Aholds gekuiste bekentenissen

Niet eerder was Ahold zo open over zijn boekhoudschandaal. Toch is de openheid minder groot dan zij lijkt: interne rapporten zijn afgezwakt en belangwekkende feiten blijven onbelicht.

De eerste rechtszitting is pas over drie weken, maar supermarktconcern Ahold heeft gisteravond om elf uur al zijn volledige verdediging prijsgegeven tegen de eis van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) dat er een onderzoek naar wanbeleid nodig is.

Nog nooit was Ahold zo open over zijn boekhoudschandaal als in het document van 301 pagina's dat op de website van Ahold is gezet. Ahold geeft voor het eerst de namen en rugnummers bij de geheime contracten die (ex)bestuurders en een voormalig commissaris van Ahold tekenden.

Het pak papier mag dan de indruk wekken dat Ahold alle gegevens op tafel legt, maar de selectie van informatie is nog altijd gedaan door een bedrijf dat tegelijkertijd verdachte is in een strafrechtelijk onderzoek. Dat brengt beperkingen met zich mee. Zo heeft de Amerikaanse justitie Ahold verboden bepaalde relevante documenten openbaar te maken. De passages die Ahold hiervan aanhaalt blijken met aandacht te zijn geselecteerd.

Cruciaal is bijvoorbeeld het rapport van hoogleraar Eisma, de jurist die in 2002 van Ahold opdracht kreeg om de toen net ontluikende boekhoudfraude te onderzoeken. Eisma leverde op 13 januari 2003 een eerste rapport af dat aan duidelijkheid weinig te wensen overliet. Eisma, die vaststelde dat Ahold bij haar Scandinavische partner ICA met twee `side letters' werkte, schreef bijvoorbeeld onomwonden aan de raad van commissarissen (RvC) dat financieel directeur Meurs ,,onmiddellijk'' moest aftreden. In Aholds verdediging heet Eisma's conclusie dat het ,,in het belang van Ahold'' is als ,,de RvC zich over de positie van Meurs zou beraden.''

Volgens Ahold kon het boekhoudschandaal niet eerder bekend worden gemaakt. Ahold maakte de problemen op 24 februari 2003 wereldkundig, terwijl op 13 januari al de bevindingen van Eisma beschikbaar waren. De constatering van accountant en onderzoeker J. Klaassen dat Ahold met zijn rapportage het Nederlandse jaarrekeningenrecht overtrad is volgens Ahold niet koersgevoelig.

Ten eerste waren zijn bevindingen `als bijlage' aan een onderzoeksrapport van Eisma toegevoegd. Daarnaast, zo stelt Ahold nu, baseerde Klaassen zijn oordeel op onvolledige informatie. Hij beschikte niet over alle relevante gegevens. En Klaassen baseerde zijn oordeel in de ogen van Ahold op verkeerde richtlijnen en een `vaag' wetsartikel. ,,Ahold was het niet met de conclusie van Klaassen eens'', schrijft Ahold in zijn verweerschrift.

Ahold beschrijft uitgebreid hoe met name de kwestie met de Scandinavische side letters zich heeft ontwikkeld. Ahold telde haar Zweeds-Noorse partner ICA volledig mee in de omzetcijfers, terwijl ze daar niet de baas was. In haar verdediging haalt de onderneming opnieuw de argumentatie aan die de gevallen topman Van der Hoeven rond het uitbreken van het schandaal intern steeds naar voren bracht: Ahold was misschien niet op papier de baas, maar in de praktijk wel. Maar, als Ahold toch de baas was, waarom werd de gang van zaken, na het uitkomen van de boekhoudfraude dan toch teruggedraaid (deconsolidatie)? Volgens Ahold gebeurde dat omdat er een samenspel van factoren was: als enkele andere gebeurtenissen niet hadden plaatsgehad (de fraude bij Amerikaanse dochter USF, het boven tafel komen van dubieuze side letters in andere landen), kon ervan ,, worden uitgegaan, althans'', dan was ,,op goede gronden aannemelijk'' dat Ahold ,,de integrale consolidatie van ICA had gehandhaafd'', aldus het document.

Ahold stelt dat haar joint ventures, ondanks de side letters, toch in de totale omzet zijn meegeteld omdat dat gebeurde ,,op basis van onjuiste informatie.'' De commissarissen en de raad van bestuur ,,als geheel'' wisten immers niet dat er in diverse landen twee elkaar tegensprekende side letters bestonden, verdedigt Ahold nu. Daarmee gaat het concern wel op een heel gemakkelijke manier voorbij aan de kern van het schandaal: er zaten op dat moment in de raad van bestuur (Van der Hoeven, Meurs en Andreae) en raad van commissarissen (Fahlin) verschillende mensen die wel degelijk op de hoogte waren van in ieder geval één of meerdere side letters.

    • Jeroen Wester
    • Joost Oranje