De woede van Karel van het Reve

Karel van het Reve, van wie vorige week een matig ontvangen, want nogal krampachtig uitgevallen, biografie door Ger Verrips verscheen, heeft zijn literaire faam vooral te danken aan zijn geestige scherpzinnigheid. Maar achter zijn spotzucht en ironie ging een verterende woede schuil. Het is een journalist van The New York Times die deze woede in de biografie aanmerkt als Van het Reves voornaamste drijfveer. ,,Diep van binnen heerste een enorme woede. Vooral als mensen uit het Westen de onderdrukking bagatelliseerden.''

De typering is afkomstig van Henry Kamm, die het bureau van The New York Times in Moskou leidde in de tijd dat Van het Reve daar correspondent van Het Parool was. Zij werkten samen bij het wereldkundig maken van geschriften van dissidenten.

Waar kwam Karels woede vandaan? Het volstaat niet op te merken dat hij tot begin jaren '50 het later door hem belachelijk gemaakte `geloof der kameraden' zelf aanhing. Volgens mij zit het antwoord in de biografie verstopt in een voetnoot. Daar vindt men een brief die alles verklaart.

Na de bevrijding in 1945 had Van het Reve contact gezocht met de weduwe van de tijdens de bezetting omgekomen CPN-bestuurder Anton Struik, volgens biograaf Verrips omdat hij werk zocht bij de CPN en haar krant De Waarheid. In de jaren '70 kwam het opnieuw tot een briefwisseling. Van het Reve herinnert mevrouw Struik aan een in 1938 verschenen boek van haar echtgenoot waarin deze de schijnprocessen van Stalin had verdedigd met argumenten die, aldus Van het Reve, allemaal gelogen waren, zoals later van officiële Russische zijde ook werd toegegeven. En hij voegt eraan toe, dat wie zoiets schrijft zich schuldig maakt aan het goedpraten van gruwelijke misdaden. ,,Want het beschuldigen van mensen van dingen die zij niet gedaan hebben en hen dan na een schijnproces ter dood brengen, noem ik een gruwelijke misdaad. En Anton Struik heeft die processen toegejuicht. Ik trouwens ook.''

Daar heb je het. Daar zit de krenking, de gekwetstheid. Hij was woedend op zichzelf. ,,Ik trouwens ook.'' Die drie woordjes. Zijn morele en intellectuele fout moest worden goedgemaakt, zoveel is duidelijk.

Maar hieraan vooraf gaat de vraag hoe het mogelijk is dat iemand met het rechtvaardigheidsgevoel en het inzicht van een Karel van het Reve de showprocessen van Stalin heeft kunnen verdedigen. Op die vraag gaf Van het Reve zelf antwoord in een brief aan historicus Jacques Presser uit 1955. Hij had geloofd ,,dat we nu bezig waren van het kapitalisme naar het socialisme te gaan en dat revoluties nu eenmaal bloedige en dictatoriale verschijnselen waren. Bovendien was er altijd het spookbeeld van het fascisme. Mussert of Moskou dus.''

Van het Reve had het onverdedigbare verdedigd in naam van een vermeend hoger belang, een groter goed, ter afwending van een ernstiger gevaar, in dienst van een overtuiging waaraan andere overwegingen ondergeschikt moesten worden gemaakt. Zijn persoonlijke ontdekking en de oorzaak van zijn diepgevoelde woede – was, dat achteraf geen rechtvaardiging bleek te vinden voor dit digitale denken: which side are you on? Wie niet voor ons is, is tegen ons – dat betekende echter een onvoorwaardelijke keuze: alles of niets, met huid en haar, met ziel en zaligheid, met inlevering van het hele hebben en houden, daarbij inbegrepen het eigen geweten en het eigen verstand.

Dit probleem is in de geschiedenis van het communisme uitentreuren behandeld, maar het komt steeds terug. Het is alleen maar non-existent voor de gemakzuchtigen en de onverschilligen die nooit een keuze maken en nooit een standpunt innemen. Voor iedereen die zich met de wereld inlaat, blijft het altijd actueel. Mussert of Moskou? Moskou, zei Van het Reve eind jaren '30, hoezeer hij de alomvattende, totalitaire implicaties van die keuze later ook betreurde. Bin Laden of Bush? Sharon of Hamas? In deze vorm krijgen wij de wereldpolitiek nu voor onze kiezen.

Ik verkeer niet in de illusie dat de mensheid van haar geschiedenis leert, maar ik geloof wel Van het Reve is daar een voorbeeld van – dat mensen iets kunnen leren van hun eigen geschiedenis. Het lijkt een eenvoudige waarheid dat een keuze – bijvoorbeeld die voor solidariteit met de VS in de strijd tegen het terrorisme – niet onvoorwaardelijk is, maar telkens weer blijkt dat het nooit zo eenvoudig ligt. In Vrij Nederland neemt de conservatieve publicist Joshua Livestro deze week de taak op zich de ,,paar obscene incidenten in Abu Ghraib'', de gevangenis waar Irakezen zijn gemarteld, te bagatelliseren. Volgens hem doen deze taferelen slechts denken aan een uit de hand gelopen studentenfeestje. Omdat zij niet te vergelijken zijn met de systematische massamoord onder Saddam, stellen de martelingen niets voor, betoogt Livestro. Wie daarover `moord en brand' schreeuwt, schimpt hij, kiest dus de kant van gestoorde fundamentalisten. Het is het oude liedje: spreken over misstanden aan de eigen kant speelt de vijand in de kaart.

Met een vergelijkbare argumentatie verdedigde in deze krant Mohammed Benzakour het uitblijven van islamitisch protest tegen de terreur van Bin Laden. Hij redeneerde dat zo'n protest ,,van de weeromstuit de lading krijgt van een steunbetuiging aan Amerika en zijn bondgenoten''.

Het is de voortdurende angst `van de weeromstuit' aan de verkeerde kant te belanden, die mensen het onafhankelijk denken beneemt. Als ik weiger mee te doen aan het gemakzuchtige en comfortabele anti-Amerikanisme dat Europa nu bezielt, laat ik me dan `van de weeromstuit' voor het karretje van de neocons en Rumsfeld spannen? Wie maakt dat eigenlijk uit?

Van het Reve trok uit zijn persoonlijke ervaring de conclusie dat hij zich nooit meer zou laten afhouden van kritiek op misstanden met het argument dat zijn optreden door tegenstanders misbruikt zou kunnen worden. ,,Dat allerlei groeperingen, soci's, katholieken, nazi's en wat je maar wilt [...] kunnen proberen mijn publicaties voor hun karretje te spannen, laat me Siberisch. Het leven is te kort en de vrijheid van drukpers te kostbaar dan dat men met dergelijke zaken rekening zou kunnen houden'', schreef hij.

Al met al dus toch wel een leerzame biografie. Jammer alleen dat Ger Verrips zichzelf zo angstvallig buiten beeld houdt: het `inzetten' van zijn eigen keuzes en ervaringen als oud-bestuurslid van de CPN had een extra dimensie kunnen geven aan de woede van Karel.