Priesters moeten de weg wijzen

Sinds 1 mei hebben ze recht op Europese landbouwsubsidies. Maar slechts 15 procent van de Poolse boeren heeft zich gemeld. De deadline is midden juni. ,,Wij doen alles op het laatste moment.''

Miroslaw wrijft zorgelijk over zijn voorhoofd. Steeds weer. De Poolse boer heeft een antieke tractor, een Russische fiets met platte banden en, zijn grootste bezit, dertig hectare landbouwgrond waarvoor hij Europese subsidies kan krijgen. Dat laatste kan hij niet geloven. ,,Ik geloof het pas als het geld er is.''

Zo'n 1,4 miljoen Poolse boeren en landeigenaren hebben tot en met 15 juni de tijd om subsidie aan te vragen in Brussel. Per hectare kan een boer in ieder geval 40 euro aan zogenoemde directe steun ontvangen. Daar komt extra geld bovenop, afhankelijk van wat en hoeveel wordt verbouwd. Volgens schattingen kan een doorsnee Poolse boer zijn inkomen jaarlijks aanvullen met in totaal zo'n 95 à 105 euro per hectare. Maar tot nu toe blijft de verwachte stormloop op de subsidies uit. Warschau luidde vorige week zelfs de noodklok.

Met minder dan een maand te gaan zijn nog maar 200.000 Polen komen opdagen in de speciale plaatselijke agentschappen die over het EU-geld gaan, minder dan 15 procent van de geregistreerde boeren. ,,Het aantal aanvragen stijgt'', zei de minister van Landbouw, Wojciech Olejniczak. ,,Maar er is geen reden tot optimisme. Sterker nog: er is reden tot mobilisatie.'' Boeren worden in tv-spotjes opgeroepen zich te melden. En de regering heeft een beroep gedaan op de Poolse katholieke kerk om boeren tot actie te manen. De preekstoel als informatieloket – een beproefde methode, die ook in Portugal is gebruikt om boeren voor te lichten over de euro.

,,Het is de Poolse aard om tot het laatste moment te wachten'', zegt Ryszard Lewin, directeur van het landbouwagentschap in de Noord-Poolse stad Ketrzyn. In de splinternieuwe ontvangstruimte van het agentschap zit welgeteld één frisgeschoren boer over een EU-formulier gebogen. Lewins zestien medewerkers zitten al weken klaar om bij het invullen van aanvragen te helpen. Maar van de 2.300 boeren in de gemeente is tot nu toe 18 procent komen opdagen, iets meer dan het landelijk gemiddelde.

Agentschappen zoals dat van Lewin zijn de komende weken zestien uur per dag open, op zaterdagen tien uur. ,,We werken in twee ploegen en gaan zo nodig ook op zondag open'', zegt Lewin. Hij is optimistisch. ,,Over een aantal weken zullen hier lange rijen voor de deur staan.'' Maar hij heeft voor deze week toch maar een afspraak gemaakt met de pastoor van Ketrzyn. ,,Priesters hebben gezag.''

De EU heeft er met de uitbreiding vier miljoen boeren uit Oost-Europa bijgekregen, bovenop de zeven miljoen in de oude Unie. De nieuwkomers dragen voor slechts 6 procent bij aan de totale landbouwproductie. Vooral in het zuiden van Polen zijn `boerenbedrijven' van minder dan één hectare heel gewoon, als gevolg van tientallen opdelingen van landgoederen in de loop der eeuwen.

Om te kleine boerenbedrijven uit te sluiten van subsidie eist de EU dat een boer minstens één hectare land bezit. Sommige kleintjes hebben land bijgekocht om alsnog in aanmerking te komen voor de subsidie. De meesten hebben daar het geld niet voor. Toch wordt een koude sanering van de landbouw niet verwacht: naar schatting de helft van de Poolse boeren produceert voor eigen gebruik en niet voor de markt. Ze houden zich in leven met een moestuin en een paar kippen en dat zal voorlopig zo blijven, of ze subsidie krijgen of niet.

De meeste boeren in het noordelijk gelegen Ketrzyn kwalificeren zich wel voor subsidie. Voor de oorlog was dit het Duitse Oost-Pruisen. Ketrzyn heette toen Rastenburg. Na de oorlog werd het gebied door de communisten opgedeeld in grote staatsboerderijen, die pas na 1989 weer werden geprivatiseerd en van eigenaar wisselden. Veel boerenbedrijven in deze gemeente zijn daardoor betrekkelijk groot gebleven, gemiddeld zo'n 15 hectare. ,,De problemen bij het aanvragen van subsidie zijn vooral psychologisch van aard'', zegt Lewin. ,,Mensen zijn gewend dat de staat neemt en niets geeft. Veel boeren willen niet aannemen dat het nu anders is.'' Hij hekelt de anti-Europese politieke partijen die dat ongeloof aanwakkeren.

Boer Miroslaw uit Zielonka, ten zuiden van Ketrzyn, wrijft zich opnieuw over het voorhoofd. Hij blijft een ongelovige. Dat hij 40 euro per hectare kan krijgen acht hij al zeer onwaarschijnlijk. Maar om voor extra subsidie in aanmerking te komen zal hij moeten bewijzen hoeveel graan hij produceert. ,,Daar heb ik een boekhouding voor nodig'', kreunt hij. Miroslaw, wiens tenen uit een paar kapotte schoenen steken, heeft nog nooit in z'n leven een boekhouding gehad.

De Europese Commissie wil dit jaar in Polen 500 miljoen euro uittrekken voor de training van adviseurs die boeren kunnen helpen bij het moderniseren van hun bedrijf. Maar begin deze maand werd het project plotseling op de lange baan geschoven: het trainingsprogramma bleek te zijn uitbesteed aan een bedrijf dat nauwe banden heeft met landbouwminister Olejniczak. ,,Een klassiek geval van belangenverstrengeling'', oordeelde de Poolse EU-vertegenwoordiging. Het is Olejniczak die boeren nu tot haast maant.

Lewin van het landbouwagentschap verwacht dat uiteindelijk 80 procent van de boeren zich alsnog op tijd zal melden. ,,De meeste mensen kwamen begin dit jaar ook opdagen toen ze zich officieel als boer of landeigenaar moesten laten registreren, een voorwaarde om voor EU-geld in aanmerking te komen.'' De directeur verwacht zo'n opkomst nu weer. ,,Degenen die niet komen zullen zich voor het hoofd slaan, want het EU-geld is er. Echt. Ik weet daarom zeker dat volgend jaar de opkomst 99 procent zal zijn.''