Bush houdt de wereld voor: ik heb een plan

President Bush probeerde gisteravond verschillende groepen gerust te stellen: de sceptici, de Irakezen en vooral de kiezers.

De hoofdboodschap was even simpel als onthullend: ik heb een plan. Nu ook trouwe aanhangers van zijn `Operation Iraqi Freedom' president Bush beginnen te verwijten dat hij geen benul heeft hoe hij zijn zelfgestelde nobele doel kan bereiken, moest de president wel opstaan en hun ongelijk bewijzen. Dat probeerde hij gisteravond.

De toespraak op het Army War College was de eerste uit een serie, waarin de Amerikaanse president zeer uiteenlopende groepen van de morele superioriteit én de uitvoerbaarheid van `zijn' oorlog wil overtuigen. Hij moet de steeds talrijker twijfelende kiezers het vertrouwen teruggeven dat hij weet waar hij mee bezig is. Waar is het offer van 797 doden en meer dan 5.000 gewonden anders goed voor?

De president wil met de beloofde waterval van krachtige woorden de Republikeinen in het Congres munitie geven om verwijten van incompetentie te weerleggen. Zo erg is het gesteld met wat Bush opnieuw `het centrale front in de oorlog tegen het terrorisme' noemde, na de ongeldig gebleken redenen voor de oorlog, de misrekening van de benodigde troepensterkte en de schending van het oorlogsrecht in de Abu Ghraib-gevangenis. De uitvoering van de operatie gaat volgens generaal b.d. Zinni, oud-bevelhebber in het Midden-Oosten, vooral ,,richting Niagara-watervallen''. Geen barmhartig beeld van de man die voor deze president nog de speciale afgezant in het Midden-Oosten was.

Tegelijk probeert Bush het Iraakse volk gerust te stellen. Daar is de horde die hij moet nemen hoger dan incompetentie alleen. Welke wonderdruppels had Bush voor de man en de vrouw in de straat? Onze troepen gaan voorlopig niet weg, maar het is geen bezettingsmacht, ook niet na de soevereiniteitsoverdracht. Wij blijven als vriend, als rijke oom, als democratisch ervaringsdeskundige. Jullie vrije en bloeiende samenleving zal het lichtend voorbeeld zijn van een nieuw Midden-Oosten.

Een volgende opdracht die George W. Bush zich gisteravond had gesteld: zijn waarschijnlijke Democratische uitdager, John Kerry, te prikkelen om met een beter of een wilder plan te komen. Hoe weinig ruimte de Democraat ziet voor tegenspel bleek uit de korte verklaring die Kerry uitgaf na de toespraak: mooi en aardig, maar waar het op aan komt is dat de president zijn woorden moet omzetten in daden. En: Bush moet bondgenoten tegemoetkomen zodat Amerika het niet langer alleen hoeft te doen.

De president had kennelijk niets gezegd waar Kerry fors tegenin kon gaan. President Bush doet wat Kerry eerder in de campagne steeds vroeg. Hij laat de politieke wederopbouw van Irak over aan de eerder verguisde Verenigde Naties en streeft naar internationalisering van de militaire en economisch stabilisatie. Bush suggereerde dat die internationale versterking er komt zodra de gisteren voorgelegde VN-resolutie wordt aangenomen. Geen woord overigens over wie de nieuwe vrijwilligers zijn.

Kerry kan zich alleen van Bush onderscheiden door zich feller anti-oorlog op te stellen, of een concrete datum voor terugtrekking te eisen. Maar zelfs zijn ex-concurrent, nu favoriete linkervleugelspeler Howard Dean, dringt niet op een spijkerharde datum aan. Als de toestand in Irak even chaotisch wordt als Bush voorspelde, dan kunnen de verkiezingen van november uitlopen op een Irak-referendum. Misschien dat Kerry zich dan alsnog genoodzaakt voelt een kritischer standpunt in te nemen, al was het maar om íéts te zeggen dat de aandacht trekt. Het politiek levensgrote risico daarbij is dat Kerry met iedere centimeter afstand die hij neemt van `de oorlogspresident' ontrouwer lijkt aan de mannen en vrouwen in uniform – dat wordt hem nu nog voor de voeten geworpen voor zijn verzet-achteraf tegen de Vietnam-oorlog van ruim dertig jaar geleden. Bush, de dienstvermijder, heeft Kerry, de gedecoreerde veteraan, klem op het punt `patriottisme'.

De regering-Bush heeft een handelsmerk gemaakt van rechtlijnigheid. De president erkende geen enkele beoordelingsfout in de afgelopen drie jaar. Het gevangenisschandaal werd in de toespraak als bijna afgehandeld in de geschiedenis bijgezet. De onthoofding van de Amerikaan Nicholas Berg was in de presidentiële lezing der dingen een veel markanter incident, bovendien een bewijs dat Al-Qaeda wel degelijk een rol speelt in Irak.

Wat door zijn afdeling Optiek & Akoestiek een `vijfstappenplan' werd genoemd, was in feite een opsomming van het al maanden uitgezette beleid. De koerswijzigingen vonden in stilte eerder plaats, toen de VN als reddende engel werd omhelsd. Nu bleef de president erbij dat Amerika zich niet laat versagen. ,,Wij zullen volhouden, deze vijand verslaan, en vasthouden aan deze zwaar bevochten grond voor de zaak van de vrijheid.''

De reacties waren in Amerika in het algemeen niet vleiend. De lof van Republikeinse zijde was kort en klonk weinig bevlogen. De eerste man van de Democraten in de Senaatscommissie voor buitenlands beleid, Joe Biden, was voor zijn doen bijzonder fel in zijn veroordeling. De president had op geen enkele relevante vraag (hoe lang blijven we, hoe veel gaat het nu echt kosten, wat is de maatstaf van zelfs het meer beperkte succes dat u nu nastreeft?) antwoord gegeven.

Waarnemers van verschillende pluimage constateerden gisteravond dat de president zijn herverkiezing afhankelijk heeft gesteld van een kolossaal project waarvan hij de uitkomst steeds minder in de hand heeft: politiek moet de VN alles oplossen, en militair is hij sterk afhankelijk van het uithoudingsvermogen en de slagkracht van de onoverzichtelijke oppositie. Wat hem restte was waarschuwen voor mislukken van het project-Irak. Dan zouden geweld en gevaar pas goed toeslaan. Ook wat dat betreft lijkt de lijn van het Witte Huis onveranderd: bange kiezers zijn de beste kiezers.