Holkeri symbool van onvermogen

Harri Holkeri stapt op als chef van het VN-bestuur in Kosovo. Hij boet voor zijn eigen onvermogen en dat van de internationale gemeenschap.

Harri Holkeri, chef van het VN-bestuur in Kosovo (UNMIK), gaat af door de achterdeur: na de Fransman Bernard Kouchner, de Deen Hans Haekkerup en de Duitser Michael Steiner is hij de vierde UNMIK-chef die zijn tanden heeft stukgebeten op het probleem-Kosovo.

Holkeri heeft gefaald. Daar was iedereen het al over eens vóórdat het op 17 maart in Kosovo tot drie dagen van anti-Servische rellen kwam. Bij Mitrovica verdronken op de 16de maart drie Albanese kinderen in een rivier. De Kosovo-Albanezen geloofden kritiekloos het (ongegronde) gerucht dat ze door lokale Serviërs de rivier in waren gedreven. De vlam sloeg in de pan: drie dagen lang werden Serviërs aangevallen, vooral in de dorpen waar nog slechts enkele individuele Serviërs tussen louter Albanese buren leefden. Vierduizend van hen werden op de vlucht gedreven, achthonderd huizen en dertig Servische kerken en kloosters werden verwoest. Holkeri's geloofwaardigheid – toch al gering – verdween toen hij het geweld bagatelliseerde (er waren ,,maar een paar kerken'' verwoest).

Holkeri heeft gefaald, mede omdat de internationale gemeenschap niets heeft gedaan om hem te helpen en niets heeft gedaan om het ingevroren probleem-Kosovo op te lossen. Kosovo is nog waar het in juni 1999 was, toen het Servische gezag na de NAVO-oorlog door UNMIK werd vervangen en de vredesmacht KFOR Kosovo bezette. Kosovo kreeg een eigen parlement, regering en president, maar hun bevoegdheden bleven beperkt: UNMIK is de baas.

Sindsdien is het ten aanzien van een oplossing voornamelijk stil gebleven. De cruciale vraag over de toekomst van Kosovo is niet beantwoord. Volgens resolutie 1244 van de Veiligheidsraad maakt Kosovo onverminderd deel uit van het grondgebied van Servië. De Serviërs eisen dat dat zo blijft, maar de Kosovo-Albanezen willen onder geen beding ooit nog enig Servisch gezag accepteren: zij eisen onafhankelijkheid.

De internationale gemeenschap aarzelt al jaren bij het doorhakken van deze knoop. Ze kan de Serviërs niet toestaan Kosovo weer te gaan regeren omdat dat tot een nieuwe oorlog zou leiden, maar ze wil Kosovo ook geen onafhankelijkheid toestaan omdat dat een precedent zou zijn om elders op de Balkan grenzen te wijzigen: het zou de Macedonische Albanezen, de Bosnische Serviërs en de Montenegrijnen wel eens kunnen aanmoedigen zich onafhankelijk te verklaren. De internationale gemeenschap hoopt door tijd te rekken dat een verzoening tussen Serviërs en Albanezen een besluit over de toekomst van Kosovo op termijn makkelijker zal maken.

Die hoop is ijdel, want dat dit beleid van pappen en nathouden bij gebrek aan een serieuze strategie niet werkt bleek in maart. Vijf jaar na de oorlog werd duidelijk dat er geen kans is op een compromis in Kosovo en dat verzoening nog heel ver achter de horizon ligt. De hartstochten zijn geenszins bedaard. Al vijf jaar wordt gepraat over democratie en tolerantie – maar bij de eerste gelegenheid slaat men elkaar de hersens in.

UNMIK wil van Kosovo éérst een democratie maken om vervolgens over de toekomstige status van de regio te besluiten – `standaarden vóór status' heet dat – maar de Albanezen willen de volgorde omdraaien en de Serviërs vinden de leus een alibi voor nietsdoen.

In maart is aangetoond dat de door UNMIK ingestelde Kosovaarse instituten niet werken en breekbaar zijn, dat de Albanese leiders geen greep hebben op hun eigen achterban, dat de Albanezen helemaal geen multi-etnische samenleving wensen en dat KFOR de Serviërs niet kan beschermen.

Instituties? Het waren in maart Albanese politiemannen die bange Serviërs tien minuten de tijd gaven om wat spullen te pakken en te verdwijnen voordat hun huis in brand werd gestoken en die toekeken toen er een paar werden doodgeslagen. Intussen is UNMIK niets en niemand verantwoording schuldig, behalve aan de Veiligheidsraad, die zich niet voor Kosovo interesseert, en heeft de regering van Kosovo evenveel macht als – zoals Servische media het omschreven – een leerlingenraad op een middelbare school.

Zo is `Kosovo' een vage oefening in democratie en géén serieus project dat ergens toe leidt. Holkeri heeft die spagaat niet kunnen oplossen. Kofi Annan moet nu op zoek naar iemand die dat wel kan, maar die iemand kan het zonder een serieuze inspanning van de internationale gemeenschap net zo min als het kwartet Kouchner, Haekkerup, Steiner en Holkeri.