Schietende militairen niet verdacht

Justitie wil dat militairen die tijdens een missie in het buitenland betrokken raken bij een schietincident, tijdens een daaropvolgend onderzoek niet meteen als verdachte worden aangemerkt.

Haagse bronnen hebben desgevraagd bevestigd dat Justitie bezig is met een richtlijn die dit moet bewerkstelligen. De richtlijn voor Defensiepersoneel gaat lijken op een aanwijzing van het College van Procureurs-Generaal van 2000 voor politiefunctionarissen. Daarin stelt het college dat het ,,niet de bedoeling kan zijn dat een ambtenaar die is uitgerust met de bevoegdheid geweld te mogen aanwenden, en die daar gebruik van heeft gemaakt, zich bij voorbaat in termen van strafrecht moet verantwoorden.''

Tijdens een onderzoek naar een schietincident geldt daarom het uitgangspunt dat de agent heeft gehandeld conform de zogeheten `ambtsinstructie', waarin staat wanneer een agent mag schieten. Pas als er daar ,,gerede twijfel'' over ontstaat, wordt de betrokken agent verdachte, aldus de richtlijn.

De regeling is eenvoudig te vertalen naar militairen op een buitenlandse missie, zoals in Irak. De `ambtsinstructie' kan dan worden vervangen door de zogeheten `geweldsinstructie' voor militairen. In januari van dit jaar pleitten strafrechtdeskundigen Paul Ducheine en Terry Gill in deze krant voor een dergelijke richtlijn. De twee juristen deden dit naar aanleiding van het incident rond de marinier Erik O., de sergeant-najoor die op 27 december een Iraakse plunderaar zou hebben doodgeschoten. Kort daarop werd hij gearresteerd en naar Nederland overgebracht, omdat het OM hem verdacht van ondermeer doodslag en moord.

Minister Donner van Justitie heeft zijn collega van Defensie Kamp onlangs vertrouwelijk op de hoogte gebracht van de aanstaande richtlijn, aldus de Haagse bronnen. Tot deze een feit is, werkt het OM conform de richtlijn voor politiefunctionarissen. Dit betekent waarschijnlijk dat schietincidenten waarbij Nederlandse militairen de afgelopen weken waren betrokken en waarbij in totaal drie Irakezen omkwamen, op deze manier worden afgehandeld.

Gert Jan Knoops, advocaat van Erik O., zegt in een reactie dat de nieuwe richtlijn gevolgen kan hebben voor diens zaak. ,,Erik O. heeft op de avond van het schietincident al te horen gekregen dat hij verdachte was. Op dat moment was er nog geen sprake van enig onderzoek.'' Dit zou in strijd zijn met de nieuwe richtlijn die nu in de maak is, aldus Knoops. ,,Gelet op deze buitensporige handelswijze van het OM is het de vraag in hoeverre het OM ontvankelijk is in de zaak Erik O.''