Ruimte laat zich niet plannen

Kritiek op de Nota Ruimte dat deze gespeend is van visie, smoort iedere vorm van innovatie en creatief denken, meent Bas Wilberts.

Een maatschappelijk debat over bijvoorbeeld `ruimte' of het gebrek daaraan – het is maar aan welke kant de deelnemers staan – bergt het gevaar in zich dat het met loze kreten wordt vertroebeld. Een treffend voorbeeld van vertroebeling geeft schrijver/dichter Willem van Toorn in reactie op de ongebreidelde (economische) groei die de Nota Ruimte volgens hem voorstaat (Opinie & Debat, 15 mei).

Hij schrijft over een ,,totaal op hol geslagen consumptiepatroon waarin geen kind meer gelukkig is zonder mobieltje en geen volwassene zonder droomkeuken, skivakantie of debiliserend spelprogramma op tv''. Hij stelt voor om op economische groei te versoberen, ,,zodat er wat overblijft voor wie na ons komt of voor minder bedeelde gebieden op aarde''.

Ik wens niemand in de toekomst debiliserende tv-programma's toe, maar hier vertroebelt de relatie tussen groei en ruimte in Nederland. Bovendien wordt het schaalniveau van de discussie (Nederland) van toepassing geacht op een totaal andere schaal (minder bedeelde gebieden op aarde).

Het draagt niets bij om op wereldschaal vergelijkingen te trekken met een beleid dat zich hoofdzakelijk toespitst op Nederland, laat staan dat het om economische groei alleen gaat.

Dat drogredeneringen en irrelevante zaken worden aangehaald in deze discussie, komt voor een deel omdat het ministerie van VROM de ruimte biedt voor deze sentimenten. VROM laat namelijk verschillende beleidsvelden (onderwijs, economische groei) `landen' in ruimtelijk-ordeningsbeleid. Op zich ligt het probleem niet zozeer in de integrale benadering, want ruimte maakt maatschappelijke ontwikkelingen mogelijk (en dus ook economische groei), maar geeft wel vanuit een maakbaarheidsgedachte een invulling aan deze verschillende beleidsvelden voor Nederland in zijn geheel. En dat terwijl de ontwikkeling van en de vraag naar ruimte in regio's totaal verschillend kunnen zijn.

Doordat de rijksoverheid haar invloedssferen wil blijven behouden ten koste van lagere bestuursniveaus, zal er geen verandering optreden bij de verrommeling van ruimte. Decentralisatie blijft een illusie. De scope blijft te algemeen en abstract en aldus blijft een pindakaasplanologie intact waar iedere regio over dezelfde beleidsmatige kam wordt geschoren. Bovendien dateren de spiegelkantoren aan de randen van gemeenten van jaren her.

Het heeft dan ook geen zin om de opstellers van de Nota Ruimte ervan te beschuldigen een vooruitzicht te schilderen waarvan niemand met zekerheid kan zeggen of dat straks in overeenstemming zal zijn met de werkelijkheid. Deze ongemotiveerde kritiek smoort iedere vorm van innovatie en creatief denken. Nota's bevatten geen mythische voorspellingskracht. Een nota is gewoon een beschreven stuk papier, met een houdbaarheidsdatum die wordt bepaald door pragmatische ontwikkelingen: trends waarop beleid weer inspringt.

Nederland is vanaf zijn ontstaansgeschiedenis gepland en gecultiveerd. Ten behoeve van de strijd tegen het water werden dijken aangelegd. Ter vergroting van het landbouwareaal werd er ingepolderd. Ten behoeve van de industrie werden zeehavens opgespoten aan de kust. Ruimte heeft in Nederland altijd ten dienste gestaan van pragmatische overwegingen, ook als het gaat om beschermde natuur. Als blijkt dat landbouw niet concurrerend kan blijven bestaan in Nederland, dan verdwijnt op termijn een bedrijfstak. Dat gebeurde al in de industrie, zoals in de scheepsbouw en de mijnbouw.

Het is spijtig dat dit ten koste gaat van werkgelegenheid, maar het is onnodig (kostbaar) om een dergelijke bedrijfstak in leven te houden met subsidie. Dat geld kan beter worden geïnvesteerd in innovatie, bijvoorbeeld in onderwijs.

Een samenleving en haar directe habitat veranderen voortdurend, omdat de samenleving niet stilstaat. Endogene maatschappelijke processen bepalen het type vraag naar een invulling van ruimte.

Nu heeft het woord ruimte een intrinsiek element van ruim (wijds, open). Ruimte staat voor akkers, bosranden of rivierlopen. Maar dit is een eendimensionale benadering. Stedelijke ruimte wordt vaak niet in dit rijtje genoemd. Ruimte is ook niet statisch of tweedimensionaal, zoals een schilderij van Vermeer of van Van Gogh of een gedicht van Marsman. Dat zijn snapshots van een tijdsbeeld. Moedwillig aan een snapshot willen vasthouden getuigt van weinig realisme.

Het is beter te anticiperen op de toekomst en groei een plaats te geven, of dit nu in een economische, ruimtelijke of maatschappelijke context is. Dat is niet hetzelfde als het propageren van ongebreidelde (economische) groei. Voorwaarde is wel dat de regio het voor het zeggen krijgt bij de invulling van de ruimte, en dat de rijksoverheid als toezichthouder optreedt, in plaats van initiator te zijn van plannen. Daarom zullen veel beleidsmakers van de rijksoverheid naar gemeentelijk of provinciaal niveau moeten gaan ten behoeve van de kwaliteit van de regionale ontwikkeling. Want kunnen we verwachten van een beleidsmaker op rijksniveau, die niet dagelijkse met de praktijk bezig is, dat hij of zij plannen kan bedenken die goed zijn voor een bepaalde regio?

Veel aspecten zijn verbeterd aan de ruimte in Nederland als gevolg van groei. Denk aan de verbeterde woonomstandigheden in de afgelopen vijftig jaar, aan de toegenomen mobiliteit, het toegenomen oppervlak beschermde `natuur' of aan de ruimte die het water weer krijgt in Nederland.

Nu nog de regio en de gemeenten. En dan graag zonder Pronk-achtige maakbaarheidsprofeten.

Bas Wilberts is student planologie aan de Universiteit van Amsterdam.

    • Bas Wilberts