Trots op haar marginale positie

Voor Ethel Portnoy, vanmorgen op 77-jarige leeftijd na een langdurige ziekte in haar woonplaats Den Haag overleden, stond het vanaf haar veertiende jaar vast dat ze schrijfster zou worden. In het titelverhaal van de bundel De eerste zoen beschrijft ze de ervaring die haar leven zou bepalen. Ze moest voor de klas haar opstel voorlezen over haar `meest interessante ervaring': de eerste kus.

De klas luisterde ademloos. ,,Een gevoel van verrukking joeg door me heen'', schreef ze, ,,en een gevoel van ontzetting. Opeens begreep ik hoe ik de wereld naar mijn hand kon zetten. Ik had de macht van het Woord ontdekt.''

Toch zou ze pas op 44-jarige leeftijd debuteren met de verhalenbundel Steen en been. Haar studies culturele antropologie en archeologie in Parijs, haar werk bij Unesco en haar gezinsleven ze trouwde in 1951 met Rudy Kousbroek en kreeg twee kinderen hielden haar lange tijd van het schrijverschap af.

Na haar debuut in 1971 ontpopte ze zich als een veelzijdige laatbloeier: er verschenen ruim twintig boeken van haar hand. Bundels met essays, columns, korte verhalen, reisverhalen en in de jaren negentig nog twee romans.

Ze kon scherp observeren, ook als het ogenschijnlijk banale zaken betrof. Ze schreef indringend over een aantal belangrijke episodes in haar leven: haar jeugd in New York, waar ze als kind van Russisch-joodse immigranten werd geboren, haar jaren in Parijs met haar studie bij befaamde intellectuelen als Claude Lévi-Strauss en Roland Barthes en haar contact met de Vijftigers uit Nederland.

Haar werk trok vooral in de jaren zeventig en tachtig sterk de aandacht. Bundels als De brandende bruid, Het ontwaken van de zee en Vliegende vellen kregen louter lovende kritieken. Broodje Aap, een verzameling apocriefe volksverhalen, werd haar bekendste boek.

Portnoy schreef in het Engels en liet haar werk door anderen onder wie aanvankelijk ook Rudy Kousbroek van wie ze later zou scheiden in het Nederlands vertalen. Dat maakte haar positie in de Nederlandse literatuur nogal onduidelijk: was ze nu eigenlijk een Nederlandse of een Amerikaanse schrijfster?

Zelf beschouwde ze zich als een Nederlandse schrijfster: hier had ze haar kleine, maar vaste publiek. In een interview zei ze: ,,In de Nederlandse literatuur neem ik een marginale positie in, dat ervaar ik zelf ook zo. Maar het is in zekere zin mijn trots. Het zijn altijd de marginalen die de meest interessanten zijn [...]. De beste gedachten ontstaan meestal in de zijlijn. Ik vind het niet erg dat ik er wat bijhang.''

Ze was zeer gesteld op Nederland, waar ze zich in 1970 met haar gezin had gevestigd. ,,Ik vind dat Nederland een gidsland is waaraan de rest van de wereld zich zou moeten spiegelen'', zei ze eens.

Ethel Portnoy kreeg in 1991 de Annie Romein-prijs van het feministische maandblad Opzij. Ze sympathiseerde met het feminisme, maar was geen radicale feministe. ,,Een schrijver, zoals ik, moet observeren'', zei ze. ,,Maar het feminisme vond ik een goede zaak, want ik heb de discriminatie aan den lijve ondervonden.''

    • Frits Abrahams