Te weinig en te laat

Heeft president George W. Bush gisteravond met zijn toespraak over Irak een streep in het zand getrokken? Heeft hij na de chaotische maanden van onveiligheid, terreur en een smeriger wordende oorlog een nieuw beleid uitgezet dat korte metten maakt met de uitzichtloze aanpak die Washington volgde in Irak? Kwam hij met een verzoenend gebaar naar de wereld, een tegemoetkoming aan het `multinationale tekort' dat ook landen als Duitsland en Frankrijk overtuigt? Het antwoord luidt: nee. Bush ontvouwde in een verkapte verkiezingsspeech een vijfstappenplan dat weinig nieuws bevat en te laat komt. De Amerikanen zullen de macht overdragen aan een soevereine Iraakse regering; ze zullen stabiliteit en veiligheid trachten te bewerkstelligen; de Iraakse infrastructuur zal worden verbeterd; er zal worden gewerkt aan vrije verkiezingen, op z'n laatst te houden in januari 2005, en Bush gaat door met zoeken naar internationale steun voor zijn Irak-beleid.

Het klinkt mooi en verstandig, maar de weerbarstige Iraakse werkelijkheid is gebaat bij een internationalisering die aanzienlijk verder gaat dan de president aangaf. In die zin valt ook nog veel te verbeteren aan een Amerikaans-Britse ontwerpresolutie die gisteren in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd gepresenteerd. In het ontwerp is sprake van een multinationale troepenmacht onder Amerikaans bevel, die na de machtsoverdracht op 30 juni nog een jaar in Irak kan blijven. Voor de VN is een ,,leidende rol'' weggelegd in het opzetten van een nieuw landsbestuur en het houden van verkiezingen. Maar de ontwerptekst doet geen uitspraken over de mate van soevereiniteit die de Iraakse overgangsregering krijgt en zegt weinig specifieks over grotere internationale deelneming. Kortom, het werkelijke mandaat blijft voorlopig waar het is: in Amerikaanse handen. De Irakezen krijgen hooguit soevereiniteit in deeltijd. De resolutie is voorlopig geen stuk dat zicht biedt op rust in Irak of dat in deze woorden acceptabel zal zijn voor ieder lid van de Veiligheidsraad.

Het had Bush gesierd als hij had erkend dat de VS na hun triomf op het slagveld fouten hebben gemaakt bij de wederopbouw van Irak. Als hij echt had gekozen voor internationalisering en dit door een ontwerpresolutie kenbaar had gemaakt. Als hij met een plan was gekomen dat voorziet in een enigszins stabiel Irak. Zijn grote woorden zitten hem in de weg. Een zekere mate van bescheidenheid past niet bij deze regering, maar het zou verademend zijn als de `nobele doelen' konden worden ingeruild voor wat haalbaar is en effectief. Dat helpt de coalitiepartners, waaronder Nederland, aanvaarden dat Irak inderdaad een last is die gezamenlijk moet worden gedragen.

Voor Nederland, dat binnenkort beslist of het zijn militaire aanwezigheid in Zuid-Irak verlengt, zijn Bush' woorden een uitnodiging voor onderhandelen en voorwaarden stellen. Gisteren werd bekend dat de beruchte Abu Ghraib-gevangenis zal worden afgebroken. Maar in Washington heeft nog niemand voor die wandaden een politieke prijs betaald. Een aftreden van minister van Defensie Rumsfeld zou meer dan symboliek zijn. Het zou betekenen dat politieke rekenschap wordt afgelegd en dat de diepte van de crisis is begrepen. Nederland kan dit achter de schermen op z'n minst aankaarten. De ontwerpresolutie, die zeker enig perspectief biedt, kan niet klakkeloos worden aanvaard omdat het woord `multinationaal' er een paar keer in valt. Ook hiervoor geldt: invloed uitoefenen. Militaire aanwezigheid in Irak is een zwaarwegende, gemeenschappelijke verantwoordelijkheid geworden. Maar vanzelfsprekend is de Nederlandse presentie niet. Er hoort meer tegenover te staan dan nu het geval is.