Beeld van gestolde samenleving

In drie reportages voor het NOS-journaal heeft filmer Pieter Fleury afgelopen jaar laten merken dat hij erin is geslaagd door te dringen in Noord-Korea. Zo kort als ze waren, ademden die items al de bizarre sfeer in het communistische bolwerk, de jubelkreten voor het paradijs die uit alomtegenwoordige luidsprekers stromen, het rode-vlagzwaaien op straat.

Van zijn reis heeft Fleury, bekend geworden met zijn portret van Ramses Shaffy, nu een verslag van krap 50 minuten gemaakt, Noord-Korea: een dag uit het leven. En zo eenvoudig is ook de opzet. Fleury legt een dag uit het leven van een Noord-Koreaanse familie vast. Het resultaat is uiterst subtiel. Door een cinematografisch neutrale positie in te nemen, door af te zien van commentaar en door zijn vermogen details betekenis te geven zonder ze uit hun context te halen, slaagt Fleury erin ons even onbevangen naar het land te laten kijken als hij het zelf kennelijk heeft gedaan. Hij neemt vooroordelen weg, bevestigt een paar andere, en doet dat allebei vanuit hetzelfde gevoel: nieuwsgierigheid.

We gaan met de familie drie kanten op. De vrouw brengt ons naar een textiel-fabriek, haar jongere broer brengt ons naar de universiteit, de kleuter brengt ons naar school. Deze drie leeftijdscategorieën vullen elkaar mooi aan. De vrouw werkt in een Orwelliaans autoritair systeem, waar de baas de werkneemster 's ochtends zegt: ,,Van bovenaf heb ik gisteren de opdracht voor vandaag gekregen.'' Vandaag moeten ze 150 jassen maken, omdat ze er gisteren minder dan 100 hadden gemaakt. De studerende broer krijgt Engels van een vrolijke lerares. In de collegezaal hangt een losse sfeer, er worden uitdagende grapjes gemaakt.

Maar net als je hoopt dat er misschien iets verandert in dat land, dat de nieuwe generatie wat meer vrijheid krijgt – bijvoorbeeld doordat ze het woord internet kent – neemt Fleury ons mee naar de kleuterklas. Op school worden de hummels net als de studenten en de arbeiders elektronisch versterkt toegesproken: ,,Geliefde kleuters...'' Waarop hun een stichtend verhaal uit de jeugd van kameraad nummer 1, Kim wordt voorgelezen, verluchtigd door schoolplaten. Door de mechanische reproductie ervan, en doordat Fleury enkele leraressen laat zien die erop oefenen, begrijpen we dat dit verhaal ook ooit in de hersens van de student is gegoten en in die van de moeder en begrijpen we hoe gestold deze samenleving is.

In het atelier zien we waarom ze de vorige dag te weinig jassen hebben geproduceerd. De stroom valt regelmatig uit (schuld van de Amerikanen, zoals alles) en af en toe naait een vrouw de hals van vijf of zes jassen aan de mouw vast. Dat soort fouten komen ten slotte terecht in de directiekamer, waar we een huiveringwekkende, elk vooroordeel bevestigende scène zien. De chefs doen verslag van hun resultaten en als die niet goed zijn, volgt een ritueel van zelfbeschuldiging dat ons regelrecht terugvoert naar Stalin-Rusland of Mao-China. ,,Ik zweer dat ik de productielijn zal verbeteren.''

De prestatielijsten op de muur, de schriftjes waarin alles wordt genoteerd, de haat tegen Amerika, de ochtendgymnastiek en de opwekkende liederen, alles komt voorbij met een vanzelfsprekendheid die alleen een buitenstaander zo kan vastleggen. Het was al een prestatie van Fleury dat hij het land wist binnen te komen. Het is een nog grotere prestatie dat hij er deze film van heeft gemaakt.

Noord-Korea. Een dag uit het leven. Regie: Pieter Fleury. In: 10 bioscopen.