Vredesmissie Irak 1

In het opiniestuk `Laat andere landen Nederland opvolgen' door prof.mr. N.J. Schrijver (NRC Handelsblad, 17 mei) wordt gebruikgemaakt van een te optimistisch wereldmodel en voorbijgegaan aan een groot scala factoren.

Onduidelijk blijft waarom de Nederlandse troepen voor andere vredesmissies ingezet zouden moeten worden, als de auteur wel een multinationale stabiliserende orde in Irak nastreeft. Vreemd is tevens te noemen dat een land als Pakistan genoemd wordt voor een bredere coalitie. Deze deelnemers aan zo'n coalitie zouden buiten hun vaderland opeens wel de aandrang voelen om de weg naar vrijheid en democratie te plaveien? Meerdere moslimlanden die nodig zijn voor een bredere coalitie, lopen tegen dezelfde problemen aan en het is dus realistisch om alleen hoop te hebben op politieke en zeker niet op significante militaire steun.

De ervaring die Groot-Brittanië heeft opgedaan in de langslepende onrust in Noord-Ierland, is terdege het vermelden waard. Tevens heeft Amerika in de praktijk van vele vredesmissies een te grote hoofdrol gespeeld in het boeken van vooruitgang (Kosovo, Afghanistan) dan wel achteruitgang (Somalië) in het kader van VN-missies, om deze zonder twijfel onkundig te noemen in het herstellen van orde en vrijheid in Irak in de toekomst. De bereidheid tot aanpassingen van het beleid bepaalt de kans op slagen. De veranderingen moeten dan ook niet op papier te zien zijn maar op straat, en daarvoor zullen andere grote mogendheden aangesproken moeten worden op hun verantwoordelijkheden en (aangepaste) belangen. Ook al hebben China en Rusland geen schone lei wat betreft het volkerenrecht, zij hebben wel de mankracht om het veiligheidsgevoel van de Irakezen te vergroten. Alleen dan zal de bewijslast groot genoeg zijn om aan te tonen dat de leiding van de stabiliserende macht niet bij Amerika en zijn vazalstaten ligt.

Desalniettemin ervaren soldaten die bijdragen aan de stabiliteit van deze multinationale vredesmissie, dat terugtrekken of vervangen door volledig onervaren troepen in Irak geen optie kan zijn, zeker niet met het oog op de aanstaande leidende rol van Nederland binnen de Europese Unie.