de mvw's plus royaliste que le roi, misschien in de hoop op die manier de oorlog te kunnen vermijden (dachten we toen).

Dat mocht niet baten. Nadat Bush op 1mei 2003 het einde van de major operations had afgekondigd, verklaarde Rumsfeld dat het zonder die Britten ook wel was gegaan. Terloops bevestigde hij dat het Atlantisch bondgenootschap voor Washington geschiedenis was.

Nu zijn de unilaterale Amerikanen (d.w.z. deze regering die bij haar aantreden minder dan de helft van de kiezers vertegenwoordigde) in nood geraakt. Mevrouw Rice is naar Europa gekomen om de Atlantische gedachte weer op te pompen. Op 6 juni komt de president aan het strand van Normandië hetzelfde doen. Er is een resolutie in de maak waarvan de bedoeling is dat de VN de Amerikanen uit de nood zullen helpen. Is daarmee enige garantie gegeven dat het gedaan is met het unilateralisme? Ik voorspel: nee. Want daarmee zouden Bush en de zijnen hun DNA prijsgeven, hun absolutistische, eenzijdige kijk op de wereld.

Een hernieuwde investering van duizend Nederlandse soldaten zal het Atlantisch bondgenootschap niet reanimeren. Wat de resolutie van de VN zal behelzen weten we niet, en nog minder hoe Washington die bij de uitvoering ervan zal interpreteren. Daarom blijf ik voorlopig tegen de Nederlandse militaire aanwezigheid in Irak. Omdat het geen investering is maar een uitlevering.