SER: niet te veel vrijheid bij bouwen

Het kabinet zet de decentralisatie van de ruimtelijke ordening naar gemeenten in Nederland zó sterk aan, dat daarbij het bestuur op regionaal niveau dreigt te worden gepasseerd. Dat stelt de SER in een ontwerpadvies over de Nota Ruimte die onlangs door het kabinet werd vastgesteld. Het rijk maakt in deze nota mogelijk dat gemeenten zelf in een groot aantal gevallen mogen bepalen wat, waar en hoeveel er gebouwd mag worden. Die vrijheid moet wellicht enigszins worden beperkt, aldus het ontwerpadvies.

,,De SER vindt dat een gemeente niet buiten de bebouwde kom zou mogen bouwen zonder voorafgaande afstemming met buurgemeenten. Daarnaast blijven er zaken die op nationaal of provinciaal niveau moeten worden afgewogen. Deze dienen in duidelijke randvoorwaarden voor gebiedsgerichte planontwikkeling te worden vastgelegd'', aldus de SER. Het college waardeert in het algemeen de keuze om beleidsvoornemens in één nota onder te brengen. Ook het streven naar ontwikkelingsplanologie woprdt ondersteund. Dit houdt in dat er minder centralistisch, meer gebiedsgericht en in samenwerking met lokale (markt)partijen plannen worden gemaakt. Wel beschikken de regionale overheden te weinig over wettelijke instrumenten om die ontwikkelingsplanologie van de grond te krijgen.

De SER zet ook kanttekeningen bij het beleid voor het Groene Hart. ,,De Nota Ruimte wijst het Groene Hart aan als nationaal landschap. Voor nationale landschappen geldt een `ja, mits' voor ruimtelijke ontwikkelingen en een `nee, tenzij' voor grootschalige verstedelijkingslocaties en bedrijventerreinen. Maar grootschaligheid is een relatief begrip, waardoor de grens tussen beide regimes niet eenduidig is. Bovendien kan kleinschaligheid geen excuus zijn voor verrommeling'', aldus de SER.