`Ik kon mijn huis niet meer vinden'

Noodweer heeft in de Dominicaanse Republiek en Haïti al zeker vijfhonderd mensen het leven gekost. Modderstromen overvielen de mensen in hun slaap.

Meer dan vijfhonderd mensen zijn de afgelopen dagen omgekomen toen ze meegesleurd werden door buiten hun oevers getreden rivieren of modderstromen in de Dominicaanse Republiek en Haïti. Stormen met hevige regenval hebben ertoe geleid dat hele dorpen op het eiland Hispaniola vernietigd werden door overstromingen.

,,Ik was in het weekend op bezoek bij mijn tante in Port-Au-Prince. Toen ik terugkwam, kon ik mijn huis niet vinden'', zegt de 16-jarige Joane Saint Fort. ,,Het stond exact op deze plek, maar nu is er niets meer van te zien. Mijn moeder en mijn twee jongere broertjes leefden hier.''

Het huis van Joane en haar familie stond in de zwaar getroffen Haïtiaanse stad Fond Verettes. Een rivier waarvan de bedding vroeger bijna droog was, trad buiten haar oevers en vernietigde een groot deel van de 40.000 inwoners tellende stad. Zeker 540 huizen zijn met de grond gelijk gemaakt en nog eens 1.500 zwaar beschadigd. Volgens reddingswerkers hebben in Fond Verettes zeker 158 mensen het leven gelaten, 3.000 anderen hadden eerste hulp nodig.

De inwoners van Fond Verettes zijn 's nachts in hun slaap verrast. ,,Het lijkt erop dat veel slachtoffers gewoon de stad zijn uitgespoeld of begraven liggen onder de modder en de brokstukken'', zegt kolonel Glen Sachtleben, stafchef van de multinationale stabilisatiemacht in Haïti, terwijl hij bovenop het puin staat van wat vroeger huizen waren.

De 3.500 man sterke buitenlandse vredesmacht is in Haïti om de stabiliteit te herstellen na een gewapende opstand die leidde tot het aftreden van president Jean-Bertrand Aristide in februari. Volgens een woordvoerder van de troepenmacht brengen Amerikaanse en Canadese helikopters noodhulp naar het zwaarst getroffen deel van Haïti. ,,Dit is een catastrofe'', zei Haïti's premier Gerard Latorture toen hij aangekomen was in het rampgebied. ,,We rekenen op hulp van bevriende landen.''

Ook in de Dominicaanse grensstad Jimaní is de ravage nauwelijks te overzien. Daar werden vooral sloppenwijken en armere buurten met minder stevige huizen getroffen. De Dominicaanse regering had zondag een waarschuwing voor zwellende waterstromen uitgezonden, maar Jimaní ligt 360 kilometer van de hoofdstad en heeft geen goede radioverbindingen. De bewoners werden net als in Fond Verettes in hun slaap overvallen door de alles verwoestende modderstroom, zo vertelden overlevenden aan de lokale pers.

Televisiestations toonden gisteren beelden van tientallen lichamen in lijkenhuizen. Velen waren kinderen, anderen waren onherkenbaar omdat ze volledig bedekt waren met modder. In Jimaní probeerden de overlevenden hun familieleden met hun blote handen op te graven uit de modder.

De laatste berichten melden dat in de Dominicaanse Republiek al zeker 280 doden zijn geteld. Volgens Luitenant Virgilio Mejia hebben de ordediensten al meer dan honderd lichamen met vrachtwagens in een massagraf gestort. Reddingswerkers verwachten dat nog meer doden begraven liggen onder de modder of het puin. In totaal zijn al meer dan 250 mensen als vermist opgegeven.

Ramon Perez Feliz werd zelf meegesleurd, maar overleefde de overstroming. Zijn twee neven en zijn zus hadden minder geluk. ,,Alles gebeurde zo snel, ik kon echt niets doen'', zei hij. ,,Ik ben gered omdat de stroom mij op de oever wierp.''

,,Dit is een grote tragedie'', zei de Dominicaanse president Hipolito Mejia. Hij zond legerartsen, medicijnen en voedsel naar het gebied. Reddingswerkers vrezen inmidels voor knokkelkoorts- en malaria-epidemieën.