Ziek van klagen over de school van je kind

Als ouders ontevreden zijn over de school van hun kind, kunnen ze naar een klachtencommissie. Als ze dat doen, zijn ze vaak ontevreden. Minister Van der Hoeven van (Onderwijs) wil iets aan de klachtenprocedure doen.

De zoon van Ineke Scholten bleef in 1999 zitten in de brugklas. Hij was toen 13 jaar. Volgens de school was hij lui en waren zijn sociale vaardigheden onder de maat. Volgens zijn ouders was hij hoogbegaafd en werd hij onvoldoende uitgedaagd. De school liet hem testen. Uitkomst: niet hoogbegaafd. De ouders lieten een tegentest uitvoeren. Uitkomst: wél hoogbegaafd. Inmiddels was de zoon blijven zitten. Hij moest, zegt zijn moeder, ,,vervelende klusjes' doen, zoals het schoolplein aanvegen in de pauze. Hij voelde zich, zegt ze, doodongelukkig.

Scholten en haar man proberen verschillende keren met de schooldirecteur in gesprek te komen. ,,Hij nam ons niet serieus', zegt Scholten nu. ,,Uit alles bleek dat hij niet geloofde in de hoogbegaafdheid van onze zoon.' Uiteindelijk besloten de ouders in 2001 om een klacht in te dienen bij de klachtencommissie.

Ineke Scholten is niet de enige. Uit het vorig jaar verschenen onderzoek `Kritische blik op de klachtafhandeling in het onderwijs' van IVA Beleidsonderzoek en Advies van de Universiteit van Tilburg blijkt dat het aantal klachten in het onderwijs in vier jaar tijd verviervoudigde van 208 in 1998 tot 836 in 2002. Uit de net verschenen jaarverslagen van de vier grote landelijke klachtencommissies blijkt dat die stijgende lijn doorzet, al is de toename iets minder spectaculair. De maanden mei en juni zijn traditioneel het allerdrukst, met name door veel klachten over de eindexamens.

Sinds 1998 moeten alle basis- en middelbare scholen een klachtencommissie hebben. Verreweg de meeste scholen (zo'n tachtig procent) zijn aangesloten bij een van de vier landelijke klachtencommissies voor katholiek, protestants, algemeen bijzonder of openbaar onderwijs. Een klein aantal scholen is aangesloten bij een regionale klachtencommissie, zoals de school van de zoon van Ineke Scholten, of heeft een eigen klachtencommissie.

De meeste klachten, blijkt uit het IVA-onderzoek uit 2003, gaan over het basisonderwijs en meestal zijn de klagers de ouders. Ruim een kwart van de klachten betreft onbehoorlijk bestuur van een school en eveneens een kwart gaat over het pedagogische/didactische handelen van een leraar. Zestien procent van de klachten betreffen geestelijke of fysieke intimidaties.

Het beeld dat naar voren komt uit de jaarverslagen over 2003 wijkt daar weinig van af. Wel worden de klachten over het algemeen iets zwaarder, menen de landelijke klachtencommissies zelf. Dat komt, zeggen ze, doordat ze de klachten die ze in behandeling nemen strenger selecteren. ,,Een klacht kan het allerbeste worden opgelost zo dicht mogelijk bij de plek waar hij is ontstaan', zegt Antoinette Cluitmans, secretaris van de klachtencommissie voor katholiek onderwijs. ,,We vragen altijd eerst: `Heeft u al geprobeerd om het op school op te lossen?' Op een hoorzitting is een echt bevredigende oplossing voor beide partijen eigenlijk niet meer haalbaar.'

Mooi dat de klachtencommissies zelf ook tot dat inzicht zijn gekomen, vindt senioronderzoeker Juliette Vermaas van het IVA-rapport uit 2003. In 2000 deed zij al een eerder onderzoek naar het functioneren van de klachtenregeling, die toen net twee jaar bestond. Een van de belangrijkste aanbevelingen was toen al: probeer de klacht eerst op school op te lossen. Dit om escalatie van het conflict te voorkomen.

Als ouders een klacht indienen bij de klachtencommissie is dat het begin van een lang, juridisch traject, zegt Vermaas. ,,Ze beseffen dat vaak onvoldoende. Ze denken nu eindelijk hun recht te kunnen halen. Op de zitting staan ze, meestal alleen, tegenover een commissie en een vertegenwoordiger van de school die vaak ook nog een advocaat bij zich heeft. Het lijkt op een rechtbankzitting. In het IVA-rapport uit 2000 staat daarover: ,,In de praktijk blijkt dat de betrokken partijen alleen maar meer tegenover elkaar komen te staan.'

