Agassi sneuvelt al op eerste dag

Andre Agassi (34) blameerde zichzelf op de openingsdag van Roland Garros door in drie sets te verliezen van de volstrekt onbekende nummer 271 van de wereld, Jérôme Haehnel.

Vrienden en bekenden drukten hem vooraf op het hart om zich vooral niet druk te maken. Jérôme Haehnel moest bij zijn debuut op Roland Garros zijn hoofd niet verliezen, luidde de boodschap. Hoe moeilijk dat wellicht ook was met ene Andre Agassi aan de overzijde van het net. Maar wat dan nog? Hij had niets te verliezen, en dus kon de onervaren Fransman maar beter genieten van het optreden voor eigen publiek.

Bovendien: had de oude meester uit de Verenigde Staten een week eerder ook al niet verloren? Van een van Haehnels lotgenoten nota bene, de al even onbekende Nenad Zimonjic uit Servië-Montenegro.

In de eerste ronde van het graveltoernooi in Sankt Pölten had de nummer 339 van de wereld geen mededogen getoond met de bedaagde Amerikaan met de korte pasjes. Wat Zimonjic kon, kon hij tenslotte ook. ,,Net zo'n jongen als ik'', grimaste Haehnel gisteren na afloop van zijn sensationele zege op zijn elf jaar oudere en vermaarde opponent: 6-4, 7-6 en 6-3.

Agassi is met zijn 34 jaar en één maand de oudste deelnemer in Parijs, en zo oogde de achtvoudig grandslamwinnaar gisteren voor de verandering dan ook op het centre court. Uiterst traag en onwennig bewoog hij over het gemalen baksteen. Zijn veelgeprezen return, hét handelsmerk van The Las Vegas Kid, kwam niet van zijn racket. ,,Ik kreeg geen moment vat op de bal'', klonk het na afloop bedremmeld.

En dat tegen een speler wiens conduitestaat vooraf slechts hoongelach had opgeroepen. Het door de spelersvakbond ATP verstrekte biografietje paste, in tegenstelling tot de imposante cv van Agassi, met gemak op één A4-tje en wemelde van de nullen: nul enkelspeltitels, nul dubbelspeltitels, nul overwinningen/nederlagen in 2004, geen coach, enzovoort. Wie niet beter zou weten, zou vermoeden dat Jérôme Haehnel (23) zelf ook een nul was.

Het tegendeel bleek waar op de openingsdag van de Open Franse tenniskampioenschappen. Onbevangen trad hij voor het voetlicht in zijn allereerste wedstrijd op het hoogste niveau (ATP tour), niet of nauwelijks gehinderd door plankenkoorts. Precies zoals zijn intimi hem vooraf hadden ingeprent. Voor een jongen als hij, de bescheiden nummer 271 van de wereld, was het al een hele eer om tegen Agassi te spelen, vertelde Haehnel naderhand. ,,Maar ik probeerde niet overimpressed te zijn.''

In die opdracht slaagde de vijfdejaars professional met het nonchalante kapsel en de zwarte halsketting, hoewel hij naderhand beweerde dat hij ,,slechts probeerde de bal in het spel te houden''. Dat klonk als valse bescheidenheid. Haehnel bleek uitgekookt genoeg om de rallies voortdurend te traineren. ,,Anders was ik helemaal gezien.'' Met die vertragingstactiek dreef hij Agassi langzaam maar zeker tot wanhoop.

Zo nederig als zijn staat van dienst oogt, zo nederig stelde Haehnel zich na afloop ook op toen hij tot zijn stomme verbazing plotseling oog in oog stond met de verzamelde wereldpers. Zichtbaar beduusd door alle aandacht wist hij zich nauwelijks een houding te geven, en leek hij in alles op een bloednerveuze schooljongen bij zijn allereerste spreekbeurt.

In krakkemikkig Engels vertelde hij afkomstig te zijn uit een niet-sportief gezin en opgegroeid te zijn in een amper vierhonderd zielen tellend gehucht in de Elzas. Pas toen een buurman hem rond zijn twaalfde attendeerde op zijn talenten, maakte Haehnel werk van het tennis. Zes jaar later won hij de juniorentitel in het dubbelspel van de Australian Open.

Dat was, tot gisteren, het grootste wapenfeit van de nummer 29 in de Franse rangorde, die van de organisatie op Roland Garros een wildcard had gekregen voor het kwalificatietoernooi. Die jungle overleefde hij verrassend. Hoewel: ,,In de trainingen doe ik niet onder voor al die andere Franse jongens.''

Maar in zijn hoofd had zich een klein wonder voltrokken, biechtte Haehnel op. Afgelopen winter verliet hij het Franse opleidingscentrum op Roland Garros, en ging hij als kleine zelfstandige voor zijn eigen kansen in de eerste, tweede en derde divisie van het proftennis. ,,Ik heb toen tegen mezelf gezegd: of het wordt nog wat of het wordt niets meer.'' Voortaan moest Haehnel zijn eigen keuzes maken. Met vriendin Amélie als zijn enige raadgever, bij gebrek aan financiën voor het inhuren van een coach. Zijn afkeer van reizen schoof hij noodgedwongen terzijde.

Of Agassi volgend jaar veel zal reizen, is zeer de vraag. De voormalige nummer één van de wereld lijkt begonnen aan zijn afscheidstoernooi. Of hij over twaalf maanden terugkeert voor een zeventiende optreden in de Franse hoofdstad, waar hij vijf jaar geleden triomfeerde? Niemand die het weet. Ook Agassi niet. Hij wil wel, maar hij is de jongste niet meer. Zelfs de grootste tennisleek kon dat gisteren in Parijs met eigen ogen zien.

Zijn voortijdige uitschakeling nam Agassi vooral zichzelf kwalijk. ,,Mijn verdiende loon'', mopperde hij schuldbewust. De conclusie loog er dan ook niet om voor de veteraan die in zijn lange carrière alle vier de grandslams won: hij had zijn huiswerk niet gedaan. Gravel vergt geduld en aanpassing. Maar Agassi arriveerde pas ruim een week geleden in Europa. Zijn leeftijd stond het niet toe om zich al meteen in het strijdgewoel te storten, en dus liet hij de sterkbezette graveltoernooien van Monte Carlo, Rome en Hamburg aan zich voorbijgaan. Haehnel maakte gisteren dankbaar gebruik van die inschattingsfout.

    • Mark Hoogstad