Een brutaal handig dingetje

Het is misschien een vreemd idee, maar toch is het zo. Auto's, fietsen en motoren bestaan uit onderdelen die aan elkaar vastzitten doordat ze op elkaar geklemd zijn. Niet met knijpers of tangen, maar met schroeven, moeren en bouten. Een schroefverbinding is niets anders dan een methode om twee delen stevig op elkaar te klemmen. Het is een duurzame verbinding en dat moet ook wel, want we vertrouen ons leven keer op keer toe aan die op elkaar geklemde contrapties. Als het een heel kritische verbinding betreft zijn schroeven, moeren en bouten vaak tegen losdraaien geborgd – met een veertje, een lipje of een speciale borgvloeistof – maar dat is alleen voor de zekerheid.

Hoe duurzaam die schroefverbindingen zijn, blijkt voooral wanneer je probeert er eentje los te draaien. Met een schroevendraaier als het om een schroef met een gleuf of een ster gaat, en met een moersleutel als het om een moer of bout gaat. Je moet vaak flink wat kracht zetten.

In moersleutels bestaat een breed en zeer gevarieerd aanbod. Grofweg zijn er 4 soorten: ringsleutels, steeksleutels, pijpsleutels en verstelbare sleutels. Ring- en pijpsleutels zijn de beste, want ze passen rondom de zeskant van de moer of bout, en pakken hem dus op zes punten vast. Een steeksleutel pakt hem maar op twee punten. Steeksleutels gebruik je dus als het echt niet anders kan, of als de moer of bout toch al aardig loszit.

Een verstelbare sleutel – ook wel `engelse sleutel'genoemd - is voor serieus werk eigenlijk taboe. En wel om drie redenen. De eerste is de belangrijkste: een verstelbare sleutel is in de eerste plaats een steeksleutel, met alle nadelen van die categorie. En de tweede: omdat verstelbare sleutels meestal van bedroevend slechte kwaliteit zijn. Daar komt nog een derde reden bij: omdat ze meestal gebruikt worden voor de grotere moeren, de maten waarvoor de doorsnee sleutelaar net even geen sleutel heeft. De gebruikelijke verstelbare sleutel is een knaap, met een bekbreedte die wel tot 32 mm gaat, en een lengte die de dertig centimeter overschrijdt. Daar heb je een flinke hefboom aan en ook een bescheiden kantoormens kan met zo'n sleutel herculische krachten uitoefenen. Als hij met zo'n sleutel de asmoeren van zijn motor te lijf gaat, moet hij niet vreemd opkijken als die moeren na afloop een stuk ronder zijn dan daarvoor.

Toch is een verstelbare sleutel geen onzin. In de loodgieter- en verwarmingsbranche is de verstelbare sleutel heel handig. De moeren daar zitten vaak om een pijp heen – dus een ringsleutel kan er niet bij – en het aantal maten is groot en vaak afwijkend. Engelse maten komen veelvuldig voor.

Een verstelbare sleutel is dan een uitkomst. Kortom, ook in de gereedschapskoffer van de vakman zit dus een verstelbare sleutel. Meestal van het merk Bahco, de fabrikant die de verstelbare sleutel in 1892 uitvond en zo bekend werd dat zijn naam vaak als soortnaam wordt gebruikt.

Deze Zweedse fabriek, tegenwoordig in Amerikaanse handen, maakt nog steeds verstelbare sleutels van goede kwaliteit. Het basisidee is hetzelfde gebleven: een bek die bestaat uit een vaste greep en een greep die met een wormwieltje versteld kan worden.

Het enige probleem bleef dus eigenlijk dat de sleutels te lang waren, en de daarmee verbonden verleiding er eens flink kracht mee te zetten. En daar heeft Bahco een even ingenieuze als afdoende oplossing voor gevonden. Ze hebben ze bijna de helft korter gemaakt: 17 cm in plaats van de gebruikelijke 30 cm. Toch kan-ie zijn bek 32 mm opensperren.

Het is een brutaal dingetje, maar wel erg handig. Lekker licht, een handvat met een prettig aanvoelende kunststof en je gaat meteen op zoek naar een moer om die eens fijn vast te draaien. De enige vraag waarmee je blijft zitten is: waarom hebben ze er 112 jaar over gedaan om op dit idee te komen?