Emoties spelen bij de klagers een grote rol, zegt Vermaas. ,,Het gaat om hun kinderen.' Enkele klagers die zij sprak voor het onderzoek gaven aan dat ze er letterlijk ziek van waren geworden. Simon Steen, algemeen directeur van de Verenigde Bijzondere Scholen waaronder de landelijke klachtencommissie voor algemeen bijzonder onderwijs valt, herkent dat wel. ,,Zelfs de ouders van wie de klacht gegrond is verklaard, gaan echt niet zingend naar huis. Het is heel ingrijpend.'

De klacht die Ineke Scholten indiende was dat de school niet adequaat reageerde op de hoogbegaafdheid van haar zoon. Dat werd gegrond verklaard. Haar klacht dat haar zoon onheus zou zijn bejegend was volgens de commissie ongegrond. Daarnaast adviseerde de klachtencommissie om de zoon van Scholten opnieuw te laten testen door een bureau waarin zowel ouders als school vertrouwen hadden.

Scholten schoot weinig op met dat advies omdat, zegt ze, de school er weinig mee deed. Haar zoon werd opnieuw getest. Uitkomst: hoogbegaafd. De school liet daarop de jongen, die inmiddels in 2 vwo zat, 3 vwo overslaan. In 4 vwo liep hij vrijwel direct vast. ,,Natuurlijk', zegt Scholten, ,,hij had de lesstof niet gehad. Hij had extra begeleiding moeten hebben. We kregen een beetje de indruk dat de school wilde zeggen: `Hij is toch hoogbegaafd? Laat maar zien dan.'

Irene Tullemans had ook jarenlang conflicten met de school van haar jongste zoon. Het ging slecht met hem op school, volgens Tullemans kwam dat omdat hij dyslectisch was. Ze vond dat de school onvoldoende ondernam om hem te helpen en niet luisterde naar alle suggesties die zij aandroeg. Uiteindelijk stapte ze naar de klachtencommissie.

Tullemans is zeer ontevreden over het resultaat. Het is onduidelijk wat de school met het advies van de commissie heeft gedaan. ,,Een klacht van ons over de vertrouwenspersoon van de school werd gegrond verklaard, maar die man werkt er nog steeds.' Het advies van de klachtencommissie is niet bindend, zegt Vermaas. ,,De school kan zelf bepalen wat ze ermee doen.'

Greep besloot het er niet bij te laten zitten en maakte een website (www.onderwijsklachten.nl). Uit de aard en het aantal reacties in het gastenboek blijkt dat er veel meer ouders met klachten over school rondlopen. Greep: ,,Daarnaast krijg ik tientallen mailtjes per maand.' Ook stuurde zij een brief naar de inspectie voor het onderwijs en de minister van onderwijs Maria van der Hoeven. Vorige week schreef de minister haar dat ze de procedure die ouders moeten doorlopen om een klacht in te dienen over de school van hun kind, wil verbeteren.

Veel klachten, zeggen de verschillende secretarissen, zouden voorkomen kunnen worden als scholen beter met ouders overleggen. ,,Sommige zaken zijn zo vanzelfsprekend van belang voor de ouders, dat je niet begrijpt dat scholen niet duidelijker vertellen', zegt Marianne Backer, secretaris van de klachtencommissie voor openbaar onderwijs. Ze geeft een voorbeeld. ,,Sommige basisscholen vinden het onverantwoord als een minder slimme leerling alleen maar onvoldoendes op het rapport heeft. Daar is iets voor te zeggen. Maar als de school dat niet duidelijk tegen de ouders zegt, en dat komt voor, komen die voor heel onaangename verrassingen te staan aan het eind van groep acht.'

Eigenlijk zou elke school een vertrouwenspersoon moeten hebben, vindt Antoinette Cluitmans van de klachtencommissie voor katholiek onderwijs: ,,Het is niet verplicht, maar wij bevelen het altijd dringend aan. Als ouders een luisterend oor vinden, hebben ze veel minder de neiging er meteen een zaak van te maken.'

Gerectificeerd

Greep

In het artikel Ziek van klagen over de school van je kind (25 mei, pagina 3) is Irene Tullemans abusievelijk later in het stuk met haar meisjesnaam, Greep, aangeduid.