Bush schuldig aan oliecrisis

De leden van de regering-Bush die in de aanloop naar de oorlog met Irak losjes spraken over een vervanging van Saoedi-Arabië als middelpunt van de oliemarkt, zouden gedwongen moeten worden een vat ruwe olie te drinken, meent David Ignatius.

De `oliecrisis' van 2004 is opnieuw een teken dat de regering-Bush, die eens hoopte de oorzaken van de instabiliteit in het Midden-Oosten weg te nemen, in plaats daarvan vervalt in een belabberder versie van de oude status-quo.

In een wanhopige poging de recente stijging van de olieprijzen af te remmen, eisten afgelopen weekeinde de ministers van Financiën van de industrielanden van de G-8 dat de OPEC-landen hun productie opvoeren, waarbij ze in hun communiqué betoogden dat ,,lagere olieprijzen de hele wereldeconomie ten goede zouden komen''. Aangezien Saoedi-Arabië het enige OPEC-land met grote reserves is, belandde dit koninkrijk zo weer in de vertrouwde positie dat het smeekbeden ontvangt van de schichtige Europeanen, Japanners en Amerikanen.

De Saoediërs reageerden allerhoffelijkst, en waarom ook niet? Zij hebben het heft in handen. De Saoedische minister van Olie, Ali Naimi, beloofde dat het koninkrijk dagelijks 600.000 vaten extra zou oppompen, waarmee het zijn productie opvoert tot 9,1 miljoen vaten per dag. En de Saoediërs hebben al laten doorschemeren dat ze bereid zijn nog verder te gaan – en wel tot hun huidige maximum van zo'n 10,5 miljoen vaten per dag.

Om de beslissende rol van Saoedi-Arabië op de oliemarkt te onderstrepen, zeiden Saoedische vertegenwoordigers op gisteren op een bijeenkomst van het Internationale Energie Agentschap in Amsterdam tegen insiders dat ze komende paar jaar hun maximumcapaciteit misschien wel zullen verhogen tot 11,5 of 12 miljoen vaten per dag, om de buffer waaraan ze de voorkeur geven – een overcapaciteit van 2 miljoen vaten per dag boven hun beoogde productie – in stand te houden.

Op de hectische markt van de afgelopen week heeft zelfs het Saoedische aanbod om de productie te verhogen de prijzen niet noemenswaardig kunnen drukken. Maar de analisten verwachten dat de prijzen naarmate de markt tot rust komt, een aantal dollars zullen dalen ten opzichte van het hoogste punt aller tijden – van 41,85 dollar – dat eerder deze maand werd bereikt.

Het drama op de oliemarkt heeft verdoezeld dat de recente prijsexplosie al jarenlang te voorzien was – en grotendeels het gevolg is van detegenstrijdige beleidsbeslissingen die zijn genomen in Washington en Riad. De snel groeiende Chinese economie betekende dat een opwaartse druk op de prijzen onvermijdelijk was. Maar de Saoediërs noch de Amerikanen hebben passende maatregelen genomen om het probleem, voordat het tot een crisis kwam, onschadelijk te maken.

De regering-Bush heeft volgens industriedeskundigen op een aantal manieren tot de olieprijsexplosie bijgedragen. Ten eerste heeft ze verzuimd rekening te houden met het feit dat de vraag naar benzine in de VS sterk opliep door het steeds grotere aantal benzineslurpers op de weg en de groei van het woon-werkverkeer. Ook bleef de regering 120.000 vaten ruwe olie per dag in de Strategische Oliereserve pompen, waardoor een krappe markt nog krapper werd. En door de waarde van de dollar het afgelopen jaar sterk te laten dalen, heeft het Witte Huis de Saoediërs nagenoeg gedwongen de olieprijzen ter compensatie te verhogen, omdat ze nu eenmaal in dollars worden uitgedrukt.

De ernstigste fout van de regering was dat ze bij een krappere energietoevoer niets heeft gedaan om de Amerikaanse vraag terug te dringen. Een jaar waarin Amerika oorlog voerde in Irak zou een ideaal moment zijn geweest om het land te vragen een klein offer te brengen om zijn afhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten te verminderen. In plaats daarvan liet de regering-Bush het volk massaal in de terreinwagen stappen.

Terwijl de Amerikanen hun energie verbrasten, morrelden de Saoediërs subtiel aan de markt. Door hun voorraden laag te houden en stelselmatig `net op tijd' aan raffinaderijen te leveren, hielden ze de prijzen op de `spotmarkt' messcherp. Het gevolg was dat de OPEC na jaren van machteloosheid in feite een centrale bank voor olie werd.

,,De Amerikaanse beleidsmakers steken hun kop in het zand'', zegt Roger Diwan, directeur van het Washingtonse adviesbureau PFC Energy. ,,Strakkere regels voor raffinaderijen, een oplopende vraag en knelpunten in de leveranties hebben inderdaad tot een krapte op de markt geleid. De problemen zijn veroorzaakt door het tegenstrijdige Amerikaanse energiebeleid van de laatste twintig jaar en het lost niets op de producenten de schuld te geven.''

De leden van de regering-Bush die in de aanloop naar de oorlog met Irak losjes spraken over een vervanging van Saoedi-Arabië als middelpunt van de oliemarkt, zouden gedwongen moeten worden een vat ruwe olie te drinken. Eens te meer is onderstreept dat we om Saoedi-Arabië als olieleverancier onmogelijk heen kunnen. Een regering die eropuit was de afhankelijkheid van Saoedi-Arabië weg te nemen, heeft juist de status-quo versterkt – en eens te meer gemerkt dat de Saoediërs Amerika op een krappe oliemarkt in de tang hebben.

Wat we nu zien, is het gevolg van slim beleid in Saoedi-Arabië en dom beleid in de Verenigde Staten. En hoe meer deze `crisis' lijkt op de wilde oliecrisis van de jaren '70, hoe nerveuzer we allemaal zouden moeten zijn.

David Ignatius is columnist.

© Washington Post Writers Group